Bij de wilde beesten af

Nederlandse dierentuinen hebben met enige regelmaat te maken met opstandige beesten. Wilde dieren blijven wild. Door Anno.

De gorilla Bokito is niet de eerste aap die een Nederlandse dierentuin in rep en roer brengt. In 1932 zorgde Orang-Oetan Katjang voor veel opschudding in de 'Haagsche Zoo'. De mensaap ontsnapte uit zijn kooi, waarna hij zijn bewaarder en de dierentuindirecteur beet. Na zijn vangst volgde snel een nieuwe ontsnappingspoging.

Als een rastechnicus draaide Katjang de moeren van zijn kooi los. Ditmaal ging het goed omdat hij met met fruit en snoep werd afgeleid, maar de aap bleef opstandig. Katjang overleed uiteindelijk vol heimwee.

Moestuintjes

Een zestal Haagse mantelbavianen had het in 1941 beter voor elkaar. Na hun ontsnapping stortten zij zich op de weelderige moestuintjes van omwonenden. Hier niets dan dikke pret: de apen klauterden met armen vol boerenkool langs de daken en schreeuwden het uit. Na een nacht weg te zijn geweest, ging de leider van de groep terug naar zijn vertrouwde rots, waarna de overige apen snel volgden.

Het liep minder goed af met Jack, een gigantische olifant die halverwege de negentiende eeuw in Artis woonde. In de bronstijd rukte Jack al zijn kettingen los, waardoor hij een onberekenbaar gevaar werd. Dierentuinmedewerkers voerden de reus gif, maar dat hielp niet. Zeven oppassers kregen daarop een wapen.

De olifant werd nagetekend op een muur, om te oefenen. Daarna was de echte Jack aan de beurt: de zeven legden aan en vuurden. De olifant maakte een verschrikkelijk geluid, liep een rondje door zijn kooi, kreeg nog een salvo en stortte neer. Eindelijk was het wilde beest getemd.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.

Tip de redactie