Een noodnummer dat hulp nodig heeft

Vorige week won de Staat een kort geding over de eigendom van de domeinnaam www.112.nl. Een opmerkelijke zaak, vooral omdat de Staat zich überhaupt bekommert om dit soort domeinnamen. Als het gaat om het moderniseren van 112 heeft de Staat belangrijker werk te verrichten. Door Remy Chavannes

In de dagvaarding voerde de Staat aan dat men op basis van internationale verdragen verplicht is om 112 ook via 'digitale netwerken' aan te bieden en dus via internet.

Op een dag bel je geen 112 meer, maar surf je op je smartphone naar www.112.nl? Een onwaarschijnlijk verhaal, gebaseerd op een juridisch misverstand: de Europese beschikking uit 1991 waarnaar de Staat verwijst, zegt alleen dat 112 ook moet werken via ISDN (dat staat voor integrated services digital netwerk maar heeft niks met internet of websites te maken).

Crisissite plat na storm

Het is mij niet duidelijk geworden waarom de Staat de domeinnaam zo nodig moest hebben. 112 is een telefoonnummer dat je belt in noodgevallen, niet een informatieve dienst over noodgevallen. Als je een ambulance nodig hebt, bezoek je geen overheidswebsite. Dat is veel te traag en bovendien onbetrouwbaar. Weet u nog wat er laatst met de nationale noodsite www.crisis.nl gebeurde toen het een dagje hard waaide? Precies ja, die ging plat.

Dat de Staat de domeinnaam toch terug won, is juridisch opmerkelijk maar verder geen grote verrassing. Wat mij wel verbaast, is dat de Staat tijd en geld blijft investeren in het voeren van dit soort zaken.

In Engeland hebben de voor overheidsdiensten een aparte categorie domeinnamen ingevoerd, die eindigen in .gov.uk. Waarom doen we dat in Nederland niet ook? Alle overheidsinformatie onder overheid.nl en we zijn meteen van al het gedoe af. Er is vast een overheidsdienst die ervoor kan zorgen dat er onder 112.overheid.nl een mooie website komt, met voorlichting en zwaailichten.

Mobiele locatiediensten

In het geval van 112 zijn er bovendien wel belangrijkere zaken voor de overheid om werk van te maken, zo bleek deze week weer eens op een congres over mobile location services. Mobiele locatiediensten zijn diensten gebaseerd op (of verrijkt met) de locatie van de gebruiker. Die locatie kan bepaald worden via de zendmasten van het mobiele telefoonnetwerk of via een GPS-ontvanger.

Vervolgens kunnen allerlei specifieke diensten worden aangeboden, zowel gevraagd (je zoekt de dichtstbijzijnde pinautomaat of wil weten hoe lang de file is waar je net inrijdt) als ongevraagd (je loopt langs een pizzeria en ontvangt een direct inwisselbare kortingsbon op je telefoon).

Een ander veel gehoord voorbeeld is de child finder: ouders kunnen op ieder moment online te positie volgen van hun kind (althans de telefoon van hun kind). Het concept is ook toe te passen op bijvoorbeeld buitendienstmedewerkers (welke monteur is het dichtst in de buurt van die klant?), postpakketjes (waar is mijn nieuwe iPod op dit moment?) of auto's (waar is mijn gestolen Fiat Panda?). De dienst is in sommige landen zelfs al beschikbaar als pet finder: je doet de kater een GPS-ontvanger om en je kunt vervolgens 24 uur per dag op je beeldscherm zien waar in de buurt hij uithangt.

Gered door de auto

Terug naar 112. Plaatsbepaling bij noodoproepen (ook wel E-112 genoemd) is namelijk de absolute killer app voor mobiele locatiediensten, dat wil zeggen de toepassing die de techniek bij het grote publiek doet doorbreken. Via E-112 zullen veel mensen in aanraking komen met mobiele plaatsbepaling én met het nut van mobiele locatiediensten.

Hoe werkt het? Iemand belt met zijn mobiele telefoon naar 112 en de call centre medewerker ziet meteen op zijn of haar scherm waar de beller zich op dat moment bevindt. Ook als de beller dat zelf niet weet of niet kan vertellen. Een auto kan worden uitgerust met een systeem dat automatisch 112 belt als er een airbag los komt en meldt dat er een ongeluk heeft plaatsgevonden, de centrale ziet meteen waar. Knight Rider's koppige toverauto KIT zou zijn gaspedaal er bij aflikken.

'Technisch haalbaar'

Zo'n systeem kan levens redden. In de Verenigde Staten is het al jaren verplicht en functioneel. Maar een Europese richtlijn uit 2002 verplicht aanbieders alleen om locatiegegevens door te geven aan de 112-centrales 'voorzover dat technisch haalbaar is'. Zo'n vage verplichting is vragen om laksheid. De Europese Commissie is onlangs een rechtszaak tegen Nederland begonnen, omdat de 112-centrales pas in oktober 2007 mobiele locatiegegevens kunnen verwerken.

De techniek achter E-112 bestaat al jaren. Waarom wordt het pas dit najaar ingevoerd en worden er ondertussen rechtszaken gevoerd over onbelangrijke domeinnamen? 112 is niet een gelikte informatiesite, maar een noodnummer dat hulp nodig heeft.

Tip de redactie