De overname door Google van online reclamebedrijf DoubleClick was voor de gemiddelde internetgebruiker geen wereldnieuws, maar werd veel leuker toen de hoogste jurist van Microsoft zich er publiekelijk tegenaan ging bemoeien. Over de motieven kun je twisten, maar Microsoft heeft gelijk dat de overname een verdere bedreiging is voor de privacy van internetgebruikers, meent Remy Chavannes.

DoubleClick verkoopt videoreclames en banners op websites, terwijl Google het meeste geld verdient met tekstadvertenties. Microsoft had eerder zelf een bod op DoubleClick uitgebracht, maar toen Google er voor 2,3 miljard euro met de buit vandoor ging waarschuwde Microsofts Brad Smith: "This proposed acquisition raises serious competition and privacy concerns in that it gives the Google DoubleClick combination unprecedented control in the delivery of online advertising, and access to a huge amount of consumer information by tracking what customers do online."

Verstoten

Na zich jaren in de VS en Europa te hebben verdedigd tegen beschuldigingen van machtsmisbruik, waarschuwt de softwarereus nu dus voor de dominantie van haar aartsrivaal. De gedachte van Microsoft als underdog is natuurlijk te mooi om waar te zijn. Microsoft, dat met Windows en Office twee van de meest winstgevende monopolies van de laatste decennia bezit, heeft bescherming nodig tegen een te machtige concurrent?

Microsoft is als verstoten huwelijkskandidaat en supermonopolist natuurlijk een verdachte boodschapper. Maar dat maakt de boodschap niet per definitie onjuist. Op het gebied van de privacybescherming hebben Google en DoubleClick wel degelijk serieuze twijfels te overwinnen.

Indrukwekkend

Google heeft haar arsenaal aan online diensten de laatste jaren fors uitgebreid, onder andere met e-maildienst GMail, nieuwslezer Google Reader, fotodienst Picasa en online tekstverwerker en rekenprogramma Google Docs & Spreadsheets. Dat zijn op zich allemaal indrukwekkende diensten die kunnen wedijveren met klassieke desktop applicaties zoals die van Microsoft.

Het belangrijkste verschil is dat in het geval van Google de documenten niet thuis op de computer staan, maar op de servers van Google. Die worden natuurlijk netjes op virussen gescand en regelmatig gebackupt, maar echte controle heb je niet.

Wie meer dan één van deze diensten gebruikt, merkt dat de verschillende diensten steeds meer tot één pakket worden gesmeed. En als je tussendoor het 'klassieke' Google gebruikt om iets te zoeken, blijk je nog steeds ingelogd en worden al je zoektermen dus onder jouw inlognaam bewaard. Net als je e-mails en je documenten en je favoriete nieuwsgroepen en je foto's. Al die persoonlijke informatie op één plek in Californië (of waar de servers ook staan) is handig, maar niet zonder risico.

Google verzamelt de privé-gegevens van haar miljarden gebruikers om haar diensten aan te bieden en te verbeteren, maar ook voor reclamedoeleinden. Zij kondigde laatst een 'verbetering' van haar privacybeleid aan: voortaan zullen de verschillende loggegevens 'al' na 16 tot 24 maanden geanonimiseerd worden. Ik kan daar niet om juichen. De eerste anderhalf tot twee jaar wordt dus alles op individuele basis opgeslagen, gecombineerd en gebruikt, door Google en haar 'partners'. En wat zij opslaan, is altijd beschikbaar voor overheidsdiensten.

Afstemmen

GMail toont al tekstreclames die zijn afgestemd op de inhoud van de e-mail die je op op dat moment op je scherm hebt. Samen met DoubleClick kan Google ook banners en videoreclames op andere internetsites gaan afstemmen op de individuele internetgebruiker. Zij leveren de reclame voor miljoenen websites: ook tijdens het surfen word je dus gevolgd, gecategoriseerd, onthouden en vergeleken.

De toepassingen liggen voor de hand: iemand die via Google zoekt naar informatie over een hartkwaal krijgt in de weken daarna op de website van zijn krant of sportvereniging achteloos reclamebanners voor uitvaartverzekeringen te zien. En als je in uitgaande e-mails veel uitroeptekens en scheldwoorden gebruikt, vliegen op VI.nl opeens banners en reclamefilmpjes voor kuuroorden en prozac je om de oren. 'Inspelen op de behoefte van de gebruiker' heet dat onder marketeers. Ik word er vooral nerveus van.