PvdA Tweede Kamerlid Wolfsen wil in de wet vastleggen dat kunstenaars mogen beledigen. Volgens hem zijn veel schrijvers en cabaretiers momenteel bang om zich te uiten. Kunstenaars zoeken al heel lang de grenzen van het toelaatbare op. Door Anno.

Kunstenaars houden de samenleving een spiegel voor. Daarom kunnen ze dingen zeggen waarvoor anderen veroordeeld worden. Zo kon een middeleeuwse nar de koning beledigen, terwijl een gewone burger op de brandstapel eindigde voor een grap over de vorst. Ook nu geldt die ongeschreven regel. Op straat iemand beledigen is strafbaar, maar in een theater is meer vrijheid om iemand flink de oren te wassen.

Haagse Schouwburg

Dat betekent niet dat iedereen dat zo ziet. Op 20 maart 1801 verstoorde een groep mensen een voor hen beledigend toneelstuk in de Haagse Schouwburg. Joelend, schreeuwend en blazend op fluitjes en trompetjes maakten zij het de acteurs onmogelijk hun stuk te spelen.

In het toneelstuk werd de slavernij aan de orde gesteld, waardoor vooral oud-kolonisten uit Nederlands-Indië zich aangevallen voelden. Maar het stuk werd niet afgelast, en bracht bezoekers in andere steden aan het huilen van ontroering. Wat de één een afschuwelijke belediging vond, was voor de ander een eye-opener.

Konijnen

De vrijheid te beledigen gaat heel ver. De schrijver Hermans waarschuwde in 1951 met komische beledigingen voor religieuze voortplantingsdrift: "De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Die naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen." Hermans werd aangeklaagd, maar de rechter sprak hem vrij omdat hij als kunstenaar alles mag schrijven.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.