Geen jongensboeken

Twee opvallende gebeurtenissen binnen een week: een drievoudige boekpresentatie rond Johan Cruijff en een wereldtitel voor baanrenner Theo Bos. Sport is geen spannend jongensboek! Door Jurryt van de Vooren / Sportgeschiedenis Weblog.

In de sportjournalistiek heersen nogal wat clichés en het akeligste is dat een opvallende sportcarrière leest als een spannend jongensboek. Doen meisjes nog steeds niet aan sport? Helaas heb ik deze week met eigen ogen gezien dat die uitspraak toch opgaat voor veel mensen. Gelukkig hebben we altijd baanrenner Theo Bos nog, wiens loopbaan mede is bepaald door een volwassen boek.

Het jongensboek Cruijff

Woensdag waren er in het Olympisch Stadion Amsterdam drie boekpresentaties tegelijk. Alle boeken gingen over Johan Cruijff, die op 25 april zestig jaar oud wordt. Hij vond het zichtbaar verschrikkelijk, maar paste zich aan de omstandigheden aan omdat een deel van de opbrengsten naar de Johan Cruyff Foundation gaat. Maar de meeste van de massaal toegestroomde schrijvers, journalisten en cameramensen vonden het helemaal niet zo verschrikkelijk. Integendeel: ze stapten voor een half uur in hun eigen jongensboek en schaamden zich nergens meer voor.

Gerespecteerde sportjournalisten, schrijvers en cabaretiers scheurden ter plekke het begrip ‘onafhankelijkheid’ uit hun persoonlijke woordenboek en drongen naar voren met een boek, een bal of het liefst hun kinderen om die te versieren met een handtekening van Nederlands beste voetballer ooit.

Het was duwen, dringen en persen, zoals we kennen bij jongens van een jaar of acht oud, die iemand zien van de televisie. Onafhankelijke sportjournalistiek in 2007: op de knieën voor een handtekening.

Niet iedereen trouwens. Jaap Visser bijvoorbeeld mopperde wat en hield in De Pers een pleidooi voor een anti-Cruijff-boek. En eerder deze week schreef hij in zijn column in de Spits over de ‘beproefde intimidatiemethode van de Cruijffbrigade’.

Nieuws!

Hij komt hierin trouwens met een opmerkelijk nieuwtje, dat nog onderbelicht is gebleven: de advocaat van Cruijff dreigt schrijver Marcel Rözer met een rechtszaak vanwege zijn laatste boek De Keizer en De Verlosser. Zoals Visser schrijft: ‘Toen Rözer aan het management van Cruijff liet weten dat hij met een boek bezig was, kreeg hij een brief van een advocaat. Als zijn uitgever het zou wagen Johans naam en beeltenis op de omslag te zetten dan had die een kort geding aan zijn broek.’ Met andere woorden: er is weer eens een hoop gedonder rond Cruijff.

Het leest als een spannend jongensboek.

Het volwassen boek Bos

Baanrenner Theo Bos werd afgelopen weekend wereldkampioen op het onderdeel sprint. Veel van zijn inspiratie haalt hij uit het legendarische sportboek Te Midden der Kampioenen van Joris van den Bergh. Je moet niets verkeerds hierover zeggen tegen Bos, want dan is het meteen over bij deze sporter.

Van den Bergh volgt in deze klassieker uit 1929 de Nederlandse baanrenner Piet Moeskops, vijfvoudig wereldkampioen sprint. Deze supersporter beheerste als geen ander het psychologische spel rond een wedstrijd. Elke tegenstander onderwierp hij aan een diepgaand onderzoek om per race te bepalen waar winst was te behalen, maar ook waar de grote gevaren lagen.

En wat zei Bos na afloop van het toernooi? “Iedereen is kwetsbaar. Het is zaak je opponenten constant te ontmoedigen.” Maar elke tegenstander steekt anders in elkaar en daarom moet hij erg goed opletten om niet in herhaling te vallen: “Bij iemand die er goed tegen kan, moet je je juist gedeisd houden. Anders sta je zelf voor lul.”

Theo Bos leest dus niet als een spannend jongensboek, maar is een volwassen sportboek.

Het gebeurde allemaal binnen een week: het vleesgeworden cliché van het spannende jongensboek en het lering trekken uit een volwassen sportboek. Ik volg mensen als Moeskops, Van den Bergh en Bos, die zullen zeggen en schrijven dat je nooit op je knieën moet gaan voor een handtekening.

Tip de redactie