Eindelijk een eredivisie in het vrouwenvoetbal! Houden dan eindelijk de jaren vijftig eens op? Als er nog steeds vorige-eeuwers zijn die zeggen dat dit niet kan, kunnen ze er altijd nog rijk mee worden. Door Jurryt van de Vooren / Sportgeschiedenis Weblog.

De afgelopen weken ben ik door verschillende journalisten gebeld over de komst van een eredivisie voor vrouwelijke voetballers. De enige reden hiervoor is dat ik recent een artikel plaatste over de geschiedenis van vrouwenvoetbal - blijkbaar als enige in de afgelopen eeuw en de jaren ervoor. Het zegt iets over de vooroordelen, die heersen over voetballende vrouwen.

Om de boel eens op scherp te zetten: in Nederland hadden vrouwen al een halve eeuw passief en actief stemrecht voordat de KNVB in 1972 besloot een competitie voor vrouwen in te voeren. Daarvoor was het de dames verboden om zich met deze sport bezig te houden. Ze mochten wel in het parlement, maar niet in een elftal. Oké, in hun vrije tijd misschien nog net, maar niet op dezelfde velden als waar jongens en mannen rondliepen. Alhoewel…

Dames, doe het niet!

In de jaren vijftig was een groepje vrouwen wat aan het ballen op een parkeerplaats (!). Net op dat moment passeerde Lo Brunt, toentertijd bestuurder van de KNVB. Hij stapte resoluut op de voetbalsters af en sprak ze streng toe: “Dames, ik bid u, doe het niet!” Dat was een halve eeuw geleden, maar we zijn nog steeds die tijd niet ontgroeid– in ieder geval niet als het om vrouwenvoetbal gaat.

Want dat voetbal als een echte mannensport wordt gezien, is er in Nederland zo verschrikkelijk ingesleten dat het zelfs de strijdbaarste feministen uit de jaren zestig geen bal kon jeuken – als ze die hadden gehad. In eigen buik wilden ze baas zijn, op de werkvloer, in de politiek, maar het voetbal was zo ver weg van deze actievoerders dat ze niet opmerkten dat hier serieus sprake was seksediscriminatie. Niets geen Baas Op Eigen Veld – vast niet academisch genoeg en er werd niets over gezegd in het Communistisch Manifest van Karl Marx.

Schone wc’s

Toch ontstond buiten de hoofdstad vol actievoerders enig besef van de noodzaak van vrouwen in het voetbal. Daar woonden mensen, die inspiratie konden vinden buiten het Communistisch Manifest.

Zo was in Alkmaar voetbalclub AZ’67 in handen gevallen van de legendarische broers Molenaar. Ze liepen ver vooruit met hun professionele aanpak van het betaalde voetbal, omdat ze heel goed snapten hoe ze geld moesten verdienen.

George van Houts was begin jaren zeventig bestuurder van de club en zei in een interview met de AZ’67-krant, in die jaren een gratis huis-aan-huisblad met een enorme oplage: “Ik vind, dat vrouwen meer met de mannen moeten meegaan. Voetballen, vooral bij AZ’67, is erg gezellig.” Hij liet het niet bij woorden alleen: in het stadion kwamen speciale wc’s voor vrouwen. En dat niet alleen: de club maakte meteen bekend dat ze die ook gingen schoonhouden. Uit onderzoek was namelijk gebleken dat de smerige herentoiletten een belangrijke reden was voor vrouwen om niet naar het voetbal te gaan. Het begin van revolutionaire veranderingen ligt soms op de vreemdste plekken, in dit geval op een schone plee.

Commerciële belangen

Uit bovenstaande alinea spreekt geen enkel diepgaand maatschappelijk besef van AZ’67 bij de minderwaardige positie van vrouwen in het voetbal. Het ging puur om het verdienen van geld: hoe meer mensen in een stadion, hoe meer er wordt verdiend. Lekker pragmatisch, maar wat dan nog? Een betere positie voor vrouwen in het voetbal moest ergens beginnen en dertig jaar later is de rest bijzaak.

Daarom is het zo verbazingwekkend dat de eredivisie van vrouwenvoetbal nu nog tegenstand ontmoet. Er valt geld mee te verdienen, zeikerds! Stel bijvoorbeeld dat je hoofdredacteur van een groot nationaal voetbaltijdschrift bent, die met zichzelf heeft afgesproken de oplage zo snel mogelijk te laten stijgen. Dat kan door een eigen programma op televisie, door sponsoractiviteiten en vast nog door meer. Maar meer verkoop kan toch ook door meer artikelen te schrijven, die zijn gericht op een nieuwe grote doelgroep? En dan heb ik het dus over vrouwen.

Want gelóóf me: we zitten momenteel op ruim zestien miljoen inwoners en gemakshalve ga ik ervan uit dat ongeveer de helft vrouw is. Dat is een potentiële markt van acht miljoen mensen en daar is een hoop geld te verdienen. En dan doet het er niet meer toe of je wel of geen vooroordelen hebt over vrouwenvoetbal.