In 1954 waren er gemeenten met een voetbalverbod op zondag voor één uur 's middags. Die Zondagswet bestaat nog steeds! Het is en blijft de opdringerigheid van de gereformeerden. Door Jurryt van de Vooren/ Sportgeschiedenis Weblog

Is het heus dat ik op zondag nog steeds geen gerucht mag verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking hoorbaar is? In dat geval ben ik al sinds mijn geboorte in overtreding zonder dat ik het wist.

Gedoe rond die zondag, want er heerst sinds de laatste kabinetsformatie hierover nogal onenigheid. Vooral de ChristenUnie lijkt niet te kunnen leven met het idee dat er mensen zijn, die de zondag niet als rustdag zien. Mijn gedachten gaan daarom naar 1953, toen in Nederland de Zondagswet werd ingevoerd. Onder meer het voetbal werd daarvan slachtoffer. Net als nu drong een kleine minderheid de rest van dit land haar mening op.

Voetballen, niet juichen

Het gemeentebestuur van Papendrecht gebruikte in 1954 die wet om te bepalen dat op zondagen voor 13 uur geen publiek aanwezig mocht zijn bij een wedstrijd van de plaatselijke voetbalvereniging. Als daarvoor al werd gespeeld, mochten alleen de spelers, de begeleiders en de officials het terrein op. Alle andere aanwezigen waren heftig in overtreding en al helemaal als zij besloten hun ploeg aan te moedigen.

De kerk kon daar last van hebben, ook al was die achttien kilometer verderop. God hoort alles…

Ach ja, die jaren vijftig: een tijd van orde, voorspelbaarheid en ongeëvenaarde gehoorzaamheid. Kerkbestuurders, vakbondsleden en communistische scherpslijpers leken toen te bepalen wat hun achterban dacht en zei. En in 2007 klinkt het verwijt dat we met Grijs 1 diezelfde kant opgaan.

De Gemiddelde Nederlander

Al in de jaren vijftig bestond er een Gemiddelde Nederlander. Het Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie besloot in 1953 die eens te ondervragen over de Zondagswet. Wat doet u als Gemiddelde Nederlander zoal op zondag? Vindt u als Gemiddelde Nederlander dat bepaalde activiteiten op die dag moeten worden verboden door de overheid? Dat waren duidelijke vragen en de antwoorden waren dat ook.

We beginnen met wat de Gemiddelde Activiteit was op een zondag in 1953. Luisteren naar de radio bleek bijzonder populair. Iets meer dan de helft van de ondervraagden zat die dag in de kerk. Eén op de vijf bezocht een sportwedstrijd en zeven procent deed zelf aan sport. Eigenlijk hetzelfde als nu, maar dan met andere percentages. Alhoewel Geert Wilders wel zal denken dat tegenwoordig ruim de helft naar de moskee gaat, maar zoals gewoonlijk zal bij hem een inhoudelijk bewijs hiervoor ontbreken.

Mag niet!

Veel leuker was de vraag aan de Gemiddelde Nederlander wat de overheid moest verbieden op de zondag. Zoals nu koopzondagen onder druk liggen – Gij zult niet funshoppen - wilden de enquêteurs van een halve eeuw geleden weten wat toen een zondagstaboe was. Er volgde een opvallend tolerant antwoord - de gereformeerden natuurlijk uitgezonderd.

Mag niet!

Omdat Nederland in de jaren vijftig stevig was verdeeld in de zuilen van levensovertuiging werd het antwoord op genoemde vraag onderverdeeld in de verschillende groepen. De katholieken vonden dit, de socialisten dachten dat en de gereformeerden preekten weer iets anders. En dat was ook het geval bij hoe een Ideale Zondag eruit moest zien.

In het algemeen vond precies de helft van alle verschillende groepen dat de overheid zich niet mocht bemoeien met wat mensen doen op zondag. Ieder zijn ding - klaar. Slechts een opvallende minderheid van 25% vond de Zondagswet noodzakelijk. Maar hoe zat het met de toenmalige broeders en zusters van Rouvoet?

Mag ook niet!

De gereformeerden waren tegen elke activiteit op zondag, behalve naar de kerk gaan en ademhalen. Bijna zestig procent wilde dat de overheid niets meer toestond en dus dat de Zondagswet zou heerschen op aard’. Neem dan de katholieken: nog niet eens één op de drie was voorstander van een verbod om iets uit te vreten op zondag. Mensen zonder religie waren in die tijd helemaal voorstander van de individuele vrijheid: negen van de tien interesseerde het geen donder wat iemand op de heilige dag deed.

Toch werd de Zondagswet ingevoerd voor heel Nederland, alsof er alleen maar gereformeerden in dit land woonden. En ik altijd maar denken dat democratie betekent dat de meerderheid van de complete bevolking iets besloot, en niet slechts de meerderheid van een kleine groep.

Dat er mensen zijn die de zondagsrust heilig nemen, accepteer ik met oprecht respect. Dat er mensen zijn die de zondagsrust opdringen aan anderen, ligt opeens heel wat moeilijker. Ik ga zondag langs het voetbalveld zo veel gerucht verwekken, dat op een afstand van meer dan 200 meter van het punt van verwekking alles hoorbaar is.