Vanuit de Europese Unie, maar ook vanuit individuele lidstaten als Groot-Brittannië en Nederland, groeit de roep om wetenschappelijk onderzoek openbaar te houden. Maar die plannen gaan nog niet ver genoeg. Door Arjan Dasselaar

Wetenschap is werk voor waanzinnigen. Zeker als beginnend onderzoeker werk je voor een bizar laag loon aan het verdiepen van de menselijke kennis. Nee, je gaat niet dood van de honger, maar gezien het nut van dit werk mag het allemaal wel wat royaler.

Vervolgens moet je bij een wetenschappelijke uitgever op audiëntie voordat je werk wordt gepubliceerd. Voor zo´n publicatie krijg je niet betaald, en met wat pech (lees: bijna altijd) mag je zelf niet meer vrijelijk over de rechten op je eigen arbeid beschikken.

Betaald van belastinggeld

Dat nu is vreemd. Veel wetenschappelijk werk wordt met belastinggeld betaald en moet dus derhalve van ons allemaal zijn. Maar de praktijk werkt anders. Is een stuk eenmaal gepubliceerd, dan moet je als buitenstaander vaak tientallen euro’s betalen om een artikel te lezen.

Wetenschappelijke uitgevers rechtvaardigen dat deels met een beroep op hun kosten. Maar welke kosten? Redactiewerk? In veel gevallen gebeurt het ‘nakijken’ door wetenschappers zelf.

Peer review

Elk wetenschapsblad dat die naam waard is, werkt volgens het principe van peer review. Dat houdt in dat collega-wetenschappers je stuk nakijken en van commentaar voorzien.

Die wetenschappers worden voor dat werk meestal evenmin betaald. Dus wat blijft er dan nog over voor de uitgever om te doen? Natuurlijk het nodige coördinerende werk, maar al met al een stuk minder logistiek gedoe dan vroeger.

Geen drukpers

Dat komt vooral door internet. Voor het verspreiden van een wetenschappelijk blad heb je geen drukpers meer nodig. En ook het coördineren van peer review kunnen wetenschappers online heel goed zelf.

Er zijn inmiddels diverse zogeheten open access-wetenschapsbladen zoals bijvoorbeeld PLoS. Toch blijven wetenschappers hun stukken ook insturen naar de grote commerciële uitgevers.

Bonuspunten

Daar hebben ze begrijpelijke redenen voor. Zo levert een publicatie in Nature meer bonuspunten op bij je universiteit dan een stuk in de meeste open access-bladen. Maar universiteiten zouden hun wetenschappers niet indirect moeten dwingen om te kiezen tussen hun carrière en openheid.

Het huidige systeem maakt het namelijk zo goed als onmogelijk dat iemand die wel hersens heeft maar geen geld, vanuit huis grondige research pleegt. Een aanzienlijk deel van alle belangrijke publicaties blijft voor hem of haar gesloten.

Zolderkamergenieën

Open access opent kortom intellectuele deuren, ook voor genieën die eenzaam op hun zolderkamer sloven (en/of buitenpromovendi). In tijden dat een tweede studie jaarlijks meer kost dan een nieuw autootje is open access geen luxe maar noodzaak.

Verstandig dus dat vanuit Brussel, maar ook vanuit Nederland en Groot-Brittannië geluiden klinken om het open access beschikbaar maken van wetenschappelijke artikelen verplicht te maken.

Open patenten

Maar dat gaat me nog niet ver genoeg. Zeker de afgelopen jaren maken Nederlandse universiteiten en andere kennisinstellingen veel werk van het patenteren van kennis.

Dat is op zichzelf prima als dat patenteren gebeurt om te voorkomen dat een bedrijf hetzelfde doet en vervolgens licentiekosten gaat vragen voor iets dat met belastinggeld onderzocht is. Als universiteiten met andere woorden ‘open patenten’ creëren, die iedereen mag gebruiken.

Valorisatie

Maar als universiteiten onder de noemer ‘valorisatie’ zelf steeds meer kennisboer gaan spelen, dan vind ik dat jammer. Door de gemeenschap betaalde kennis moet vrij zijn.

Universiteiten zullen nu aanvoeren dat ze de inkomsten uit patenten nodig hebben om nieuw onderzoek te bekostigen. Daar hebben ze deels gelijk in.

Initatiefrijke particulieren

Maar het huidige model komt erop neer dat initatiefrijke particulieren of zelfs kleinschalige ondernemers met weinig geld dergelijke licenties op patenten wellicht niet kunnen betalen. Hoeveel innovatiekracht gaat daardoor verloren, en hoeveel kost dát?

Open access is kortom een mooi begin. Maar als het Brusselse, Britse en Nederlandse bestuurders echt te doen is om open wetenschap, dan zullen ze ook werk moeten maken van open patenten. Desnoods middels een extra zak geld voor universiteiten.