De aanval op internet

Terwijl Nederland netneutraliteit veilig heeft gesteld, opent Europa de aanval op wat een grondrecht zou moeten zijn. De strijd om een vrij internet is nog maar net begonnen. Door Arjan Dasselaar.

U betaalt voor internet, u krijgt internet. Dat is het simpele principe achter netneutraliteit, dat in Nederland inmiddels wet is geworden.

Netneutraliteit maakt het onmogelijk voor internetaanbieders om tolwegen op internet te creëren: kunstmatige belemmeringen op uw internettoegang die pas verdwijnen als u bijbetaalt.

Democratisch verstandig

Netneutraliteit voorkomt met andere woorden dat u een poot wordt uitgedraaid. Ze verbiedt bovendien dat bedrijven gaan bepalen welke informatie op internet laagdrempelig is, en welke niet.

Alleen al uit democratisch oogpunt is netneutraliteit dus een verstandig idee. Netneutraliteit zou niet louter wet moeten zijn, maar een grondrecht. Zonder vrije internettoegang kun je als burger immers niet functioneren.

Lobbymachine

Maar de lobbymachine van telecomaanbieders wil u iets anders laten geloven. Dat u ‘meer keus’ zou hebben als netneutraliteit niet bestond. Dat klopt, maar het is een halve waarheid.

Als netneutraliteit niet bestond, zou u meer keus hebben uit allerlei alternatieven waarvan verreweg de meeste duurder en slechter zijn voor de consument.

OPTA tegen netneutraliteit

Voor die stelling is historisch bewijs. Al denkt Remco Bos, hoog in de boom van telecom-‘waakhond’ OPTA, van niet. Bos was eerder al tegenstander van gemeentelijk glasvezel.

Thans meent Bos dat netneutraliteit in Nederland te snel is ingevoerd. Met zoveel woorden zegt hij tegenover Webwereld dat netneutraliteit een oplossing is voor een probleem dat zich nog niet heeft voorgedaan.

Historische onzin

Helaas is dat niet waar. Netneutraliteit werd in Nederland immers ingevoerd nadat mobiele telecombedrijven – KPN en Vodafone voorop – probeerden om internettoegang uit te kleden en duurder te maken.

Als ik de uitspraken van Bos serieus moet nemen, kan ik alleen maar concluderen dat de OPTA geen waakhond meer is, maar een meedenkhond.

Niet democratisch gekozen

De uitspraken van Bos zijn ook om een andere reden zorgwekkend. Ze doen vermoeden dat mensen die niet (rechtstreeks) democratisch zijn gekozen, maar wel veel invloed hebben, campagne voeren om de duur verworven netneutraliteit in Nederland weer te doen afbrokkelen.

Ook eurocommissaris Neelie Kroes heeft bij meerdere gelegenheden laten blijken dat ze helemaal niet blij is met de Nederlandse netneutraliteit.

Naïef standpunt

Als ik uitga van de goede trouw van Kroes, die in het verleden juist altijd blijk gaf van grondige dossierkennis en meer begrip van technologische thema’s dan de meeste beroepsbestuurders, kan ik dat standpunt niet anders dan naïef vinden.

Ja, bij een werkelijk vrije markt zou een wettelijke verplichting tot netneutraliteit niet nodig zijn. Maar de telecommarkt is niet vrij. Het pure feit dat we in Nederland een toezichthouder als de OPTA nodig hebben, geeft dat al aan.

Telecommarkt niet vrij

In een werkelijk vrije markt kunnen nieuwe spelers met weinig problemen hun kraampje opzetten naast bestaande partijen. De telecommarkt is niet zo’n markt.

Ten eerste heb je een hoop geld nodig – dat in de huidige recessie nauwelijks is te lenen. Ten tweede moeten nieuwe spelers vaak noodgedwongen samenwerken met bestaande partijen, want een nieuwe telecominfrastructuur opzetten kan niet zomaar.

Wijze marktmeester nodig

Wie toch onafhankelijk een nieuw mobiel netwerk wil bouwen, moet eerst langs de overheid om zendfrequenties te bemachtigen. En wie kabels in de grond wil stoppen, heeft daarvoor vergunningen van diezelfde overheid nodig. Hoezo “vrij”?

Als onvrije markt heeft de telecomsector dus de bescherming van wijze marktmeesters nodig. In Nederland hebben onze volksvertegenwoordigers laten zien dat ze over die wijsheid beschikken.

Wat doet Europa?

Maar geldt hetzelfde voor Europa? Het Europees Parlement is voorstander van netneutraliteit, maar Kroes vindt Europese netneutraliteit niet nodig. Ondertussen lobbyen telecommaatschappijen op Europese schaal fanatiek tegen netneutraliteit.

In september oordelen we via de stembus niet alleen over ons eigen parlement, maar indirect ook over de Europese Unie. Mijn al dan niet eurofiele stem zal dus sterk afhangen van de vraag of de Europese Commissie zich net zo wijs toont als onze eigen Staten-Generaal.

Tip de redactie