De digitale soldaat

Oorlog is het breken van de wil van de tegenstander. Het pesten van vijanden met kwaadaardige software als Flame en Stuxnet is dus nog maar het begin van een nieuwe vorm van oorlogvoering. Door Arjan Dasselaar

De eerste explosie door digitale oorlogvoering is alweer even geleden. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA zorgde naar verluid in 1982 voor een nare verrassing toen Russen een stuk Canadese software stalen.

Die software was nodig om een gasleiding te bedienen. Maar de software was aangepast door de CIA. Het gevolg: de Transsiberische gaspijplijn explodeerde met een kracht van 3 kiloton TNT.

Dat Iran vorige maand meldde last te hebben van spionagesoftware met de naam ‘Flame’ is dus niets nieuws. Maar de laatste jaren neemt het aantal incidenten wel toe.

De grote doorbraak kwam in 2007, toen Estland last kreeg van grootschalige digitale aanvallen. Beschuldigende vingers wezen richting de Russische overheid, maar de identiteit van de dader(s) is nooit met zekerheid vastgesteld.

Waarschuwing richting Rusland

Wat in 2007 wel duidelijk werd, is dat een aanval met digitale wapens net zo verstorend kan werken op een land als een aanval met een klassieke krijgsmacht.

Een jaar na de aanvallen op Estland opende de NAVO een nieuw centrum voor digitale oorlogvoering. Uiteraard in de Estse hoofdstad Tallinn, een niet zo subtiel signaal richting Rusland.

Chinese en Amerikaanse aanavllen

Ondertussen nemen de incidenten toe. Google kreeg in 2010 in China te maken met aanvallen op haar servers. Ook hier is de schuldige nooit aangewezen.

Het westen kan er ook wat van. De New York Times meldde vrijdag dat president Barack Obama digitale aanvallen op het Iraanse nucleaire programma heeft laten uitvoeren.

Begonnen onder Bush

Die aanvallen waren al begonnen onder Obama’s voorganger George W. Bush, maar Obama deed er volgens de Amerikaanse krant nog een schepje bovenop.

Volgens datzelfde New York Times-artikel zijn het Israël en de Verenigde Staten die verantwoordelijk zijn voor Stuxnet, software waarmee een Iraanse uraniumopwerkingsfabriek in Natanz werd gesaboteerd.

Cyberoorlogen zijn dus allang geen theorie meer.

Digitale oorlog valt niet mee

Mocht u daaruit concluderen dat zo’n digitale oorlog dus weinig voorstelt, dan wil ik u uit die droom helpen. Er zijn twee redenen dat de schade tot dusver lijkt mee te vallen.

Reden één is dat Nederland (voor zover we weten) domweg niet tot de doelwitten behoorde. De tweede reden is dat cyberoorlog tot dusver in het geheim is gevoerd. Dat betekent dat je doelwitten kiest die niet erg opvallen, of die zo geheim zijn dat de vijand niet zal toegeven dat hij slachtoffer is geworden.

Volgende grote oorlog

Dat gaat veranderen bij het volgende grote conflict. Dan zullen alle strijdende partijen gebruik maken van ‘digitale soldaten’, die vanachter hun scherm proberen de tegenstander zoveel mogelijk dwars te zitten.

Het is naïef om te denken dat het dan bij militaire doelwitten zal blijven. Oorlog is het breken van de wil van de tegenstander. Dat gaat een stuk sneller als door digitale oorlogvoering burgers zonder elektriciteit, drinkwater of (digitaal) geld komen te zitten.

Lees meer over:
Tip de redactie