Als het Openbaar Ministerie zo graag allerlei mensen wil afluisteren die niet eens verdacht worden van een misdrijf, dan moeten de ambtenaren zelf ook maar eens wat opener worden. Door Arjan Dasselaar.

De eerste politieagent moet in dienst zijn genomen korte tijd nadat Kaïn zijn broer Abel tegen de vlakte (en naar de andere wereld) timmerde. Deze parabel speelde zich kort na het ontstaan van de mensheid af, dus zo’n 200.000 jaar geleden.

Sla er de oudste geschiedverhalen op na die u kunt vinden. In elke samenleving is er sprake van toezichthouders van de overheid. Noem ze dienders of noem ze stadswachten, het principe is hetzelfde.

Politiemacht is noodzaak

Veelzeggend. Vroeger was er minder welvaart en toch werd een deel van dat schaarse geld besteed aan het handhaven van de orde. Blijkbaar is het hebben van een politiemacht bittere noodzaak.

Maar zoals het noodzakelijk is om burgers te beschermen met behulp van politie, zo is het ook noodzakelijk om burgers te beschermen tegen de politie.

Menselijkheid en machtsmisbruik

De mens is van nature geneigd tot alle kwaad en hoezeer u ook moppert op flitsagenten: ook bij de politie werken mensen. Die dus net als u en ik in staat zijn tot grote gebaren van medemenselijkheid, maar net zo goed tot machtsmisbruik.

Macht moet daarom altijd gecontroleerd kunnen worden door andere machten. En daar schort het aan bij de Nederlandse politie.

Aftappen bij het leven

Men tapt daar bij het leven af. Dat is geen nieuws, daarover is op NU.nl vaak en uitputtend geschreven. Wel nieuws is de hardnekkigheid waarmee de voor de politie verantwoordelijke minister Ivo Opstelten zich blijft verzetten tegen grondige controle.

Experts klaagden afgelopen week op Twitter over de felheid waarmee werd gereageerd op het bericht dat er in 2010 22.006 keer een tapbevel werd afgegeven. Dat aantal is overigens lager dan in voorgaande jaren.

‘Genuanceerder’

Het zou allemaal genuanceerder liggen. Ik geloof dat, want dat geldt eigenlijk altijd als een rapport van 302 pagina’s (pdf) door een journalist tot luttele honderden woorden moet worden samengevat.

Maar de minister van Justitie roept deze kritiek zelf over zich af. Als het zo is dat al die telefoontaps goede redenen hebben, dan is er geen bezwaar tegen meer openheid door de politie.

Informeer de afgetapten

Zoals Arjan El Fassed van GroenLinks terecht zei: ‘Niet iedereen krijgt uiteindelijk door dat hij voorwerp van onderzoek is geweest en lang niet altijd velt uiteindelijk de onafhankelijke rechter een oordeel over de toelaatbaarheid ervan.’

Dat is des te belangrijker omdat uit hetzelfde rapport waaruit de jongste tapcijfers komen, blijkt dat het aftappen van telefoons zijn langste tijd wel heeft gehad.

Internettaps blijken problematisch

Bovendien blijkt dat nieuwe afluistermethoden, zoals het aftappen van internet, veel problemen opleveren. Ze leveren zoveel informatie op dat rechercheurs eronder bedolven raken.

Daarnaast zijn er criminelen die versleuteling (geheimtaal) gebruiken waardoor afgetapt internetverkeer ook hier zijn waarde verliest.

Nieuwe opsporingsmiddelen

Als de oude opsporingsmiddelen niet meer voldoende zijn, kan dat uiteindelijk maar tot één ding leiden. En dat is tot een oproep van de minister van Justitie voor nieuwe opsporingsmiddelen.

Openheid is daarom in het belang van de minister zelf. Want nieuwe opsporingsmethodes vragen terwijl over de oude nooit fatsoenlijk verantwoording is afgelegd?

Een minister van Justitie die denkt dat hij dat voor elkaar krijgt, onderschat niet alleen de politiek, maar – net zoals KPN en Vodafone bij het debat over netneutraliteit - ook de kracht van internetactivisme.