Als ziekenhuizen willen laten zien dat ze goede kwaliteit leveren, dan moeten ze cijfers vrijgegeven in plaats van Reinout Oerlemans uit te nodigen. Door Arjan Dasselaar.

Met veel compassie schreef Ronald Giphart deze week over de bevlogenheid van medisch personeel in het VUmc. Terecht. In ziekenhuizen wordt eervol en belangrijk werk gedaan.

Niemand twijfelt daaraan. En ik al helemaal niet. Mijn eigen familie is voor een groot deel werkzaam in de zorg. Godbetert in hetzelfde, thans onder vuur liggende, VUmc had ik vorig jaar een consult bij een vriendelijke en kundige urologe.

Medisch genie aan je bed

Waar patiënten wel aan twijfelen, is of ze niet alleen de meest geëngageerde, maar ook de best mogelijk medische zorg krijgen. Ik heb liever een medisch genie met een rothumeur bij mijn bed (hoi, dokter House!) dan een vriendelijke arts die met louter zesjes zijn coschappen heeft afgerond.

Nu kun je niet tot op drie cijfers achter de komma vaststellen welke arts of welk ziekenhuis het beste is. Gezondheidszorg is geen discrete wiskunde. Maar de kwaliteit van de zorg is tot op zekere hoogte wel degelijk te meten.

Prestatiecijfers met haken en ogen

Veel ziekenhuizen houden zelf al jaren zogeheten SMR’s bij: Standardized Mortality Ratio’s. Daaraan kun je, met de nodige haken en ogen, zien of een bepaalde afdeling van je ziekenhuis beter of slechter scoort dan net zo’n afdeling van een ander ziekenhuis.

SMR’s zijn niet perfect maar ze zijn beter dan niets. Toch houden ziekenhuizen deze SMR’s - niet te verwarren met de deels wél bekende HSMR’s - angstvallig geheim. Weekblad Elsevier probeerde ze in 2010 tevergeefs met een rechtszaak openbaar te krijgen.

Concurreren op sentiment

Waarom niet? Ziekenhuizen, en dan vooral hun directies, willen het niet. Blijkbaar concurreren ziekenhuizen liever op basis van sentiment om de klandizie van de patiënt.

Alleen dan is het logisch dat je 35 camera’s van de firma Oerlemans, pardon: Eyeworks, toelaat om traantrekkende televisie te maken.

Eén ontroerde patiënt is heel wat betere promotie dan een tabel vol kille cijfers waaruit zelfs voor het beste ziekenhuis altijd verbeterpunten zullen komen.

PR-polonaise

Dat artsen en verpleegkundigen niet zitten te wachten op een PR-polonaise, blijkt wel uit de reactie van het medisch personeel van het VUmc. Dat was over het gefilm van Eyeworks net zo boos als de patiënten die aangifte deden wegens schending van hun privacy.

Laat Ronald Giphart zichzelf dus niets wijsmaken als hij schrijft: ‘Omdat er veel belastinggeld naar de gezondheidzorg stroomt, besloot een ziekenhuis meer openheid van zaken te geven.’

Werkelijk vrije zorgkeuze

Als ziekenhuizen werkelijk vinden dat openheid gewenst is, dan kunnen ze daar op elk moment toe beslissen. Namelijk door de cijfers vrij te geven die ze hebben, met uiteraard een scherpe toelichting op de beperkingen van huidige meetsystemen. Ondertussen kan er gewerkt worden aan nog betere zorgmeetinstrumenten.

Alleen dan is er sprake van echte openheid, en alleen dan zijn we op weg naar dat lovenswaardige doel dat regering na regering alleen met de mond belijdt: vrije, want zo goed mogelijk geïnformeerde, keuze in de zorg.