Moderne gezondheidszorg is geen zorg, maar reduceert de patiënt tot een in te kleuren vakje in een wijds bureaucratisch panorama. Door Arjan Dasselaar.

Kent u ze nog, die schilderpakketjes van de firma Ravensburger die in de jaren negentig zo populair waren? Het hele schilderij was al voorgetekend, u hoefde bij deze kleurplaat voor volwassenen alleen nog wat verf op de juiste plekken te kwakken.

Kleurplaat voor volwassenen. Zo heb ik me vaak gevoeld als ik in het ziekenhuis terecht kwam. Dat is nogal eens gebeurd – ik mag inmiddels meer dan 10 operaties op mijn naam schrijven - en niet altijd liep het goed af.

Medische fout

Op mijn 17e beging een arts in opleiding een fout waarvan ik zonder enig drama kan zeggen dat ik er nog dagelijks de gevolgen van ondervind. Geld heb ik nooit gewild, maar excuses wel. Maar zelfs het erkennen van de fout bleek te moeilijk.

Dat is sindsdien niet veranderd: dit jaar werden de Paasdagen en de daaropvolgende week vergald door een medische fout, waarvan de consequenties dit keer gelukkig van voorbijgaande aard waren. Een tweede medische fout met een CT-scanner kon ik door oplettendheid vorige maand zelf voorkomen. Nul excuses.

Dit alles motiveert om kritisch te kijken naar de zorg. En er valt genoeg te zien. Behalve de vele oprecht bevlogen zorgverleners, die dag en nacht werken en deze column dus in godsnaam niet persoonlijk dienen op te vatten, zie ik ook een heleboel bureaucraten die blij zijn te functioneren als radertjes in het systeem. En voor wie de patiënt een nummer is, geen mens.

Logistieke puzzel

Tegen een arts zei ik recent: ‘Ik voel me in het ziekenhuis een logistieke puzzel die moet worden opgelost, geen patiënt.’ Ze antwoordde: ‘Dat is geen gevoel.’

Dat zegt het eigenlijk wel. Of misschien wilt u ook nog horen over die altijd doorbuffelende specialist die ik niet zo lang geleden bij een biertje sprak, en die graag een patiënt op zaterdag had willen opereren zodat de man van zijn pijn verlost was geweest.

Wel geld, geen zin

Maar daar was wel een beperkte bijdrage van een aantal niet-zorgende medewerkers voor nodig, en in zoveel woorden begreep ik dat de lust om op zaterdag terug te komen niet bij dát personeel aanwezig was. Voor de duidelijkheid: dat was geen centenkwestie.

Binnenkort mag ik opnieuw onder het mes. Dat ‘mag’ dient u sarcastisch op te vatten, want je krijgt het idee dat je een gunst wordt bewezen. Toen ik niet volgens afspraak werd geïnformeerd over de operatiedatum belde ik zelf.

Voorrang-vlieg

Ik werd behandeld als lastige vlieg. Nog geen minuut duurde het voordat ik een ander nummer kreeg binnen hetzelfde ziekenhuis – doorverbinden blijft lastig in 2011 - inclusief een standje wat ik wel niet dacht om zo snel aan de beurt te willen zijn. (Ik vroeg rechtstreeks noch impliciet om voorrang.)

U raadt het al: ik werd van het medicijnkastje naar de ziekenhuismuur gestuurd, en vier telefoonnummers later wist ik nog niets over de operatiedatum. Wel werd enthousiast meegedeeld dat het ziekenhuis een prijs had gewonnen.

Betuttelende anesthesist

Maar wat als de procesmatige benadering van de zorg, de reductie van de mens met klachten tot logistiek probleem, ook dergelijke bureaucraten naar zorgende functies trekt?

Ik denk dat ik er zo eentje ben tegengekomen: een anesthesist die op medische vragen over een voor mij nieuwe behandeling reageerde alsof ze een kleuter van vijf tegenover zich had. Als ik naar complicatiecijfers vraag, verwacht ik althans geen exegese over hoe dun het naaldje is waarmee geprikt gaat worden.

Internet informeert beter

Antwoord op mijn vragen heb ik gekregen – met dank aan Pubmed, Uptodate en Google Scholar – maar niet van haar.

Als je bij het kopen van nieuwe winterbanden meer details hoort dan wanneer je geopereerd gaat worden, weet je dat jij niet degene bent die centraal staat, maar het proces. Maar is dat vreemd in een land waar zorgverzekeraars vinden dat patiënten, om met Pim Fortuyn te spreken, beter kunnen gaan koken?

Dreigende dokter

Toen ik vervolgens vroeg of ik na de opname met het openbaar vervoer naar huis mocht, werd ik volkomen verrast door de dreigende mededeling dat dan de behandeling wellicht niet door zou kunnen gaan. (Overigens een loos dreigement, want daar gaat de behandeld arts over, die in dit geval aangaf geen enkel probleem te hebben met vervoer per OV.)

Alleen een bureaucraat denkt dat dreigementen beter zijn dan argumenten, omdat zo iemand wellicht meent dat de patiënt dan sneller overgaat tot ‘compliance’. Efficiëntie krijgt zo prioriteit boven ‘informed consent’, en ook boven het gevoel van veiligheid bij de patiënt.

Machtige arts, bange patiënt

Over het machtsverschil tussen iemand in wiens handen je je leven legt en een patiënt, die niet altijd wat terug durft zeggen, wordt in het geheel niet nagedacht door dergelijke Ravensburger-dokters. Ook ik verander in de spreekkamer van een arts van een assertieve man in Oliver Twist.

Kun je van bureaucraten anders verwachten? Misschien niet. Maar de juiste vraag is of je van de zorg mag verwachten dat er bureaucraten mogen werken.