Professor Diederik Stapel van de Universiteit van Tilburg bleek onderzoeksgegevens te vervalsen. Tragisch, maar nog veel tragischer is het dat sommige wetenschappers zijn vergeten waar wetenschap over gaat. En daardoor medeplichtig zijn aan het Stapel-drama. Door Arjan Dasselaar

Als u zekerheden wilt, moet u uw heil niet zoeken bij de wetenschap, maar in de kerk. Zoals natuurkundige David Deutsch duidelijk maakt in zijn prachtige maar warrige boek The Beginning of Infinity is de weg van de wetenschapper eenzaam en vol twijfel..

Om dat punt te maken begint Deutsch zijn boek met een tirade tegen het empiricisme: de leer dat goede wetenschap stoelt op datgene wat je kunt waarnemen. Onzin, vindt Deutsch, want je zintuigen zijn niet te vertrouwen.

Weg met autoriteiten

Deutsch moppert vervolgens nog even lustig door over hoe schadelijk het is om iets uit te doen op autoriteiten. Ook al heten ze dan professor doctor ingenieur. Autoriteitsgeloof remt het stellen van kritische vragen en daarmee de wetenschap.

Wat dan te denken van een hoogleraar die op een kritische vraag als volgt reageert? 'Ik vind deze vraag van u dan ook beledigend en insinuerend. Ik neem aan dat u dat doet omdat de resultaten u niet bevallen. Vermoedelijk zou u deze vraag niet stellen als de resultaten u meer aanspraken.'

'Waardevrij' onderzoek

De reactie in kwestie is afkomstig van professor Roos Vonk, psycholoog in Nijmegen. En de vraag van een journalist die wilde weten of het onderzoek van de professor wel ‘waardevrij’ was.

Een terechte vraag, al was het maar omdat het eerlijke antwoord voor elke wetenschapper 'nee' zal luiden. Objectieve wetenschap bestaat niet (objectieve journalistiek trouwens ook niet).

'Lui en onzorgvuldig denken'

Net zoals David Deutsch hebben talloze andere slimme wetenschappelijke geesten erop gehamerd dat wetenschappers altijd kritisch moeten blijven, op alles. Zo was daar Nobelprijswinnaar Richard Feynman, die waarschuwde tegen lui- en onzorgvuldigheid in het wetenschappelijk denken.

En zo was daar Karl Popper, die erop stond dat wetenschappers niet alleen probeerden uit te zoeken of ze het bij het juiste eind hadden, maar toch ook vooral of ze het misschien ook fout zouden kunnen hebben. Feynman en Popper kregen zelf ook weer een hoop kritiek. En zo hoort dat ook.

Vertrouw niemand

De rode draad in het betoog van al deze hooggeleerde mensen: vertrouw niemand, zelfs jezelf niet. De juiste reactie voor een hoogleraar als die wordt geconfronteerd met een kritische vraag moet dus zijn: ‘Wat goed dat u niet zomaar alles voor zoete koek slikt.’ Niet een variant op: ‘Hoe durft u!’

Altijd kritisch blijven is nodig, ook – of beter: juist - tegenover mensen die een hoge status hebben bereikt. Ik heb het vermoeden dat professor Diederik Stapel niet zo lang was weggekomen met het vervalsen van onderzoeksresultaten als de man niet in zo’n hoog aanzien had gestaan.

Waarom anders meldde professor Vonk dat het onder hoogleraren volstrekt ongebruikelijk (vanaf 4m20s) is om elkaars onderzoeksgegevens kritisch te bekijken?

'Leuk meedoen'

Helaas is het ook in de wetenschap vaak makkelijker om ‘leuk mee te doen’ dan om kritisch te zijn. Studenten worden immers beoordeeld door dezelfde man die ze in theorie in de collegezaal kritisch zouden kunnen ondervragen. Subsidieverstrekkers hebben hun eigen naam en geloofwaardigheid verbonden aan de naam van de onderzoeker die ze financieren.

Ik weet niet of Stapel op een soortgelijke geprikkelde wijze reageerde op kritiek als professor Vonk. Ik ken de beste man niet. Maar duidelijk is wel dat de drempel voor bijvoorbeeld promovendi om kritisch te zijn – zich met andere woorden te ontwikkelen tot volbloed wetenschappers – een stuk hoger wordt als een professor uiterst fel reageert op het geringste speldenprikje.

Weg met 'geloof in jezelf'

Wat de ‘geloof in jezelf’-maffia u ook heeft wijsgemaakt: twijfel is iets goeds, en zelftwijfel is nog beter. Het houdt u scherp, het maakt u slimmer, het stuwt u naar grotere intellectuele hoogten. Het werkt wellicht zelfs preventief tegen ‘pausvorming’: het proces waarbij een wetenschapper een dusdanige status bereikt dat er niet meer aan haar of zijn woorden wordt getwijfeld.

Een echte wetenschapper gelooft nergens in, behalve in twijfel (en zelfs dat met de nodige vraagtekens). En zal, wanneer zij of hij op zijn sterfbed wordt geconfronteerd met de uitspraak: ‘Nou Henk, dat was het dan’ dus antwoorden met een stoïcijns: ‘Ach, dat weet ik niet.’

Heeft u dat? Mooi. Dan ga ik nu even twijfelen of ik wel een goed stuk heb geschreven.