Het College Bescherming Persoonsgegevens wil hard ingrijpen om de privacy van inbrekers en overvallers te beschermen. Maar als deze misdadigers zo dol zijn op hun privacy moeten ze niet inbreken en geen overvallen plegen. Door Arjan Dasselaar

‘Het recht om met rust te worden gelaten.’ Dat is een vaak gebruikte definitie van het woord ‘privacy’.

Persoonlijk kies ik als definitie liever voor ‘de rust die je ervaart als je de rook van de schoorsteen van je buurman niet meer kunt zien en met een geweer in het rond kunt schieten zonder iets anders te raken dan bomen’. Maar voor deze column voldoet de eerste definitie prima.

Klagende misdadigers

Daaruit volgt dan dat iemand die oprecht privacy wenst, ook anderen desgewenst met rust moet laten. Daaronder valt het vermijden van privacyschendende misdrijven zoals inbreken of het plegen van overvallen.

Mijn oud-Twentse klompencollectie breekt als ik misdadigers via hun advocaat hoor jeremiëren over hun privacy.

Zwak argument

Echter, na het hebben van dergelijke gedachten geef ik mezelf doorgaans een standje, want dat een misdadiger zich hypocriet opstelt betekent nog niet dat zijn argumenten, en daarmee diens verzoek om privacy, op zichzelf onjuist zijn.

Twee keer krom maakt bovendien niet recht: dat een misdadiger mijn rechten schendt, geeft mij nog niet het recht om de zijne met voeten te treden.

Geweld en noodweer

Of toch wel? Voorbeeld: het geweldsmonopolie hebben we in Nederland aan de overheid gegeven. U mag er niet op los slaan. Ook niet als het slachtoffer een crimineel is. Tenzij de overheid niet snel genoeg ter plaatse kan zijn en u geen andere uitweg heeft: dan noemen we het noodweer (of noodweer-exces).

Gaat iets soortgelijks ook op voor de opsporing van inbrekers? Het oplossingspercentage van dit soort misdrijven is erg laag. Is het dan vreemd dat mensen zelf camera’s gaan ophangen en de beelden daarvan gebruiken om, via internet, die falende opsporing een handje te helpen?

‘Alleen politie mag opsporen’

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) vindt blijkbaar van wel. Het CBP wil boetes tot 25.000 euro instellen tegen mensen en bedrijven die foto’s of filmpjes van dieven online plaatsen. Want het opsporen van boeven is een taak van de politie, aldus het CBP.

Dat klinkt op het eerste gehoor redelijk. Je kunt immers betogen dat er, in tegenstelling tot noodweer, geen urgente reden is om de rechten van een misdadiger te schenden. Maar is dat ook waar?

Een ondernemer die al zes keer is overvallen, en juist de schandpaalmethode gebruikt om een zevende keer te voorkomen, voelt waarschijnlijk voldoende urgentie om niet door zo’n juridisch argument overtuigd te worden.

Prioriteiten 

Dat neemt niet weg dat het CBP wellicht juridisch een punt heeft. Ook misdadigers hebben rechten. Dat het CBP hoog van de toren blaast over deze rechten, en je rondom belangrijker zaken als de anonieme OV-chipkaart veel minder van het CBP hoort, is juridisch wellicht niet relevant.

Evenmin is het juridisch relevant of het CBP door dergelijke prioriteiten te stellen niet vooral bezig is het stoepje van het ministerie van Justitie schoon te vegen. Immers, als assertieve burgers het lukt om zelfstandig criminelen op te sporen waar de politie faalt, slaat die laatste natuurlijk een modderfiguur.

Juridisch tegengas

Dat is allemaal niet relevant omdat juist burgers die zeggen de belangen van de rechtstaat te dienen de regels van het spel moeten volgen.

Tijd dus voor juridisch tegengas. Als u ondernemer bent, is dat makkelijk. Neem een bepaling op in uw algemene voorwaarden waarin staat dat u zich het recht voorbehoudt om foto’s en filmpjes van alles wat er in uw zaak gebeurt, op internet te plaatsen.

Neem daarin ook een bezwaarbepaling op. Regel dat bezoekers van uw pand die geen prijs stellen op dergelijke publiciteit, kunnen verzoeken tot verwijdering van dergelijke beelden. Dan moeten ze dat wel even persoonlijk bij u melden. Of, als ze dat niet durven, een kopie van hun paspoort naar u opsturen om te bewijzen dat hun verzoek rechtsgeldig is. Waarbij de foto op die kopie natuurlijk goed gelijkend moet zijn. Bezwaar maken mag vanzelfsprekend ook vooraf.

Dagvaardende inbreker

Plak vervolgens stickers op al uw ramen en deuren waarin u kort het bestaan van deze passage uit uw algemene voorwaarden bekend maakt, plus het webadres geeft waar de volledige voorwaarden te downloaden zijn. En uw postadres of telefoonnummer, zodat mensen zonder internet een gedrukt exemplaar kunnen aanvragen.

En klaar bent u, want algemene voorwaarden zijn vaak al geldig als iemand er kennis van heeft kunnen nemen. Natuurlijk kan de rechter u terugfluiten en zeggen dat uw algemene voorwaarden niet redelijk zijn. Maar persoonlijk kijk ik met belangstelling uit naar de eerste inbreker die om deze reden een ondernemer durft te dagvaarden.

(Met dank aan Brenno de Winter.)