Leve de DNA-test

 Met het vol spugen van een plastic buisje helpt u niet alleen uzelf, maar de gehele mensheid. Critici hebben het mis: thuis je DNA testen is een potentiële zegen voor de gezondheidszorg. Door Arjan Dasselaar.

DNA-testen waren deze week in het nieuws, en niet per se positief. Ik verbaas me er al lang niet meer over dat de tv-makers in Hilversum pas geïnteresseerd raken in technologie of wetenschap als er een item vol welles/nietes over te maken valt.

Of, zoals zij dat zullen verwoorden in typisch Orwelliaans taalgebruik, ‘er sprake is van een controverse.’ Ach ja. Je zou je ook eens in een nieuwe technologie kunnen verdiepen als – doe eens gek – die voor het eerst beschikbaar komt.

DNA-test bij 23andme

Zo schreef ik bijna 3 jaar geleden al in het weekblad Elsevier over het bedrijf 23andme, dat (voor toen nog forse bedragen) een DNA-test aanbood. Ik was en ben enthousiast over dat bedrijf, al bieden ze een nieuwe, imperfecte technologie aan die dus logischerwijs ook beperkingen heeft.

23andme brengt uw DNA in kaart. Niet al uw DNA, want dat is nog te duur. Uw DNA bevat bijna 3,1 miljard zogeheten baseparen, oftewel minieme brokjes informatie. Van die enorme hoeveelheid brokjes brengt 23andme er slechts een krappe miljoen in kaart.

Slim geselecteerde variaties

Natuurlijk is dat miljoen wel slim geselecteerd. 23andme richt zich op de zogeheten SNP’s, DNA-punten waarop het erfelijk materiaal van mens tot mens varieert. Want uit die variaties, vermoeden wetenschappers, kun je ook sommige verschillen tussen mensen verklaren.

Het analyseren van het menselijk DNA staat nog in de kinderschoenen. En er zijn niet 1 miljoen SNP’s ontdekt, maar liefst 10 miljoen. Wie een thuis-DNA-test koopt bij 23andme (of concurrenten als deCODEme), koopt dus een product-in-ontwikkeling.

(Als klant van 23andme kan ik u vertellen dat je daar, zoals het hoort, ook uitentreure op wordt gewezen.)

Strijden tegen Parkinson

De thuis-DNA-test is een onvoltooide symfonie met enorme potentie voor een daverend slotakkoord. Kopers van zo’n test informeren niet alleen zichzelf, maar dragen ook bij aan de volksgezondheid. Concreet doet 23andme bijvoorbeeld onderzoek naar de slopende ziekte van Parkinson.

Dat werkt zo. Wie zich bij 23andme aanmeldt, wordt regelmatig gevraagd om allerlei enquêtes over de eigen gezondheid en leefstijl in te vullen. DNA staat immers niet op zichzelf: ook je eigen gedrag en je omgeving beïnvloedt wat er met jou en je gezondheid gebeurt.

Te laat voor mijn tante

23andme koppelt de informatie over wat er met mensen gebeurt – of ze bijvoorbeeld Parkinson krijgen – aan wat er in hun DNA staat. En ook aan gegevens over hun gedrag en omgeving. Daardoor ontstaan nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Zoals deze week de mededeling dat 23andme twee ontdekkingen heeft gedaan die ons begrip van de ziekte van Parkinson weer iets vergroten. Niet dat mijn aan deze ziekte lijdende tante daar nog wat aan zal hebben, want er is nog een hoop werk te doen. Maar dat werk gaat wel sneller door thuis-DNA-testen.

DNA-bedrijven kansen geven

Dit alles met de huidige, imperfecte testen. Dat belooft wat als die testen beter zullen worden. Iets wat gegarandeerd gaat gebeuren. Als de bedrijven die deze testen aanbieden, tenminste de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen.

Dat nu is nog maar de vraag. Ik ben zelf niet zo van de complottheorieën, maar het is een feit dat zowel Amerikaanse als Europese overheden niet goed weten wat ze met deze thuis-DNA-testen aanmoeten. De Britse geneticus Daniel MacArthur schreef een goed, kritisch artikel over wat haast een georganiseerde hetze tegen thuis-DNA-tests lijkt.

Koudwatervrees over nadelen

Opvallend in het artikel van MacArthur is de enorme focus op de mogelijke nadelen van DNA-tests, waarbij de koudwatervrees van artsen als ‘belastend bewijs’ wordt aangevoerd. Nu niet gelijk allemaal George Bernard Shaw aanhalen: wellicht vrezen ze gewoon voor de tere zieltjes van hun patiënten, die niet overweg zouden kunnen met zoveel complexe informatie?

Dan kan ik ze geruststellen. Een onderzoek gepubliceerd in de New England Journal of Medicine wees uit dat mensen die een DNA-test hadden laten doen, niet angstiger waren dan mensen die niet zo’n test hadden laten doen. Een ander onderzoek, naar angst bij kankerpatiënten die volledig inzage kregen in hun dossier, kwam tot vergelijkbare conclusies

(Wilt u zo’n test doen, overleg dan wel – zoals ik ook heb gedaan – eerst met uw huisarts. Dat is niet meer dan goed fatsoen.)

Hypochonders en DNA-tests

Natuurlijk, het valt niet uit te sluiten dat door thuis-DNA-tests hier en daar een hypochonder van munitie wordt voorzien. Wie ooit hypochonders heeft meegemaakt, weet overigens dat deze sowieso zelden gebrek hebben aan stof om over te klagen.

Maar wie kijkt naar de nadelen, moet ook de voordelen niet uit het oog verliezen. Het mag dan een jonge technologie zijn, nu al kunnen DNA-thuistests artsen helpen (waarschuwing: schaamteloze Amerikaanse emo-PR) bij het stellen van diagnoses. En nu al zorgen DNA-thuistests voor bijdragen aan de wetenschap en dus de volksgezondheid.

Dat belooft wat. De kwaliteit van deze tests verdubbelt ongeveer elke anderhalf tot twee jaar. Over tien jaar zijn deze dus minstens 32 keer zo goed. De grootste winst van DNA-thuistests moet nog komen. Als tenminste niet de angst regeert.

 

Tip de redactie