Minister Maxime Verhagen vindt het prima dat KPN Telecom extra geld wil vragen voor het gebruik van bepaalde diensten via mobiel internet. Logisch. De overheid verdient flink aan een oneerlijk mobiel internet. Door Arjan Dasselaar.

Als het aan minister Maxime Verhagen ligt, gaat het kopen van een rolletje touw voortaan zo:

‘Goedemiddag, ik wou graag 100 meter touw.’

‘Dat kan. Waar gaat u het voor gebruiken?’

‘Hoezo?’

‘Nou, naarmate het gebruik van ons touw u meer gemak brengt, rekenen we een hogere prijs. Dus als u met ons touw een auto gaat slepen, kost ons touw 10 euro per meter.'

'Maar gebruikt u uw touw alleen om de hond vast te binden, dan kunnen we u de scherpe prijs van 1 euro per meter bieden. Tenzij u geen hondenoppas kunt vinden, dan is het 5 euro, al geven we afnemers van onze knopenlegservice 10 procent korting.’

Jezelf opknopen

Een koper die op dat moment nog niet flauw is gevallen, stormt gegarandeerd de winkel uit. Wat gaat het de verkoper immers aan wat u met uw aanschaf doet? U betaalt per strekkende meter en of u zich nu met het touw opknoopt of er een zeilboot mee vastlegt gaat verder niemand iets aan.

Dit simpele principe was tot voor kort ook op internet van toepassing. U kocht toegang tot dit wereldwijde computernetwerk en wat u vervolgens met die toegang deed was uw zaak.

Natuurlijk betaalde u meer voor intensiever gebruik, zodat een ‘sneller’ internetabonnement meer kostte dan een langzaam abonnement. Logisch: de afnemer van de laatste verbruikt heel wat minder touw. Pardon, data.

Overal prijsstickertjes

Dit irriteert telecombedrijven enorm. Gewend als ze zijn niet alleen de infrastructuur aan te bieden, maar ook de diensten die via die infrastructuur te gebruiken zijn, willen ze maar wat graag prijsstickertjes plakken op elke internetbestemming die er is. Ook, of vooral, als ze die internetbestemming zelf hebben bedacht noch gebouwd.

Dat is niets nieuws, dat heeft KPN Telecom bijvoorbeeld altijd al gewild. Zo lanceerde deze telecomboer ooit ‘Het Net’, een quasi-internetaanbieder waarbij je maar een beperkt aantal sites kon bezoeken en niet naar het buitenland kon e-mailen. Echt waar.

Mislukt i-mode

Ook probeerde datzelfde KPN het met i-mode, een mobiele variant van quasi-internet. Ook hiermee konden gebruikers slechts een beperkt aantal digitale bestemmingen bezoeken. Zowel Het Net als i-mode flopten, al werd de mislukking van Het Net verdoezeld door die laatste snel om te bouwen tot normale internetaanbieder.

Twee diensten, alle twee mislukt. Je zou zeggen dat het heel duidelijk is wat de consument wil: internet zonder poespas en zonder infrastructuuraanbieder die bepaalt welke plekken je al dan niet met bijbetaling mag bezoeken. Maar helaas. KPN Telecom heeft weinig bijgeleerd.

Extra geld voor mobiel internet

Vorige week kondigde het telecombedrijf aan extra geld te willen gaan vragen voor bepaalde internetdiensten. Voorbeeld: u gebruikt uw duurbetaalde mobiele internetaansluiting voor internettelefonie, dan wil KPN graag even extra vangen. U belt immers niet meer via uw KPN-belbundel.

Zo lust ik er nog wel een. Als ik tomatenplanten koop bij de groenteboer en ik heb een goede oogst, ga ik de groenteboer echt geen toeslag betalen omdat ik nu minder verse tomaten uit zijn kraam nodig heb. Begin dan niet met de verkoop van tomatenplanten, meneer de boer.

Of maak gewoon die zaailingen duurder, als de markt dat althans toestaat. Maar laat niet uw klanten boeten voor uw domme zakelijke beslissingen. En wek al helemaal niet de schijn van prijsafspraken met collega-boeren.

Hotelkamer in uitgestorven oord

Lobbyisten van telecombedrijven zullen tegenwerpen dat het economisch gezien helemaal niet ongebruikelijk is om een hogere prijs te rekenen voor producten of diensten die meer in trek zijn. Dat klopt. Een hotelkamer in een stad waar net een grote conferentie plaatsvindt, zal meer kosten dan een hotelkamer in een uitgestorven oord.

Maar deze lobbyisten vergeten iets: de telecombedrijven bieden in dit voorbeeld niet de hotelkamer aan, hoogstens de weg ernaartoe. En zelfs dat niet. Telecombedrijven zijn slechts aanbieders van de oprit naar de digitale snelweg, een wereldwijd netwerk dat door tal van innovatieve ondernemers, maar ook universiteiten en andere nonprofitorganisaties, is gebouwd en groot gemaakt.

De vele interessante plekken langs die snelweg zijn er kortom voor het overgrote deel gekomen zonder de inzet van die telecomaanbieders. In het hotelkamervoorbeeld zijn deze bedrijven dus niet meer dan vervelende tollenaars die slagbomen om het al elders gefinancierde hotelbed plaatsen.

Bizarre houding van Verhagen

Wat verklaart dan de bizarre houding van minister Maxime Verhagen die het begrijpelijk vindt dat KPN Telecom wil optreden als tolpoortjesbouwer? Is dat de op Tweakers.net en Webwereld.nl geuite speculatie dat Verhagen een mooie bestuursplek bij KPN ambieert na zijn vertrek uit Den Haag?

Dat lijkt me onzin, en niet alleen omdat de ambities van Verhagen vermoedelijk wel wat verder reiken. De verklaring is simpeler. Verhagen heeft er alle belang bij dat bedrijven als KPN Telecom de consument kunnen uitpersen. Van de winsten die deze bedrijven maken, profiteren overheden namelijk ten volle: door mobiele zendfrequenties voor veel geld te veilen.

Vrije frequenties zijn noodzaak

Drie keer raden wat er gebeurt als Verhagen partij zou kiezen voor het rationele, faire standpunt van netneutraliteit, oftewel: het principe dat een internetaanbieder zich niet mag bemoeien met de manier waarop je je internetaansluiting gebruikt. Juist: mobiele aanbieders gaan minder geld verdienen en zullen dus minder willen investeren op veilingen van zendfrequenties.

De Tweede Kamer produceert ondertussen vooral symbolisch lawaai. Symbolisch, want een politieke partij die zich werkelijk hard maakt voor een vrij internet, zou in Den Haag pleiten voor een zogeheten schoonheidswedstrijd. Daarbij krijgt het telecombedrijf met het beste plan voortaan mobiele internetfrequenties. Gratis. KPN Telecom zal zo’n wedstrijd wellicht nooit winnen, maar de internetgebruiker wordt gegarandeerd nummer 1.

http://twitter.com/ArjanDasselaar