Geweldsporno rond Tristan

Alsof het drama rond de Alphense schutter Tristan van der Vlis al niet erg genoeg was, voegden diverse media lekkerbekkend virtuele geweldsporno uit computergames toe aan hun berichtgeving: kijk- en leescijfers in ruil voor demonisering van een legitieme hobby. Door Arjan Dasselaar

Het is bekend dat medicijnverslaafden vaak naar de weekendhuisarts gaan met rotsmoezen om toch vooral een nieuw receptje slaappillen te krijgen. Om die reden wordt de weekendhuisarts voortaan afgeschaft. En slaappillen trouwens ook.

Sommige pedofielen zoeken hun slachtoffers op kinderdagverblijven, zoals onlangs in Amsterdam helaas weer eens is gebleken. Daarom worden kinderdagverblijven verboden en moeten ouders hun kinderen voortaan thuis opvoeden.

Gevaar van schietspellen

Absurd? Ja natuurlijk. Nu maken we het even nog wat absurder. Wat dacht u van de redenatie: ‘Pedofielen voelen zich aangetrokken door kinderdagverblijven. Dus zijn kinderdagverblijven medeverantwoordelijk voor de daden van pedofielen.’

Dat is niet absurd meer, dat is totale waanzin. Toch wordt een soortgelijke redenering bij de Alphense schutter Tristan van der Vlis zonder omhaal toegepast: ‘Van der Vlis speelde het gewelddadige spel Call of Duty: Modern Warfare 2. Dus is dat spel (mede)verantwoordelijk voor de daden van Van der Vlis.’

Spelletjes als uitlaatklep

De waarheid zou natuurlijk ook omgekeerd kunnen zijn. Bijvoorbeeld dat gewelddadige mensen een uitlaatklep zoeken in dito spelletjes. En dat gewelddadige spelletjes ook gebruikers kennen, in meerderheid zelfs, waar geestelijk helemaal niets aan mankeert.

Geen redacteur die het in zijn hoofd zal halen om een artikel te schrijven of item te maken met als onderwerp: ‘Het kinderdagverblijf. Kweekvijver van pedofielen?’ Maar computergames mogen belasterd worden.

Vermoedelijk omdat veel redacteuren zelf geen games spelen, maar wel hun kinderen dagelijks afleveren bij zo’n georganiseerde kroostkudde.

Geen wetenschappelijk bewijs

‘Er is geen wetenschappelijk bewijs,’ zei communicatiewetenschapper Jeroen Lemmens dinsdagavond in het tv-programma Nieuwsuur over de schadelijkheid van games, toen presentator Twan Huys heel graag wilde horen dat zulk bewijs er wel was.

De titel van het Nieuwsuur-item: ‘De “invloed” van Call of Duty.’ Het bijschrift spreekt, in de beste tradities van neutrale journalistiek, over een ‘extreem gewelddadig’ computerspel.

‘Bloedbad Tristan’

Maar de benadering van Nieuwsuur was nog netjes vergeleken bij die van het AD en de Telegraaf. Het AD kopte met ‘Bloedbad Tristan lijkt griezelig veel op computerspel’. (Stevie Wonder lijkt erg veel op mijn schoenmaker, en toch timmert de laatste nooit op zijn vingers.)

Verlekkerd vertoonden vervolgens vrijwel alle media, waaronder Nieuwsuur, AD en Telegraaf, afgelopen week enkele gewelddadige scènes uit Call of Duty. Wat op zijn zachtst gezegd nogal opmerkelijk is als je bang bent dat van dergelijke beelden een negatieve invloed uitgaat.

Opportunistische kijkcijferjacht

De verklaring is vermoedelijk veel platter en opportunistischer. Een beproefde manier om kranten te verkopen en kijkcijfers te kweken is immers: maak je publiek bang voor iets nieuws dat ze zelf niet gebruiken.

Het gebeurde vroeger met strips, punkhaar en de Beatles, en tegenwoordig met Twitter, computerspellen en sociale netwerken.

Berichtgeving over Call of Duty is meer amusement dan journalistiek. Wat tot daaraantoe zou zijn als dit amusement niet zou schaden.

Maar je publiek opzadelen met onterechte zorgen om het gedrag van hun computerspelletjes spelende kinderen in de nasleep van een groot drama, is smakelozer en gevaarlijker dan alle exemplaren van alle edities van Call of Duty bij elkaar.

Tip de redactie