Europarlementariërs die de mond opentrekken over het gedrag van westerse bedrijven in Egypte hebben groot gelijk. En ze kunnen in hun eigen achtertuin meteen aan het werk. Door Arjan Dasselaar.

Ik heb geen aandelen in Vodafone. Omdat ik als journalist veel over ICT schrijf, heb ik zelfs helemaal geen aandelen in technologiebedrijven die zich met computers of telefonie bezighouden. Dat bespaarde me de afgelopen week een hoop werk. Anders had ik mijn aandelen namelijk moeten verkopen.

Vodafone blijkt zich in Egypte te gedragen als een burgemeester in oorlogstijd. Maar dan wel een nogal dubieuze burgemeester. Het bedrijf verspreidde propaganda in opdracht van de Egyptische regering. Om vervolgens daartegen te protesteren.

Kool, geit

Dat is vermoedelijk geheel conform de wensen van de meeste aandeelhouders van Vodafone, die graag kool en geit willen sparen: én omzet genereren, én lekker ethisch overkomen op de buitenwereld. Terwijl een werkelijk moreel verantwoorde oplossing uiteraard voorhanden was: weigeren.

Ja, natuurlijk had dat een hoop geld gekost. En ja, natuurlijk was de Egyptische overheid daar niet blij mee geweest. En ja, natuurlijk had de Egyptische overheid waarschijnlijk de lokale Vodafone-vestiging onmiddellijk genationaliseerd. Om met een blik ingenieurs van eigen bodem vervolgens alsnog die propaganda te versturen.

Vrij in de oorlog

Maar dat doet allemaal niet ter zake. De filosoof Jean-Paul Sartre schijnt ooit iets te hebben gezegd in de trant van: ‘Nooit waren wij zo vrij als in de oorlog.’ (Uw columnist scoorde zelfs op een goede dag met moeite een 2 voor Frans, overigens voornamelijk vanwege totale desinteresse en secundair vanwege de snor van de docent, dus ik heb dit niet kunnen verifiëren.)

Een keuze is namelijk pas echt een keuze als je ‘m onder druk heb moeten nemen. Het is niet zo moeilijk de moreel juiste beslissing te nemen als je er geen offers voor moet brengen. Maar hoe moeilijker het wordt om het juiste te doen, hoe meer iemand zich onafhankelijk en vrij toont door die moeilijke weg toch te kiezen.

Huilebalken

Vodafone koos de weg van de minste weerstand. Waarbij het enige begrijpelijke is dat men de veiligheid van de eigen medewerkers wilde waarborgen. Maar om vervolgens achteraf te gaan huilebalken is natuurlijk een gotspe. Klikt u vooral even op die link, en bemerk hoe Vodafone heel subtiel eerst concurrenten Mobinil en Etisalat de schuld geeft.

Terecht dus dat mensen zich aan Vodafone ergeren. Maar een beetje vreemd dat die mensen zich voornamelijk in het Europees Parlement lijken te bevinden. U weet wel, dat is dat clubje Europese volksvertegenwoordigers waarvoor meer dan de helft van het electoraat niet meer naar de stembus gaat.

Niet de baas

De Europese Unie (EU) is niet de baas over Vodafone. De Unie is – op bepaalde gebieden – de baas over Europa. Voor wat Vodafone in Egypte doet, heeft dat bedrijf toestemming nodig van drie partijen, en geen van de drie is de EU. Namelijk: de Egyptische overheid, de aandeelhouders en de klanten.

Immers, de Egyptische overheid maakt de wetten ter plaatse. Aandeelhouders bepalen welke koers het bedrijf vaart, en klanten beslissen op grond daarvan weer of ze diensten willen afnemen van Vodafone. Als er bij de telecomaanbieder iets gebeurt waar de Europese Unie het niet mee eens is, heeft de EU dus drie mogelijke keuzes.

Maar u weet ook wel dat de Europese Unie geen grote aandeelhouder van Vodafone gaat worden, noch alle Vodafone-abonnementjes gaat opzeggen En wat betreft het beïnvloeden van de Egyptische wetgeving: op Europa hoeven de Egyptenaren niet te rekenen bij hun pogingen Mubarak naar het Grote Hemelse Bejaardentehuis Voor Afgeserveerde Dictators te sturen. (De HARDBUT is nog niet klaar, blijkbaar.)

Bruine kroeg

Maar ik heb goed nieuws voor verontwaardigde europarlementariërs die graag willen werken aan een wereld waarin mobiele telefonie een product is dat je burgerrechten niet schendt. Ze hoeven zich niet blind te staren op een onmogelijke Egyptische missie, maar kunnen dichtbij huis beginnen: in Nederland.

Want hier ten lande wordt niet alleen vaker afgetapt dan in een doorsnee bruine kroeg, de politie gebruikt mobiele telefoons zelfs als peilzenders – zonder toestemming van de rechter-commissaris. Tot dusver heb ik de Europese Unie daar niet over gehoord. Maar dat is vast niet omdat het veel makkelijker is om je druk te maken over iets waar je toch niets aan kunt veranderen.