Gekookte hersens

Buitengewone claims vereisen buitengewoon bewijs. Dat draadloos internet slecht is voor planten, en bij implicatie dus ook voor andere vormen van leven, is daarom - vooralsnog - een zeer onwaarschijnlijk verhaal. Door Arjan Dasselaar.

Carl Sagan was in alle opzichten een bijzondere wetenschapper. Niet alleen populariseerde de man wetenschap op een manier waar de toch ook zeer vaardige Bas Haring nog een puntje aan kan zuigen, Sagan had een bijzonder open blik.

Zo achtte Sagan het heel waarschijnlijk dat er buitenaards leven bestaat, en schreef hij daar een boek over. Sagan verdiepte zich ook grondig in UFO’s (om te concluderen dat dit verschijnsel waarschijnlijk helemaal niets te maken had met ET’s die naar huis willen bellen).

Niet weten

Sagan weigerde ook het bestaan van een god uit te sluiten. Riskant voor een wetenschapper. Niet dat Sagan in een opperwezen geloofde. Maar Sagan vond dat je niets mocht claimen zonder daar hard bewijs voor te hebben. Over atheïsten – Sagan zelf was agnost, wat zoveel betekent als: ‘Ik weet het niet’ - merkte hij ooit droog op: ‘Die weten meer dan ik.’ Hij schreef ook daar trouwens een boek over.

Sagan had bovenal een pesthekel aan bijgeloof. Waaronder Sagan verstond: iets claimen waar geen bewijs voor is. U gelooft in de Paashaas? Bijgeloof. U gelooft in aliens van Zeta Reticulli? Bijgeloof. U gelooft in een naderend landskampioenschap voor Ajax? U raadt het al. Het zal u trouwens ook niet verbazen dat Sagan ook over dit thema een boek produceerde.

Wereldnieuws

Ik kan ze alle drie van harte aanraden. Nu meer dan ooit. Want wat ben ik geschrokken, toen ik donderdag op de site van Webwereld een artikel aantrof met de kop: ‘Draadloos internet maakt bomen ziek.’

Als dat klopt, is het wereldnieuws. En ik hoop dat u me even de tijd wilt gunnen om uit te leggen waarom. Computers communiceren met draadloze netwerken middels elektromagnetische straling. Het woord ‘straling’ alleen is voldoende om mensen in de stress te laten schieten, en dat is ten onrechte.

Tsjernobyl

Niet alle elektromagnetische straling is namelijk gevaarlijk. De straling die vrijkwam bij het Tsjernobyl-ongeluk, daar kunt u inderdaad het beste met een grote boog om heenlopen. Dit is zogeheten ioniserende straling.

‘Ioniserend’ wil zeggen dat de straling zo energierijk is dat deze in staat is om materie op atoom- of moleculair niveau te veranderen, door elektronen toe te voegen of te verwijderen. Mocht dit klinken als heavy stuff, dat is het ook.

Licht

Echter, heel veel soorten elektromagnetische straling zijn niet-ioniserend. Gelukkig maar. Want zonder elektromagnetische straling zouden we in de praktijk blind zijn. Of in elk geval vaak struikelen. Licht is namelijk ook een vorm van elektromagnetische straling.

De straling afkomstig van draadloze netwerken, waarover in het Wageningse bericht wordt gesproken, is evenmin ioniserend. Hier gaat het om microgolfstraling. Daarvan is bekend dat je er een beetje warm van kunt worden. Microgolfstraling wordt – in veel en veel grotere hoeveelheden dan in draadloze netwerken! – dan ook gebruikt in magnetrons om eten op te warmen.

Glazen water

Hier geldt de oude wijsheid van alchemist Paracelsus, die al zei: de dosis is het gif. Een glas water is gezond, honderd glazen water betekenen uw dood. Een minieme hoeveelheid warmte, veroorzaakt door een beetje microgolfstraling, is niet gevaarlijk. Zoals het niet gevaarlijk is om in een huis rond te lopen waar het 21 graden is.

Een huis waar het daarentegen 210 graden is, dat is een ander verhaal. De straling van een magnetron is zo talrijk dat ze u levensgevaarlijk zou kunnen verhitten: daarom is dit apparaat dan ook grondig afgeschermd en werkt ’t niet als het deurtje openstaat.

Zonnepanelen

Kan elektromagnetische straling een effect hebben op bomen en planten? Zeker, dat is zelfs een feit. Bomen en planten overleven immers door licht te gebruiken als energiebron: een proces dat fotosynthese heet. De mens doet trouwens iets soortgelijks met behulp van zonnepanelen.

Oftewel: ja, van elektromagnetische straling kun je het warm krijgen. Maar niet zomaar. Zoals het praktisch onmogelijk is om met een kaars een grote kerk te verhitten, zo is het hoogst onwaarschijnlijk dat de minieme hoeveelheid microgolfstraling afkomstig van draadloze netwerken allerlei negatieve effecten kan hebben op plantweefsel. Of menselijk weefsel, nu we toch bezig zijn.

Spectaculair

Als het Wageningse bericht deugt, is dat dus spectaculair. Waarom? Omdat het dan vrijwel zeker moet gaan om iets nieuws. Met ons bestaande begrip van niet-ioniserende elektromagnetische straling – en gelooft u mij, dat snappen we best goed – valt zo’n negatief effect namelijk niet te verklaren.

Het zal dan dus vermoedelijk moeten gaan om een geheel nieuw effect van microgolfstraling. Dat is nogal wat: de wetenschapsboekjes moeten dan worden herschreven. Dit is vaker gebeurd in de geschiedenis van de natuurkunde – maar het is nooit zomaar gebeurd.

Net mensen

Wetenschappers zijn net mensen: soms zien ze wat ze willen zien. Daarom eist de wetenschappelijke methode dat een goed onderzoek probleemloos door andere wetenschappers herhaald kan worden. Pas als veel wetenschappers na grondig experimenteel onderzoek op hetzelfde resultaat uitkomen, wordt het steeds waarschijnlijker dat de onderliggende theorie wel eens waar zou kunnen zijn.

Feit is dat er heel veel onderzoek is gedaan naar de schadelijke effecten van microgolfstraling afkomstig van mobieltjes en draadloze netwerken. Dat onderzoek wijst zeer consequent uit dat dit effect er niet is. Wetenschappers kijken daarbij naar de trend en niet naar een enkele uitschieter.

Guus Geluk

Een enkel onderzoek waaruit wel een effect blijkt, is interessant, maar niet voldoende. Een vergelijking: als u drie keer een 6 gooit met een dobbelsteen, is dat opvallend maar nog geen bewijs dat u een chronische geluksvogel bent. Zeker niet als u daarna duizend keer geen geluk hebt. Gooit u daarentegen van de duizend keer liefst negenhonderd keer een 6, dan gaan we eens praten. (En de dobbelsteen grondig onderzoeken of er niet mee geklooid is.)

In dit geval beschikken we niet eens over een onderzoek. Wageningen Universiteit heeft tegenover Webwereld een paar kruimeltjes informatie losgelaten – maar het is goede wetenschappelijke praktijk om een onderzoek te publiceren in een tijdschrift waar het eerst kritisch bekeken is door vakgenoten. Dat systeem heet peer review.

Wat het betekent dat dit nieuws al openbaar wordt voordat het dit strenge proces heeft ondergaan, maar we het onderzoek zelf helaas nergens nog kunnen vinden en dus ook niet kritisch kunnen bestuderen? Trek uw eigen conclusies. Het grote terugkrabbelen is inmiddels al begonnen.

Buitengewoon bewijs

Zoals Carl Sagan schreef: ‘Extraordinary claims require extraordinary evidence.’ En zo is het maar net. Je mag alles beweren, maar voordat het wetenschap heet, is het wel fijn als u met harde feiten komt, die ook overeind blijven nadat veel slimmere zeurpieten dan ik tweehonderdvierendertig kritische vragen hebben bedacht.

Dus: u gelooft in de Paashaas? Foto’s graag, en het liefst ook een ontmoeting met zijne eierheid (waarbij we graag even een MRI-scan willen maken, en ook een DNA-monster willen afnemen). U gelooft in kleine witte kereltjes met grote amandelvormige ogen? De kentekenplaat van hun schotel kunt u kwijt bij de redactie.

Bruine blaadjes

En dus ook: u meent dat draadloze netwerken schadelijk zijn voor de essen in uw tuin? Dan zien serieuze wetenschappers toch echt graag wat meer bewijs dan de nog in geen enkel wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerde observatie dat een paar planten bruine blaadjes kregen (en waarover de onderzoekers zelf notabene zeggen dat het misschien ook wel van fijnstof komt – lekker overtuigend!).

Wie met minder dan overweldigend bewijs genoegen neemt om alle bestaande kennis op dit gebied in de vuilnisbak te smijten, zou zo maar eens te lang met zijn hoofd in een magnetron kunnen hebben gezeten. Al heb ik daar helaas geen hard bewijs voor.

Tip de redactie