Ja, machines gaan ons leven overnemen. Maar dat is een heel ander soort bedreiging dan de gewelddadige revolutie die we door de Terminator-films geleerd hebben te vrezen. Door Arjan Dasselaar

De angst dat onze schepselen tegen ons in opstand komen, doordrenkt de westerse samenleving al geruime tijd. Het begon ooit met Mary Shelley’s Frankenstein, of misschien nog wel eerder, met verhalen over de golem.

Tegenwoordig kunt u voor uw portie technologieangst kiezen uit een keur aan depressieve sciencefictionfilms en –series, waarvan de Terminator-franchise toch wel het spectaculairst is.

Ballet

Ik ben er niet zo bang voor, al zou ik balletdansende robots van harte toejuichen. Het lijkt me vrij onwaarschijnlijk dat een computersysteem, zoals ‘Skynet’ in de Terminatorfilms, eerst zelfbewust wordt en vervolgens besluit tot een robbertje genocide.

Waarom? Nou, juist omdat het Frankenstein-complex, zoals biochemicus Isaac Asimov de angst voor rebelse apparaten noemde, zo dominant is. Je kunt geen staafmixer kopen zonder ‘Uit’-schakelaar: het ligt in de lijn der rede dat de voorzorgsmaatregelen bij het bouwen van slimme machines navenant strenger zullen zijn.

Domme apparaten

Nog even los van de vraag of machines op afzienbare tijd menselijke slimheid zullen gaan vertonen. Als u een aanhanger bent van Ray Kurzweil, bent u het wellicht niet met me eens, maar kunstmatige intelligentie is zoiets als kernfusie. Hoe langer erover gepraat wordt, hoe langer het duurt voordat het er komt.

Weliswaar worden er grote successen geboekt bij het ‘slimmer’ maken van computers, maar dan vooral bij het machines leren oplossen van heel specifieke problemen. Zoals hoe je iemand de informatie geeft die hij zoekt.

Boter, kaas en eieren

Computers zijn dan misschien bijzonder goed in het spelen van ‘Boter, kaas en eieren’, het blijkt nog steeds enorm lastig om een machine te leren dat vuur heel heet is en dus potentieel gevaarlijk. Of om een apparaat het verschil te laten zien tussen een spons en een stuk bananentaart.

Met veel pijn en moeite lukt het kapitaalkrachtige en slimme bedrijven als Google om een computer eenvoudige kunstjes te leren. Hoe je een stuk blik tussen een paar lijntjes laat rijden, bijvoorbeeld. Dat is een enorm stuk verwijderd van een androïde die de mens naar de kroon steekt.

Echte gevaar

En gek genoeg zit daar het echte gevaar van de opkomst van machines. Niet in slimme superapparaten die ons de baas zijn vanaf het moment dat we de knop hebben omgezet, maar in domme machines die na gigantische investeringen in staat zijn om een naar mensenmaatstaven doodsimpel klusje – het besturen van een auto – over te nemen.

Je kunt er namelijk op wachten dat, op het moment dat Google’s zelfrijdende auto eenmaal naar believen werkt, overheden binnen enkele decennia autorijden door menselijke bestuurders zullen verbieden. Of, op z’n best, zullen beperken tot afgebakende reservaten. Pardon: circuits.

Soort zoekt soort

En dat is niet alleen omdat de zelfrijdende auto het tegen die tijd beter zal doen dan menselijke chauffeurs. Nee, dat is ook – en vooral – omdat machines nu eenmaal het beste functioneren te midden van andere machines.

Een zelfrijdende auto laten rijden te midden van gemengd verkeer dat deels machinegestuurd en deels mensgestuurd is, is immers niet handig. Je moet zo’n auto dan leren rekening te houden met wispelturige humanoïden. Het is veel makkelijker – en extra veilig - om álle auto’s te voorzien van een stuurcomputer, en ze via radio hun rijgedrag met elkaar te laten afstemmen.

Geen keus

Nu heb ik geen enkel probleem met automatisering op het moment dat ik een keus heb. Maar in het geval van de zelfrijdende auto zal die keus voor mij, en u, worden gemaakt. En dat terwijl ik graag een stukje mag rijden (zoals deze, niet geheel compleet weergegeven, route in 2002).

Robots zullen het leven makkelijker maken, daarover heb ik geen twijfels. De echte vraag is: maken ze het leven misschien zó makkelijk dat er straks geen lol meer aan is?

Misschien is dat wel de echte strategie van een kwaadaardig Skynet: de mensheid zover krijgen dat ze zich dood verveelt.