Alsof je een roedel bloedhonden loslaat in een worstfabriek, zo stortten tal van partijen zich afgelopen week op T-Mobile. En dat allemaal dankzij Youp van ’t Hek. Door Arjan Dasselaar

Ik ben geen fan van T-Mobile. U hoeft mijn voicemailbericht op mijn mobieltje daarvoor niet af te luisteren. Al zou u als u dat wel zou doen, te weten komen dat ik mensen al geruime tijd adviseer maar mijn vaste telefoonlijn te bellen.

Aan mijn muur hangt een aftelklok, gejat van de NASA. Die geeft tot op de seconde nauwkeurig aan wanneer mijn T-Mobile-abonnement verloopt. Voor dat moment heb ik tevens een krat champagne en dansmariekes besteld. De champagne drink ik alleen op: een ergere kater dan T-Mobile kan het nooit opleveren.

Klantenservice

Hoewel de (zakelijke) klantenservice van T-Mobile altijd even voorkomend en vriendelijk is, zijn de medewerkers meestal niet bij machte echte problemen op te lossen.

Zoals daar zijn: bestelde maar niet geleverde telefoons, en natuurlijk het netwerk zelf, dat brakker is dan het water in het Verdronken Land van Saeftinghe.

Column van Youp

Ik kan me dus heel goed voorstellen dat je volkomen uit je plaat gaat als je zoon niet krijgt waar hij recht op, want voor betaald, heeft: een werkende telefoon. Zo bezien kan ik me de column van Youp van ’t Hek nog wel voorstellen.

En ik geef toe dat ik zelf enigszins likkebaardend het schouwspel gadesloeg. Niet uit professionele, maar uit emotionele overwegingen. Want wat ben ik het zat, dat bedrijven niet doen wat ze beloven.

Geen underdog

In de loop van dinsdagavond kantelde dat gevoel. Niet wegens sympathie voor T-Mobile-als-underdog. Een groot bedrijf dat ruimschoots de kans heeft gehad om zijn problemen op te lossen maar ze nog altijd niet wenst te erkennen, verdient geen sympathie.

Maar wel omdat ik me niet aan de indruk kon onttrekken dat niet alle verontwaardiging rondom T-Mobile even oprecht was. En omdat tal van personen en bedrijven zich met de kwestie gingen bemoeien ter meerdere glorie en eer van zichzelf.

Lekker scoren

Immers, je kunt scoren met kritiek op T-Mobile. Je zit zo bij Pauw en Witteman, en staat binnen de kortste keren op de voorpagina van NU.nl. Handig als in dezelfde week een nieuwe serie theatershows begint.

Je kunt ook scoren met cijfertjes over de gevolgen van de kritiek op T-Mobile. Dan gooi je een persbericht de wereld in met de weinig verbazingwekkende mededeling dat de actie van Van ’t Hek niet goed is voor T-Mobile (joh). En je kunt zelfs scoren door daar dan weer op te mopperen.

Bloedzuigende muggen

Ik word er een beetje droef van. Voor je het weet zijn er ook columnisten van NU.nl die zonodig in het weekend weer een stukje moeten tikken over ’s lands meest gehate telecombedrijf. (Oh wacht.)

We zijn, ik incluis, niet veel beter dan muggen, die zich hebben vastgezogen in de taaie huid van een telecombedrijf dat ook na deze actie zijn gedrag niet duurzaam zal verbeteren. Zelf profiteren we daarvan – het bloed van T-Mobile smaakt altijd - maar de klanten van T-Mobile? Ik vraag het me af.

Radicaal breken

De waarheid is natuurlijk dat er een reden is dat bedrijven slechte service leveren, en die reden zijn wij: hun klanten. Ik heb er op deze plek eerder over geschreven. We zijn als klant niet bereid om bedrijven die wel service verlenen, te belonen.

Noch zijn we bereid om onze conclusies te trekken als een bedrijf in gebreke blijft. Liever tikken we nog weer een briefje naar TROS Radar, in de hoop dat de onverbeterlijken hun leven beteren.

Vreemdgaan

Dankzij ’s lands kabel- en telecombedrijven – al tien jaar goed voor items in consumentenrubrieken – zou u beter moeten weten. Nederlandse klanten gedragen zich als de bedrogen partner in een relatie met een notoire vreemdganger die keer op keer beterschap belooft maar wiens gedrag nooit wijzigt.

Zolang we niet radicaal breken met de T-Mobiles en UPC’s van deze wereld, in plaats van weer een consumentenactie te starten, zal er nooit wat veranderen. En blijft u columnisten zoals ik, en cabaretiers als Youp, daarmee een goedbelegde boterham bezorgen.

Waarvoor dank.