Digitale criminaliteit is reëel, groeit in omvang en richt veel leed aan. Dat feit mag niet gebagatelliseerd worden. Ook niet met goede bedoelingen. Door Arjan Dasselaar

Ooit al eens ongewenste software op uw computer gehad? Het antwoord is bijna zeker ‘ja’. Virussen die informatie wissen zijn tegenwoordig relatief zeldzaam. Maar Trojaanse paarden die u middels uw computer bespioneren, des te talrijker.

Het is eigenlijk een raadsel waarom we hiervan geen aangifte doen. Goed, de personen die onze privacy schenden, zitten vaak in Wit-Rusland of China, en hebben (als we geluk hebben) meer belangstelling voor onze creditcardnummers dan voor de persoonlijke geheimen in ons dagboek.

Boef

Maar welbeschouwd is het een inbraak. Achter computers brengen we een groot deel van ons leven door. Spyware is vergelijkbaar met een boef die, terwijl u niet thuis bent, door de documenten in uw studeerkamer bladert. En ook bij de la met liefdesbrieven had gekund.

U loopt fysiek geen enkel gevaar maar u houdt er gegarandeerd een bijzonder onplezierig gevoel aan over.

Op de computer van een vriendin die in een scheiding lag, trof ik enige tijd geleden dergelijke spyware aan. Die was daar door iemand – vermoedelijk haar ex – opgezet om hem te helpen tijdens de rechtszaak, waarin opeens allerlei vertrouwelijke documenten opdoken. Uit schaamte is er nooit aangifte van gedaan.

Groeiende digitale criminaliteit

Dit soort zaken eindigt dus niet in de statistieken. Net zomin als de spyware die u regelmatig verwijdert. Niettemin groeit de digitale criminaliteit volgens diezelfde statistieken wel degelijk, meldde NU.nl afgelopen week.

Procentueel gezien niet zo’n beetje ook, al is dat natuurlijk misleidend. Als er bijna geen aangiftes worden gedaan, is een verdubbeling relatief makkelijk te realiseren.

En toch moet je zo’n signaal serieus nemen. Als van ‘lichte’ vergrijpen zoals computervredebreuk al geen aangifte wordt gedaan - bijvoorbeeld omdat ze u op het wijkbureau glazig aankijken – is datgene wat wel in de statistieken eindigt, waarschijnlijk des te ernstiger.

Kapitale denkfout

Het is misschien verleidelijk om maar te doen alsof het allemaal wel meevalt, bijvoorbeeld omdat je bang bent dat niet nader te noemen justitiefiguren (hoi, Ernst!) anders steun krijgen voor allerlei vrijheidsbeperkende wetsvoorstellen.

Ogenschijnlijk maakten de langharige juridische hippies van Bits of Freedom (BoF) deze kapitale denkfout. Op het blog van BoF leek het er namelijk op dat de toename van het aantal digitale misdaden nogal werd gebagatelliseerd.

‘Waar hebben we het over’

Dat leid ik althans af uit de zin: ‘Waar hebben we het eigenlijk over? Over 0.0007procent van alle criminaliteit in Nederland.’ Een redelijk curieuze uitspraak, want BoF lijkt hier het geregistreerde aantal aangiftes te verwarren met de niet-geregistreerde werkelijke omvang van digitale criminaliteit.

Hopelijk heb ik het bovendien verkeerd begrepen dat BoF het aantal digitale misdrijven in een percentage uitdrukt om daarmee te impliceren dat het allemaal niet zoveel voorstelt. Dat zou namelijk grenzen aan het beledigen van slachtoffers.

Want alsof absolute aantallen iets zeggen over de zwaarte van het misdrijf of de impact op het slachtoffer. Hoeveel aangiftes van fietsendiefstal of vermiste zonnebrillen omwille van de verzekeringsuitkering kent Nederland? Dat aantal ligt vast hoger dan het aantal gepleegde moorden, terwijl toch niemand zal willen beweren dat de roof van Ray-Bans ernstiger is.

Bespioneerd

Ik vraag me af of het veel troost was voor mijn vriendin dat het misdrijf waardoor ze in haar eigen huis bespioneerd werd via de computer, ‘slechts’ 0,00007 procent van de Nederlandse misdaadstatistieken uitmaakt. Eigenlijk valt ze zelfs buiten dat percentage – ze wilde immers geen aangifte doen.

Je hoeft het bestaan van misdaad niet te ontkennen om tegen al te draconische, vrijheidsbeperkende wetgeving te zijn. Dat is Bits of Freedom vast met me eens. Het alternatief is namelijk dat je blijkbaar vindt dat misdaad alleen met draconische maatregelen kan worden bestreden. Ik geloof dat niet, en BoF vast ook niet.

Meer scholing

Er valt veel te winnen binnen de bestaande bevoegdheden. Die worden nog lang niet voldoende benut door gebrek aan menskracht. Dat zorgt op zijn beurt voor cynisme bij het slachtoffer. Pas als aangifte tot vervolging leidt, moedigt dat burgers aan om naar de politie te stappen.

Het helpt ook niet dat kennis van internet en digitale criminaliteit niet echt het sterkste punt is van de politie. Als auteur van het Handboek Digitale Criminaliteit weet ik uit de praktijk dat er veel kennislacunes zijn bij de politie.

Grond intrappen

Ik ben het met Bits of Freedom eens als de organisatie stelt dat ze ‘minder enthousiast [zijn] over het recent gelanceerde wetsvoorstel versterking bestrijding cybercriminaliteit, dat een gevaar is voor de vrijheid van meningsuiting en privacy op internet, en waarvan nut en noodzaak niet is bewezen.’

Maar kunnen we de strijd voor een vrij internet alstublieft wel voeren zonder slachtoffers nog verder in de grond te trappen onder de in dit geval nogal ironische aanduiding ‘nuance’?