Gevaarlijk spel is op internet niet altijd rood, maar soms oranje. Althans in het geval van Google, dat de Chinese dictators halfhartig probeert pootje te haken. Weet deze Amerikaanse burgemeester in oorlogstijd waar hij mee bezig is? Door Arjan Dasselaar

Vanuit buitenspelpositie toch proberen nog doelpunten te scoren. Weet u het nog? Google verkaste eerder dit jaar virtueel van Peking naar Hong Kong, een gedeelte van China waar enige vrijheid heerst.

Zo krijgt in Hong Kong de Chinese religieuze groepering Falun Gong iets meer vrijheid dan in de rest van China. Al is die aan erosie onderhevig. En kan Google er een zoekmachine draaiende houden die niet in een kramp schiet als iemand zoekt op ‘het Plein van de Hemelse Vrede’.

Bang voor Hu Yaobang

Het Tiananmen-plein, zoals het ook wel heet, is de plek waar de Chinese overheid in 1989 een uiterst bloedig einde maakte aan een studentenopstand. Die opstand werd ingegeven door het overlijden van Hu Yaobang, de hervormingsgezinde secretaris-generaal van de Communistische Partij.

Het is 2010 en nog steeds zijn de Chinese machthebbers bang voor een herhaling. Hu Yaobang heeft nog steeds fans. De Chinese premier Wen Jiabao publiceerde op 15 april 2010 in de staatskrant Renmin Ribao opeens een lovend artikelover Hu Yaobang.

Nieuwe escalatie

Hu Yaobang is nog altijd populair en de Chinese regering kijkt dus wel uit om een nieuwe escalatie te riskeren. Het artikel in de staatskrant werd dan ook door sommigen opgevat als een poging de fans van Hu Yaobang enigszins stroop om de mond te smeren.

Ik moest aan Hu Yaobang denken toen ik gisteren las dat de Chinese overheid zoekmachine Google een nieuwe vergunning verleent. In China heb je een zogeheten ICP-licentie nodig om een website te mogen drijven.

Terugtrekking uit China

Die vergunning maakt het mogelijk dat Google in China actief blijft. Dat wil Google ook graag, ondanks de met veel poeha aangekondigde terugtrekking van de Chinese markt in januari.

Toen deelde Google mee niet langer actief mee te zullen werken aan het Chinese censuurbeleid. Wie tot dan toe met de Chinese Googlesite Google.cn zocht, kreeg door Google gecensureerde resultaten te zien.

Doorsturen naar Hong Kong

In maart begon Google met het doorsturen van bezoekers van Google.cn naar de ongecensureerde site Google.com.hk. Dat was lovenswaardig, maar het resultaat na het verlenen van de ICP-vergunning begint meer te lijken op koorddansen boven een bak vol haaien.

Ten eerste omdat China nu zelf de censuur toepast die Google achterwege laat. Vanuit China gebruikmaken van Google.com.hk kan, maar wie onwelgevallige zoektermen gebruikt, krijgt alsnog nul op het rekest. De Chinese overheid filtert namelijk al het internetverkeer.

Prijs voor vergunning

Ten tweede omdat Google – hoe ironisch in een communistisch land – een prijs heeft moeten betalen voor de begeerde ICP-vergunning. Het bedrijf stuurt bezoekers niet meer automatisch door van Google.cn naar Google.com.hk. Bezoekers van Google.cn kunnen nog wel doorklikken.

Dat klinkt als een kleine verandering. En het is heel goed mogelijk dat de Chinese overheid genoegen heeft genomen met een kleine, bijna symbolische knieval van Google in ruil voor de vergunning. De Chinese overheid houdt, net als bij de casus Hu Yaobang, niet van publieke escalatie. En die zou er bij een weigering zeker zijn gekomen.

Knieval

Toch heeft deze kleine knieval van Google twee nare bijwerkingen. Zo heeft de Chinese overheid er een argument bij om ‘dissidenten’ aan te pakken die van Google.cn doorklikken naar Google.com.hk. Want daar hebben ze dan expliciet voor gekozen.

Bovendien zal het verkeer naar Google.com.hk dalen, al was het alleen maar omdat met elke extra actie die je van een internetgebruiker vraagt, het enthousiasme evenredig afneemt. Oftewel: deze concessie kost Google dus nog meer zoekmachinemarktaandeel in China.

Dat aandeel was al fors gedaald na de beslissing om niet langer te censureren: van 35,6 naar 30,9 procent in het eerste kwartaal van dit jaar. Ook wordt Google niet rijk van China: volgens Merrill Lynch mag het bedrijf blij zijn als het dit jaar 1 procent van zijn omzet uit China haalt.

Bruggenhoofd

Beleggers zijn nochtans blij met de vergunning die Google heeft gekregen. Dat komt wellicht doordat Google zonder de ICP-vergunning waarschijnlijk op geen enkele manier nog een bruggenhoofd op de Chinese markt zou kunnen handhaven. En dat bruggenhoofd zal Google nodig hebben, om snel de economische kansen te grijpen die ontstaan mocht in China ooit een democratie van de grond komen.

Google wil de eigen idealen dienen en tegelijkertijd niet elke kans op commercieel succes op de Chinese markt verspelen. Dat is lastig. Zoals Hollanders bij uitstek weten, en lezers van Mattheüs 6 vers 24 ook, kan geen mens tegelijkertijd én koopman én dominee zijn. De stoplichten voor de geloofwaardigheid van Google staan dus weliswaar nog niet op rood, maar wel op oranje.