De bibliotheek van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging kondigde een vreemd initiatief aan: alle Twitter-berichten die sinds de oprichting van deze webdienst zijn gepubliceerd, worden gearchiveerd. Een goed idee, want je kunt niet genoeg flauwekul bewaren. Door Arjan Dasselaar

Ik heb een hekel aan Hyves. Het is nogal kinderachtig van me, maar een computerspel waarin ik met een blusvliegtuig een zoutwaterbombardement op het serverrack van Hyves kan uitvoeren, zou ik gelijk kopen.

De pure truttig- en onbenulligheid van wat op Hyves voor vermaak doorgaat, doet zeer aan mijn tanden, inclusief die ene kies waarvan de zenuw inmiddels is afgedicht met een flinke dosis cement. Hyves, de site voor mensen die denken dat lekker koken uit een pakje Kip Siam van Knorr komt. Ik krijg er jeuk van.

Niet eens

Dat zullen velen niet met me eens zijn, net zomin als ik het met nogal wat mensen oneens ben die zich opwinden over de onbenulligheid van Twitter. Waar zij geklets zien, zie ik mensen die proberen bestaande relaties te bestendigen en nieuwe te vormen. En mensen die elkaar proberen te helpen.

Eigenlijk maakt het niet uit wie er gelijk of ongelijk heeft. Van belang is alleen dat sommige mensen Twitter belangrijk vinden, anderen Hyves, en weer anderen ongetwijfeld op nog weer andere sociale websites.

Geschiedenis in wording

Dergelijke sites zijn plekken geworden waar mensen bij elkaar komen, van elkaar leren, en waar dus een deel van onze geschiedenis ligt. En soms ook wordt geschapen, in de vorm van nieuwe plannen die er worden gesmeed.

Logisch dus dat de bibliotheek van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging, de Library of Congress, heeft besloten om alle Twitter-berichten sinds het begin van deze dienst te archiveren. Geschiedenis of geschiedenis in wording: je moet het hoe dan ook bewaren.

Koffiehuis, theepaleis, biertent

Uiteraard was er – ironisch genoeg op Twitter – geen gebrek aan kritiek op het besluit. Maar dan niet vanwege vermeende privacybezwaren, doch vooral omdat men de relevantie van het archiveren van Twitter-berichten niet zag.

Immers, de Library of Congress archiveert ook geen discussies in koffiehuizen, theepaleizen of biertenten. Waarom dan wel de sociale verhandelingen van tientallen miljoen aardlingen op Twitter archiveren?

Niet mogelijk

Het antwoord daarop is nogal praktisch, en dus prozaïsch: omdat het laatste simpelweg niet mogelijk is. Anders hadden geschiedkundigen graag eerder gepleit voor dit soort archiveringsacties.

Er zijn historici in overvloed die maar wat graag inzicht zouden willen krijgen in wat er in een speakeasy in het Chicago van de jaren twintig van de vorige eeuw omging. Of wat er op de Atheense Agora zoal werd besproken tijdens de Peloponnesische oorlogen. Of wat er werd gezegd in de kroegen van Rotterdam de dag dat Pim Fortuyn werd vermoord.

Prehistorische camera’s

Maar dergelijk materiaal is er niet, simpelweg omdat er geen technologie is die het mogelijk maakt om al die gebeurtenissen een beetje ordentelijk te registreren. Het ophangen van camera’s in alle cafés van de hoofdstad is al godsonmogelijk. Laat staan het notuleren van alle conversaties die in de Griekse oudheid plaatsvonden.

Twitter, Hyves, Facebook en noem het allemaal maar op: ze zijn niet alleen verzamelplaatsen voor eindeloos gezwam, maar ook een dankbare spons voor de tijdgeest. Die er door historici eenvoudig weer uitgeknepen kan worden om in een flesje voor de eeuwigheid te worden geconserveerd.

Wijze mensen

En dat is precies wat de Library of Congress gaat doen. Daar werken erg wijze mensen, die hebben onderkend dat geschiedenis datgene is wat mensen ervan maken, en zelfs de grootste onbenulligheid van Twitter dus een rijke bron van kennis voor toekomstige historici zal vormen.

En toch hou ik een beetje mijn hart vast in vrees voor de dag dat ook Hyves wordt opgenomen in een belangrijke bieb. Maar over dat statement mogen toekomstige internetsociologen zich eveneens buigen – op basis van het volledige archief van NU.nl dat de Koninklijke Bibliotheek nu ieder moment gaat aanleggen. Toch?