Het begin van het strafproces tegen Geert Wilders zorgt voor de nodige spanningen, ook op internet. Critici van Wilders worden aangevallen, maar de aanvallers zelf ook. Is dat nou vrijheid van meningsuiting? Door Remy Chavannes

Vorige week woensdag begon bij de Rechtbank Amsterdam het strafproces tegen Geert Wilders wegens aanzetten tot haat en groepsbelediging van moslims. Het partijkader moest verplicht demonstreren, maar de grote leider werd kwam binnen via een achteringang.

Kans

Het proces is een kans voor Wilders om zijn islamkritiek voor een nationaal publiek te uiten. Tegelijkertijd zal Wilders het proces zien als een bedreiging, want er zijn genoeg potentiële PVV-stemmers die zich door een strafrechtelijke veroordeling laten afschrikken.

Diezelfde avond waren Peter R. de Vries en strafadvocaat Peter Plasman te gast bij Pauw en Witteman:

De Vries had stevige kritiek op Wilders (“een gevaarlijke volksmenner in de dop”) en op de bereidheid van Bram Moszkowicz om Wilders te verdedigen.

Haatmails

Die kritiek kwam De Vries op haatmails te staan van Wilders-aanhangers. Op zijn weblog publiceerde De Vries daaruit een weinig opbeurende bloemlezing.

Opmerkelijk aan de actie van De Vries was dat hij niet alleen citeerde uit de dreigmails (“ik hoop dat iemand uit de onderwereld jou kop er af schiet, vuile nsb’er”, enzovoorts), maar ook naam en e-mail adres van de afzenders erbij publiceerde.

Opkijken

Publicatie van de naam van de afzenders op zich vind ik goed verdedigbaar. Als je haatmail naar een journalist stuurt, moet je niet raar opkijken als dat openbaar wordt. Ingezonden brieven zijn er om afgedrukt te worden.

Er zit bovendien een doel achter. Het is triest en nieuwswaardig dat iemand die op tv kritische opmerkingen over Wilders maakt, meteen ziek- of doodgewenst wordt door aanhangers van Wilders. Zo’n gang van zaken heeft een verkillend effect op het publieke debat over Wilders, omdat mensen minder snel in het openbaar kritisch over Wilders zullen zijn.

Bedreiging

Daarmee vormt de ongebreidelde vloek- en verwenszucht van de Wilderista’s niet een uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting, maar een regelrechte bedreiging daarvan. Ook tegenstanders van Wilders hebben het recht vrij en onbedreigd te zeggen wat zij vinden.

Dat De Vries het volledige email adres erbij publiceerde heeft daarentegen wel iets weg van eigenrichting. Hij stelt die mensen op zijn beurt wel bloot aan represailles. Ook aso’s hebben rechten.

Weglakken

Een journalistieke noodzaak om de e-mail adressen erbij te publiceren zie ik niet. Het maakt zijn bericht weliswaar wat authentieker, maar een paar letters weglakken had evengoed gekund.

De Wet bescherming persoonsgegevens kent bepaalde uitzonderingen voor journalistieke activiteiten, maar die geven journalisten geen vrijbrief burgers – ook al hebben die zich misdragen – publiekelijk aan de schandpaal te nagelen.

Misdaadjournalist schendt privacy van bedreigers, met andere woorden. Op zich een mooie zaak voor het College bescherming persoonsgegevens, al heeft die meer sympathieke slachtoffers van privacyschendingen te beschermen.