De gehackte klimaatmails van de Britse Climatic Research Unit bewijzen niet dat het broeikaseffect niet bestaat. Maar wel dat in het internettijdperk geheimzinnigheid niet langer wordt getolereerd. Door Arjan Dasselaar.

Op het moment dat de linkse komiek Jon Stewart klimaatwetenschappers de oren wast voor wat als een rechts stokpaardje wordt gezien, is er iets aan de hand.

Stewart bekritiseerde in The Daily Show klimaatwetenschappers vanwege de inhoud van de zogeheten CRU-mails.

Die CRU-mails,  vernoemd naar de Climatic Research Unit van de Britse University of East Anglia, bevatten correspondentie van een aantal beroemde klimaatwetenschappers. CRU zelf is een van ’s werelds meest vooraanstaande klimaatonderzoeksinstituten.

Stevige uitspraken

De kritiek van Stewart is te begrijpen. De klimaatwetenschappers doen nogal stevige uitspraken waarmee ze impliceren dat ze geen openheid van zaken willen geven over de exacte aanpak van hun onderzoek.

Dat is goed nieuws voor zogeheten klimaatsceptici, mensen die denken dat klimaatwetenschappers ernaast zitten als ze zeggen dat de aarde opwarmt door menselijke CO2-uitstoot. Deze sceptici hebben klimaatwetenschappers namelijk jarenlang beschuldigd van tegenwerking.

Bloemlezing

Nu lijken ze in elk geval wat betreft die tegenwerking deels gelijk te krijgen. Een kleine bloemlezing:

‘Ik heb geprobeerd om de behoeftes van de wetenschap en van het IPCC [het orgaan dat namens de VN klimaatonderzoek doet, AD] met elkaar in balans te brengen, maar ze zijn niet altijd hetzelfde.’ 

‘Ik zie het niet gebeuren dat deze onderzoeken in het IPCC-rapport verschijnen. Kevin en ik zullen ze eruit houden. Ook al moeten we herdefiniëren wat de collegiaal getoetste literatuur is.’ 

‘De [klimaat-, AD]sceptici hebben blijkbaar een ‘coup’ gepleegd bij [het tijdschrift, AD] ‘Climate Research’. Misschien moeten we onze collega’s aanmoedigen om niet langer artikelen bij dit blad aan te bieden.’

Geen samenzwering

Zijn deze e-mails het bewijs van een wereldwijde samenzwering onder wetenschappers om het publiek ten onrechte wijs te maken dat de aarde opwarmt, zoals op sommige rechtse sites wel wordt gesuggereerd?

Nou, nee. Wie de mails goed leest, krijgt sterk de indruk dat de wetenschappers wel degelijk zelf achter hun waarnemingen staan. Wat niet wil zeggen dat er geen probleem is.

Agressief groepsdenken

En dat is het gevaar van ‘group think’, de neiging van mensen die veel samenwerken om te geloven dat er maar één mogelijke versie van de waarheid is, en iedereen die deze versie niet wenst te onderschrijven, te beschouwen als de vijand.

De agressiviteit waarmee klimaatwetenschappers blijkens de CRU-mails reageren op hun critici heeft me verbijsterd. Dit zijn mensen die voor de wetenschap hebben gekozen, een discipline die discussie zou moeten koesteren. Daaronder valt niet: elkaar mailen om critici buiten te sluiten.

Karl Popper

Bijna elke wetenschapper krijgt bij zijn opleiding te maken met de Oostenrijkse filosoof Karl Popper. Die stelde vorige eeuw vast dat wetenschappers het gevaar lopen om vooral op zoek te gaan naar manieren om zichzelf gelijk te geven.

In plaats daarvan moet een wetenschapper regelmatig proberen zijn stellingen onderuit te schoppen, zegt Popper. Overleeft een theorie dergelijke aanvallen, dan is de kans groot dat ze waar is – al kun je daar nooit helemaal zeker van zijn.

Eeuwige twijfel

Eeuwige twijfel is de basis van alle wetenschap en daarom heeft het me vaak verbaasd hoe graag sommige klimaatwetenschappers erop hameren dat ‘er consensus is’ over de menselijke rol in de opwarming van de aarde. Of er consensus is, is strikt genomen niet relevant. Wie de beste argumenten heeft, wel.

Alleen: om te kunnen bepalen of een ander deugdelijk wetenschappelijk werk heeft geleverd, moet je kunnen nagaan hoe die ander tot zijn conclusies is gekomen, en op basis van welke exacte gegevens.

Brondata weggegooid

En daarom is het onverteerbaar dat CRU bijvoorbeeld niet langer over de brondata  blijkt te beschikken waarop sommige van haar onderzoeken zijn gebaseerd.

In weerwil van het gebrul op sommige sceptische sites is dit probleem overigens oplosbaar. De gegevens kunnen opnieuw worden samengesteld. Maar: dat gaat wél jaren duren.

In de tussentijd zal het weggooien van deze informatie ongetwijfeld voeding blijven geven aan allerlei overspannen samenzweringstheorieën over hoe klimaatwetenschappers de boel bedonderen. Internet maakt mensen niet alleen assertief, het maakt ze ook wantrouwend als informatie er niet is.

Verbetenheid

Zeker een aantal van deze wetenschappers heeft dat aan zichzelf te danken. Ik volg het klimaatdebat al een behoorlijke periode, en de verbetenheid waarmee bijvoorbeeld de Canadese klimaatscepticus Steve McIntyre is dwarsgezeten, heeft me verbaasd.

McIntyre moet vaak lang, ja: erg lang, zeuren voordat hij gegevens loskrijgt van een onderzoeker.

McIntyre kan er misschien naast zitten met zijn scepsis – hoewel hij tenminste twee keer een interessant punt te pakken had – maar het is niet de taak van klimaatwetenschappers om dat bij voorbaat voor andere onderzoekers te bepalen.

Ad hominem

Noch om ze te diskwalificeren op ad hominem-gronden, zoals het feit dat McIntyre voor de olieindustrie heeft gewerkt.

Heel wat klimaatwetenschappers danken hun dagelijks brood aan het gevaar dat momenteel in het broeikaseffect wordt gezien. Zijn ze daarom ook bij voorbaat verdacht?

Juist als wetenschappers elkaar toestaan om over en weer onderzoek te controleren, wordt het minder belangrijk door wie ze worden gefinancierd.

Het is daarom tijd dat (klimaat)wetenschappers beginnen die openheid te geven, en voortaan alle datasets van elk onderzoek openbaar maken.