Twee weken geleden mocht ik op deze plek uitleggen op welke manier pogingen tot directe democratie in Nederland om zeep worden geholpen. Daarom is het nu tijd voor een tegenvoorstel: hoe het ook kan. Door Arjan Dasselaar.

Waarschuwing: wat u hierna gaat lezen, is idealistisch, zou bij invoering tal van praktische bezwaren opleveren, en is eigenlijk gewoon niet haalbaar. Althans niet totdat veilig stemmen via internet realiteit wordt.

Maar in een wereld waar ruimte is voor mensen die geloven in bovennatuurlijke krachten, eeuwige liefde en de kans dat Ajax ooit nog weer wat gaat voorstellen, moet ook maar een plekje bestaan voor naïeve liberaal-democraten.

Komt ‘ie dan hè.

1. Macht alleen afstaan per contract.

In een echte democratie ligt de macht bij de burger. Alle beslissingen worden daarom genomen op basis van een publiek debat met een daarop volgend referendum-nieuwe-stijl. Aan deze stemmingen kunnen zowel individuele burgers als volksvertegenwoordigers deelnemen. Nee, er kan niet dubbel worden gestemd, zoals verderop duidelijk zal worden.

Waarom komen volksvertegenwoordigers aan de orde in een pleidooi voor meer directe democratie? Ik ben ervan overtuigd dat het aantal Nederlanders dat zich actief met de politiek bemoeit, zal stijgen als mensen daadwerkelijk invloed krijgen. Maar het is een illusie om te denken dat de participatie ooit 100 procent zal worden. Bovendien zullen er mensen zijn die liever eerst even de kat uit de boom kijken.

Tot de orde roepen

De groep die niet actief wil participeren, kan een ander namens zich laten optreden. Wat zegt u, lijkt dat erg veel op de al bestaande Tweede Kamerleden? Toch niet helemaal. Ziet u, een Kamerlid treedt in de praktijk niet namens u op, maar namens zijn of haar partij.

Op dit moment kunt u – crises daargelaten - volksvertegenwoordigers slechts eens in de vier jaar tot de orde roepen. En dan nog is uw macht beperkt. Bent u teleurgesteld in de manier waarop de VVD liberalisme met conservatisme blijft verwarren, dan kunt u proberen die partij te straffen door op D66 te stemmen. In de praktijk is dat niet effectief: in coalitieonderhandelingen worden verschillen tussen partijen grotendeels weggepoetst.

Partijleiding

Belangrijker: persoonlijke gevolgen voor een politicus die meer naar de partijleiding luistert dan naar de kiezer, zijn er nauwelijks. Het omgekeerde is wél het geval. Een Kamerlid dat de fout maakt om vooral naar de achterban te kijken, wordt niet snel nogmaals op een verkiesbare plaats gezet.

U zou van uw advocaat niet pikken dat hij uw belangen niet serieus nam. Er is zelfs een goede kans dat u een rechtszaak tegen hem zou winnen. Waarom is het dan volstrekt normaal geworden om te accepteren dat volksvertegenwoordigers op grote schaal doen wat hen ‘opportuun’ of ‘pragmatisch’ lijkt (voor henzelf), maar wat iets anders is dan wat ze kiezers hebben beloofd?

Harde sancties

Kiezersmandaten krijgen daarom de vorm van contracten. Een persoon die zich verkiesbaar stelt, belooft vooraf zich aan een bepaald programma te houden. Over de inhoud van dat programma, en de mate van detail, gaat de volksvertegenwoordiger-in-spé.

Maar de maximale sancties bij contractbreuk zijn, na toetsing door een onafhankelijke arbitragecommissie, drievoudig: (1) ontslag als Kamerlid, (2) tijdelijke ontneming van het passieve kiesrecht, en wel gedurende de eerstvolgende verkiezingen, (3) geen recht op wachtgeld. Ik heb het vermoeden dat de kiezer dan opeens een stuk serieuzer zal worden genomen.

Macht

Volksvertegenwoordigers krijgen daarnaast macht naar rato. Wie 10 stemmen krijgt, heeft dus net zoveel te zeggen als 10 ‘gewone’ burgers bij een referendum. Volksvertegenwoordigers mogen, net als andere dienstverleners, wel ‘klanten’ weigeren en dus in hun programma vermelden hoeveel kiezers ze minimaal aan zich willen binden voordat ze aan de slag gaan.

Wordt deze zelfgekozen kiesdrempel niet gehaald, dan mogen de betreffende kiezers een nieuwe keus maken. Een eitje via internet.

Geen achterkamertjes

Andersom: volksvertegenwoordigers die veel stemmen verwachten, en dus meer werk dan ze in hun eentje kunnen opknappen, geven vooraf in hun programma aan met wie ze bij een gunstige verkiezingsuitslag gaan samenwerken en onder welke voorwaarden. Nu nog wordt pas na verkiezingen in achterkamertjes besloten welk partijlid een begeerd klusje krijgt, zoals de portefeuille ‘Buitenland’. Maar dat is onder het nieuwe systeem verleden tijd.

Wat zegt u? Dit reduceert de politicus tot een professional die niet langer zelf de touwtjes van het land in handen heeft? Inderdaad. Dat was ook de bedoeling.

2. Gelaagde participatie.

Het bestaan van volksvertegenwoordigers is geen doel op zich, maar een middel: om een democratie niet tot een al te grote chaos te maken. Het was vroeger nuttig om met een beperkt aantal kamerleden bij elkaar te hokken. Dan hebben we het wel over de tijd dat reizen veel tijd kostte, brieven nog met kroontjespen werden geschreven en je eerst een kwartier aan een soort koffiemolen moest hengsten voordat je een telefoongesprek tot stand kon brengen.

Dankzij internet zijn veel, zo niet alle, logistieke bezwaren tegen burgerparticipatie achterhaald. Debatteren en stemmen via internet zou anno 2009 geen probleem meer moeten zijn. Noch het ‘opt in’ maken van democratische participatie. Wellicht houdt u het liever bij het stemmen op een ouderwetse volksvertegenwoordiger. Of blijft u, net zoals nu, volledig passief. Dat is uw goed recht.

Idioten en dwerghamsters

Hopelijk echter zult u zich meer betrokken voelen, en dat laten blijken. Ook een directe internetdemocratie kan mensen gebruiken die voorwerk doen en discussiestukken produceren. Op basis waarvan dan weer op allerlei forums discussie kan worden gevoerd Maar daar heeft u misschien geen zin in. Of geen kennis voor. Of juist wel. U kiest uw eigen participatieniveau.

‘Maar Dasselaar,’ zult u misschien zeggen. ‘Nu u het toch over dat internet hebt: daar wordt ook een potje geraaskald door idioten aan wie ik de dwerghamster van mijn zus nog niet zou toevertrouwen. Laat staan ‘t land. Met name die zaterdagcolumnisten van NU.nl kunnen er wat van.’

Zit wat in. Vandaar het derde deel van mijn plan dat ‘t nooit gaat halen.

3. Meer democratische scholing.

Daarmee bedoel ik niet: extra lessen staatsinrichting. Hans Janmaat was ooit het levende bewijs dat niemand geestelijk gezonder wordt van het afzwemmen op je uitgebreide kennis van constitutionele details.

Een klacht van politici over burgers is dat ze vaak onvoldoende kennis hebben van de materie waar ze wel over mee willen beslissen. Dat is tevens een argument dat wel wordt gebruikt tegen referendums, want de doorsnee burger zou veel minder goed geïnformeerd zijn dan een zwaar overspannen politicus van een kleine Kamerfractie die bedolven onder de dossiers louter dankzij heel veel paracetamol stemming na stemming weet te doorstaan.

Begrijpelijke bijscholing

Hoe dan ook, dit probleem is natuurlijk op te lossen. En wel door mensen die willen meepraten, te voorzien van de mogelijkheid om collectief gefinancierde (gratis bestaat niet) bijscholing te volgen. Uiteraard is dit onderwijs zowel on- als offline beschikbaar.

Ja, ook nu kan een burger zich inlezen. Maar hebt u wel eens een rapport van een overheidsinstantie doorgeworsteld? Als het taalgebruik bij wijze van hoge uitzondering al begrijpelijk is, dan wordt er vaak veel voorkennis vereist. Beleidsinformatie wordt geschreven door intimi, voor intimi. Dat kan beter.

Onpartijdig

Democratie-cursussen moeten aan twee voorwaarden voldoen. Ten eerste moeten ze begrijpelijk zijn voor iedereen die de leerplicht heeft vervuld. Ten tweede dient de inhoud puur feitelijk te zijn: wars van elke vooringenomenheid of ideologische affiliatie.

Dat is niet makkelijk in een wereld waarin zelfs wetenschap, die intrinsiek neutraal zou moeten zijn, zich laat misbruiken voor politieke doeleinden.

Maar het kan wel degelijk. Zeker wanneer een onafhankelijke organisatie – ook via internet gerecruteerd? – toezicht houdt op de neutraliteit en feitelijkheid van het cursusmateriaal.

Gehakketakt

De bedoeling van al dat onderwijs is natuurlijk dat discussies op een hoger plan komen omdat over feiten en context niet meer, of een stuk minder, gehakketakt hoeft te worden.

Natuurlijk gaat niet iedereen meedoen. Maar dat hoeft ook niet. Democratie is niet alleen het recht om te spreken, maar ook om je mond te houden. Een geslaagd democratisch bestel maakt beide even makkelijk, in plaats van, zoals nu, alleen de laatste optie.