Ik verheug me op dat intieme moment, tussen de houten schotjes in het bejaardenhuis, het rode potlood zwevend boven het papier. Het kan me niet lang genoeg duren. Dat gevoel van macht, van ertoe doen. En van alleen zijn, in stilte, alleen met je geweten. Door Peter Wierenga

Achter een gordijn. Magisch. Dat doet iets met je zelfvertrouwen. Ik kan me goed voorstellen dat mensen die in het openbaar anders beweren, uit angst voor het paria-stempel, op die afgeschermde plek wél durven uitkomen voor hun liefde voor Wilders. De zogeheten gordijnbonus.

Alhoewel. De gordijnbonus is een mythe. PVV-sympathisanten blijken gewoon een hekel te hebben aan onderzoeken, zodat zij automatisch ondervertegenwoordigd zijn in peilingen. Het resultaat is overigens hetzelfde: meer stemmen op de PVV dan voorzien. Maar we kunnen het beter een hoorn-op-de-haak-bonus noemen.

Verzet

Ik vind het jammer. Het woord gordijnbonus symboliseerde voor mij toch ook vrijheid, individualiteit – dat romantische beeld van de eenzame Mensch met zijn stem. Die 'm als een kleine daad van verzet stiekem gunt aan de outcast. Hoe harder de persoon Wilders werd afgeserveerd, door cabaretiers of collega's – hoe meer aanhang het hem opleverde. Zo ervoer ik dat. En dat zeg ik zonder affiniteit met zijn programma, met plaatsvervangende schaamte als ie weer eens met dat idiote Partij van de Arabieren op de proppen komt.

Zelfs absurde plannen behoeven tegenargumenten. Dan heb ik het niet over het sektarische karakter van de PVV – hoe Wilders het Catshuis opblies buiten medeweten van zijn fractie. De gebrekkige interne democratie, bijvoorbeeld toen ouwe getrouwe Richard de Mos vergeefs smeekte om een plaatsje op de lijst, opdat de kiezer kon oordelen.

Dat tekort is niet uniek. De partij bepaalt, overal.

Nummer 44

Ik mag in het stemhok graag dwalen langs de onbekende namen. Al die anderen die we er gratis bij krijgen als we de lijsttrekker aanschaffen. Of die vrijwel zeker buiten de boot vallen. Bij een van hen zal ik blijven hangen. Het is nummer 44 van de VVD: Joost Taverne.

Was hij niet meegaand genoeg? Te weinig media-exposure? Nummer 44 is geen gunstige uitgangspositie, we drukken het voorzichtig uit. Helemaal niet als het aantal Kamerleden, zoals de VVD wil, teruggebracht wordt tot honderd. Een idioot standpunt dat Taverne nota bene zelf verdedigde, wat hem op een ironische column van ik-zei-de-gek kwam te staan.

Soms heb ik nog wel eens aan Joost gedacht, bijvoorbeeld toen hij een prima betoog hield voor transparantie in de giften aan politieke partijen. Mijn geweten klopte aan de deur. Uiteraard vormde de persoon slechts de aanleiding om een idee te bespotten, zo suste ik. Maar veel keus, zo wist ik, had Joost ook weer niet gehad. Het moet Fortuna zijn die mijn oog onlangs liet vallen op een ingezonden brief in de krant. Van Joost Taverne.

Idee

Met het voorstel om de zetels voor een partij enkel en alleen te verdelen op basis van het aantal voorkeurstemmen dat een kandidaat-Kamerlid krijgt. De indruk zou kunnen ontstaan dat Tavernes eigen plek op de lijst een rol speelt, so what – wat telt is het idee.

Best een mooi idee. Briljant van eenvoud, met aanzienlijke gevolgen. In potentie dan, hè. Het maakt de band tussen partij en politicus losser. Tussen kiezer en politicus vaster. Vergroot de ruimte voor debat. Neemt de kramp een tandje weg – door het taboe op afwijkende meningen binnen partijen te slechten, of op zijn minst te verzachten. En wat anders is politiek dan de strijd der ideeën?

Ik droom nog een poosje verder, boven mijn biljet.