Als je opponent aan hetzelfde einde van het touw trekt, voel je niet zoveel. Het kan de beste overkomen. Zoals Alexander Pechtold. Door Peter Wierenga.

Tenminste, dat hield Mark Rutte de D66-leider voor. Je zag de vertwijfeling in Pechtolds ogen. Hij had de premier naar de Tweede Kamer geroepen om die eens stevig te ondervragen over de geslonken wiskundeknobbels van de Nederlandse jeugd.

Dat was net geconstateerd door de rekenmeesters van het Centraal Planbureau, en even aangenomen dat die zelf geen slachtoffer zijn van inferieur onderwijs, zal dat wel kloppen.

Nu is het woord kenniseconomie zo sleets als mijn sofa. Om geld te verdienen moet je goed kunnen rekenen. Logisch. Maar voor het eerst is daar door een instantie-met-gezag een prijskaartje aan gehangen.

Doordat de meesters en juffen op de Pabo nog niet eens een fatsoenlijke breuk leren begrijpen, lopen we met zijn allen miljarden mis.

Investeren in onderwijs lijkt dus te lonen. Probleem alleen: de bodem van de schatkist is in zicht, sterker nog, we zijn er doorheen gezakt. Daarom zegt Rutte geen garanties te kunnen geven dat er onder zijn bewind niet meer bezuinigd zal worden op het onderwijs – niet zo gek, er is geen politicus te vinden die zo’n garantie ooit zou geven.

Gelukkig was die andere vraag makkelijker. Pechtold vroeg vriend Mark ook of die zich persoonlijk zou inzetten om het peil van het Nederlandse onderwijs omhoog te stuwen. Natuurlijk was het een persoonlijke prioriteit voor hem, antwoordde die, bijna oprecht blij met de vraag – misschien voorzag hij al de kop boven het nieuwsbericht…

Bovendien, betoogde Rutte, wilden ze toch allebei beter onderwijs voor de slimmerikjes? Trokken zijn partij en D66 toch aan hetzelfde eind van het touw?

Dodelijk. Pechtold kon weinig meer dan zijn vraag over de garantie herhalen, onder de uitroep dat ze toch vooral geen karikatuur van elkaars standpunten moesten maken. De politicus die dat zegt, weet dat ie niet kan doorbijten. De prooi ontsnapt.

Het debat ijlde zelfs zo ieletjes na, dat Kamervoorzitter Gerdi Verbeet GroenLinks-leider Jolande Sap erop moest attenderen dat ze eigenlijk geen antwoord had gekregen van Rutte. (Sap was al op de weg terug naar haar bankje)

Boris van der Ham herhaalde voor de vorm nog de vraag van partijgenoot Pechtold, en Rutte herhaalde voor de vorm zijn antwoord. Pechtold zelf was stilletjes afgedropen.

Tja. Wat kun je nog meer? Aan de kant gezet in de formatie, ook al ligt je verkiezingsprogramma het dichtst bij dat van de winnaar. Lijdzaam moeten toezien hoe die winnaar dichte grenzen prefereert boven economische hervormingen. En liberale principes in de ijskast zet om een orthodox-christelijke partij, die het touwtrekken sowieso al liever aan zich voorbij laat gaan, extra te plezieren.

Uit mijn hoofd krijg ik maar niet dat beeld van Alexander Pechtold die ’s avonds op de bank gezeten nog eens naar zijn handen kijkt. Hij voelt niets, ze zijn leeg. Het is hopen op een wonder. Misschien kunnen de Griekse schulden de gedoogpartners nog uit elkaar drijven, anders wordt het een lange zit…