Met kerstmis hebben de meeste werkende Nederlanders lekker twee dagen vrij. Een middeleeuwer zou dat nogal karig hebben gevonden: hij had wel vier dagen vakantie. Door Anno.

Het kerstfeest in Nederland is ontstaan uit de oude Germaanse midwinterfeesten. Deze 'joelfeesten' duurden in totaal twaalf dagen en dertien nachten.

Het joelfeest veranderde na de verspreiding van het christendom rond de vijfde eeuw in de 'kerstkring'. Dat waren twaalf kerkelijke feestdagen, tussen 25 december en 6 januari. Maar niet op alle dagen hadden mensen vrij.

Ongeluk

Tijdens een officiële kerkvergadering, in Mainz, besloot de katholieke kerk in 813 dat het echte kerstfeest vier dagen moest duren. Werken op kerstavond of op een van de kerstdagen bracht ongeluk: dat mocht dus niet. Het verbod gold niet voor werk dat echt gedaan moest worden. Zo mochten boeren bijvoorbeeld wel hun dieren verzorgen.

De eerste kerstdag was vooral een gezellig, huiselijk feest. Tweede kerstdag was al uitbundiger. Het heette ook wel de Grote Paardendag. Boeren galoppeerden op hun paarden rond, om die voor de rest van het jaar tegen ziekte te beschermen.

Vriendschap

Op derde kerstdag werd de apostel Johannes herdacht, de heilige van de vriendschap. En vierde kerstdag was een echt kinderfeest: kinderen werden een dag de baas.

Maar van die vrije kerstdagen werd steeds meer afgesnoept. Eerst verdween de vierde kerstdag, en in 1773 schrapte Nederland ook de derde kerstdag. Tegenwoordig zijn de overgebleven twee kerstdagen niet alleen kerkelijke feestdagen.

België

In 1964 werden de kerstdagen twee officiële vrije dagen voor alle Nederlanders. Dat is trouwens niet vanzelfsprekend, want in België is alleen eerste kerstdag een officiële feestdag.

Vanavond zitten de kerken weer barstensvol. En dat terwijl kerstfeest oorspronkelijk helemaal geen christelijk feest is. Lees hoe de christenen het heidense kerst slim in hun eigen kalender opnamen. 

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.