Eerder in Lelystad en nu in Alkmaar worden operatiekamers gesloten omdat ze niet steriel zijn. Bij de voorlopers van onze moderne ziekenhuizen gebeurde dat nooit: in die gasthuizen was het gewoon altijd smerig.

Rondvliegende insecten, troep op de vloer en vuile lakens. Het waren taferelen die je rond 1700 in een Nederlands gasthuis kon aantreffen. Dat is toch geen plek om beter te worden? Inderdaad niet. Veel gasthuizen waren een vergaarbak van menselijk leed.

Mensen met geld bleven liever thuis en lieten hun eigen dokter langskomen. Alleen zieke armen kwamen er - al dan niet gedwongen - terecht voor een slaapplek en een warme maaltijd. Die slaapplaats deelden zij dan weer met andere zieken.

Etterende wonden

Etterende wonden, vieze verbanden en zwetende zieken - het kwam allemaal in één bedstee samen. Af en toe werden ze door een dokter bezocht. De verpleging had het vooral druk met het verwijderen van wandluis en ander ongedierte.

De ziektes werkten evenmin mee aan een schone omgeving. Zo waren er veel patiënten met 'vuur', een van de 'allerdroevigste en de ijsselijkste accidenten'. Het kwam er op neer dat een wond eerst 'root en heet' kleurde en daarna groene, paarse en gele vlekken kreeg. Na dit stadium stierf het vlees af en verspreidde het een 'stinkende zwarte kruipende vogtigheid'. Amputatie was vervolgens onvermijdelijk.

Stiekem

Het is niet vreemd dat er patiënten waren die het gasthuis ontvluchtten. Lucretia Champ liet het in 1712 nog netjes aan het Middelburgse gasthuis weten. Zij vertrok omdat zij 'tegen haer wil' binnengebracht was. Jacob Groothart deed het een stuk stiekemer. Hij klom midden in de nacht over de poort om aan de ongewenste verzorging te ontkomen.

Smerige operatiekamers zijn niet alleen van rond 1700. Lees ook hoe je jarenlang als bezoeker tegen betaling een operatie kon bijwonen, zonder mondkapje of andere hygiëne.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.