Bram Tankink stond twee weken geleden voorovergebukt voor de spiegel en keek over zijn schouder. Hij vloekte. Hij was te vroeg. Die conclusie trok hij even later ook op zijn Twitteraccount: 'Op mijn zitvlak is het al Pasen.' Door Thijs Zonneveld. 

De menselijke kont is niet gemaakt om op een smal zadel te zitten, te schuren en te bonken – maar wielrenners doen het toch. Dat is vragen om problemen – en die komen er dan ook. Zo eens in de zoveel tijd protesteert het zitvlak.

Dat gebeurt vooral rond Pasen, als wielrenners week na week hun konten mishandelen door het gedokker over Vlaamse betonplaten (kloink – kloink – kloink – kloink) en Noord-Franse kasseien (dukdukdukdukdukdukdukdukdukdukdukdukduk).

Een paasei op je achterste is een verzameling van goorheid. Er zit pus in. En bloed. En vuil. Waar dat ding vandaan komt weet je niet, maar je weet wel dat je er zo snel mogelijk weer vanaf wilt. Want Pasen op je kont voelt bepaald niet als een ontbijt met roombotercroissants en eitjes zoeken in de tuin. Eerder als een paalzitten op een breinaald. Als je een wielrenner met zijn benen uit elkaar naar het ontbijt ziet strompelen of met tranen in zijn ogen op zijn fiets ziet stappen, dan weet je al hoe laat het is.

Vloek

Het is als een vloek: op een morgen word je ermee wakker en weet je dat je godsgruwelijk pijn gaat lijden. Hoe je ook op je zadel gaat zitten: links, rechts, ondersteboven, achterstevoren – die derde bal zit altijd in de weg. Kenny van Hummel zat in de Ronde van Catalonië zo scheef op zijn fiets vanwege een paasei dat hij avond na avond door de kraker recht gezet moest worden.

Vijf, zes, zeven uur lang op een breinaald zitten: het is mensonterend. Sommige renners knippen uit pure armoede een gat uit hun zadel, maar zelfs dat helpt nauwelijks iets. Zo heeft drievoudig wereldkampioen Oscar Freire een collectie zadels met gaten in alle soorten en maten, maar op zijn kont is het vrijwel het hele jaar Pasen. Joop Zoetemelk liet een biefstuk in zijn broek naaien – daar zat hij zachter op met zijn derde bal. Het gevolg was dat hij ziek werd door de bacteriën van het rauwe vlees.

Bidden

Je kunt maar één ding met zo'n paasei. Bidden dat hij vanzelf weer weggaat of snijden. Dat laatste wil niemand. Vacansoleilrenner Björn Leukemans had vorig jaar een paasei zo groot als een struisvogelei op zijn achterste. De dokter schrok zich een hoedje toen hij het zag en besloot er direct het mes in te zetten. Zonder verdoving. Dat moet geklonken hebben als Abu Ghraib in het kwadraat.

Hoe het met het paasei van Bram Tankink gaat weet ik niet, maar met de 27 kasseistroken van komende zondag in het vooruitzicht vrees ik het ergste voor hem.

Dat wordt dubbel Pasen dit weekend.