Beste meneer Bert,

Dit gaat zo niet langer. Ik zie u worstelen, elke wedstrijd weer. De wallen onder uw ogen worden dieper, uw haar grijzer, de lijnen om uw mond harder. Ik snap u. Door Thijs Zonneveld.

Die keuze is zó moeilijk, maar er is niets aan te doen. Hij moet genomen worden. Dat weet u diep in uw hart ook. Robin van Persie eruit, Klaas-Jan Huntelaar erin – het is onvermijdelijk.

Ik weet het, meneer Bert, ik weet het. Robin is een veel betere voetballer. Hij is een kunstenaar in een voetbalbroekje. Hij steelt je hart omdat hij kan schilderen met zijn linkervoet. De goal die hij vorige week maakte tegen Tottenham Hotspur – die kon je inlijsten en in een museum hangen. Zo teder als hij de bal streelde, daar kreeg je een brok van in je keel. Eigenlijk zou er een regel moeten bestaan om zulke doelpunten dubbel te tellen.

Maar die regel bestaat niet.

Voetbal is een spel van elf tegen elf en aan het eind wint de ploeg die de meeste doelpunten heeft gescoord. Of die doelpunten nu mooi of lelijk zijn: het maakt geen lor uit. Frommelgoals, puntertjes, klutsballen en penalty's tellen net zo veel mee als omhalen, hakjes en schilderwerkjes. Voetbal gaat om resultaat. En wij hebben één spits die garant staat voor resultaat. Klaas-Jan Huntelaar.

Mening

Eigenlijk is er de laatste jaren al teveel over de keuze tussen de Kunstenaar en de Frommelaar gezegd. In tv-programma's, aan borreltafels, in de dug-out: iedereen heeft wel een mening over wie er in de spits moet.

Maar zo langzamerhand gaat het niet meer om meningen, meneer Bert. Het gaat om cijfers. Huntelaar moet het bij Oranje al jaren doen met invalbeurtjes, maar dan nog is hij veel dodelijker dan Van Persie. Huntelaar is zelfs de op-één-na-effectiefste international ooit – hij schiet één keer per 93 minuten raak. Dat is dus één doelpunt per wedstrijd. Alleen Beb Bakhuys had minder minuten nodig voor een goal.

Het verschil tussen Van Persie en Huntelaar zit niet in hun voeten, maar in hun hoofd. Van Persie wil voetballen, Huntelaar wil scoren. We hebben bij het Nederlands Elftal genoeg spelers die kunnen voetballen. Er zijn kunstenaars zat. Wat we nodig hebben is iemand die de ballen erin rost, puntert en frommelt; een spits die in de 93e minuut van de blessuretijd van de EK-finale tegen Duitsland de bal er op z'n allerlelijkst in klutst.

Willen

Robin van Persie in de spits: het werkt niet, hoe graag we het met z'n allen ook willen. Het liep voor geen meter op het WK in Zuid-Afrika, het ging niet in de kwalificatiewedstrijden, en dat helftje afgelopen woensdag tegen Engeland was ook al geen succes. Huntelaar had in de tweede helft maar een kwartiertje nodig om te scoren. En hoe.

Op het moment dat de voorzet van de zijkant kwam wist hij het al: die bal moest erin, kostte wat kost. Hij kopte de knikker erin en zijn kop kapot. Wie er drie maanden hoofdpijn voor over heeft om een doelpunt te maken in een oefenpotje, die verdient het om zijn doelpuntenhonger te stillen op het EK.

Het hersenschuddingdoelpunt van Huntelaar was het slotstuk van de discussie, meneer Bert. Er is geen weg terug meer mogelijk. Klaas-Jan gaat ons Europees Kampioen maken. En Robin? Die kunnen we altijd nog vragen om af en toe een voorzetje te schilderen als linksbuiten.

Hartelijke groeten,

Thijs (die jongen die straks heel hard juicht als Robin van Persie toch in de spits staat en de bal erin krult in de 93e minuut van de blessuretijd van de finale tegen Spanje)