Met zo'n naam sta je natuurlijk al meteen met 3-0 voor. Wiebe Wieling, veel Elfstedentochteriger kun je onmogelijk heten. Dan moet je wel verstand hebben van ijsdiktes, weerkaarten en dooiaanvallen. Door Thijs Zonneveld.

De belangrijkste man van het land was afgelopen week niet Mark Rutte, niet die PVV-meneer met het peroxidepermanent, niet Willem Holleeder en ook niet Johan Cruijff of Louis van Gaal. Dat was Wiebe Wieling, het opperhoofd van de rayonhoofden. Wiebe Wieling was Chef Vorst. Hij moest namelijk de Elfstedentocht organiseren.

Het scenario was van tevoren al helemaal geschreven. We zouden eerst een paar nachtjes vorst krijgen, en een laagje ijs op de sloten. Daarna zou De Wereld Draait Door erop springen, gevolgd door zo veel mogelijk IJsjournaals en Elfstedenkoortsprogramma's. Twintig keer per dag een interviewtje met Erben Wennemars en om de vijf minuten Erik Hulzebosch met het laatste nieuws over het eczeem van zijn kat.

Alle Piet Paulusma's keken net zo lang in hun glazen bol totdat er ze er iets in zagen dat op koek en zopie leek. We twitterden zo vaak #Elfstedentocht dat het niet meer mis kon gaan (het was toch zeker niet voor niets Trending Topic?). Willie Wortels verzonnen allerlei slimme dingen om het ijs te laten groeien. CO2-blokjes, plastic ijs, stikstofmachines – en als dan allemaal nog niet lukte, dan gingen we toch gewoon 200 kilometer klunen?

Carnavalshit

En aan het eind van de week zou Wiebe Wieling dan in een batterij microfoons de onvermijdelijke drie woorden spreken, die we met het hele land zouden meescanderen. Wolter Kroes had er – gesponsord door Unox – vijf minuten later vast al een carnavalshit van gemaakt. 'It giet oan / Met z'n allen naar Fryslân / Leeuwarden is beter dan Lima / We zijn er weer bij en dat is prima.' Wiebe Wieling zou op de schouders gaan. Hiep hiep hoera!

Maar het liep dus anders. Wiebe Wieling blies de boel af. Tot verbijstering van het hele land zei hij dat het niet zou lukken. Geen tocht. Geen slimme trucjes om ijs te maken. Zelfs geen rondje alleen voor wedstrijdrijders. Helemaal niks.

Perspectief

Wiebe Wieling zette alles binnen vijf minuten weer in perspectief. Geen ijs betekent geen Tocht. Simpel. Er was geen spoor van druk op zijn schouders. Niet van de media. Niet van het grote publiek. Niet van de commercie. Hij zei: 'Als het niet kan, dan kan het niet.'

Wiebe Wieling was duidelijk, en stoïcijns. Zijn eigen ego kon hem gestolen worden; hij zat daar niet achter die batterij microfoons om zichzelf groter te maken dan hij was. Hij hoefde niet zonodig op de schouders. Na de persconferentie knikte hij nog eens vriendelijk, en stond op.

Volgende week, als de dooi definitief is ingevallen, zijn we Wiebe Wieling alweer vergeten. Dan zijn al die andere mannen weer heel belangrijk. Jammer wel.

Van mij mag het altijd blijven vriezen.