Ooit besloot ik sportjournalist te worden. Dat was zo’n halve eeuw geleden. M'n ouders joegen mij naar school, maar ik wilde niet leren; ze spraken langdurig met mij over mijn weerbarstige houding, maar ik wilde niet luisteren; ze voorspelden mij een kansloze toekomst, maar ik wist beter. Door Kees Jansma.

Als er zondagavond om zes uur, na de eeuwige aardappelen en blinde vinken, door mijn vader om stilte werd gevraagd, omdat iedereen naar de mild kritische toon van mijnheer Bob Spaak moest luisteren, die met zijn wekelijkse commentaar onze huiskamer domineerde, dan gloeide ik.

Ik wilde ook zo zijn. Ik wilde ook zo kunnen formuleren en boeien. Ik wilde die macht ook. Wie ons gezin stil kreeg en vooral mijn vader instemmend deed knikken, die was wel heel begaafd.

Indrukwekkende openingszin

"Goedenavond luistervrienden", luidde zijn indrukwekkende openingszin. Meteen waren we stil. Ik leerde niet, maar las en luisterde. Ik wilde geen Faas of Abe zijn, ik wilde niet aan sport doen, ik wilde er mijn mening over geven.

En telkens als Bob Spaak zijn verhaal afsloot met zijn warme stem, op al die zondagavonden ("Dank voor uw aandacht") wist ik dat ik eens bij hem terecht zou komen. In 1976 was het zover, ik had al twee jaar bij Langs de Lijn op zijn telefoontje gewacht. Ik deed radiocommentaar, zonder opleiding maar wel met wilskracht, die ik op allerlei andere terreinen zo ontbeerde.

Ik had mezelf omhoog gewerkt via dag- en weekbladen, van jongste bediende tot leerling-verslaggever, met altijd dat grote doel voor ogen. Toen mijnheer Spaak mij belde, voelde ik me gelukzalig.

Altijd de baas

Onder hem mocht ik werken bij de tv. Met ouderen als Herman Kuiphof, Koen Verhoef, Fred Racké, Hugo Walker; met talenten als Theo Reitsma, Henk Terlingen, Martijn Lindenberg en Ruud ter Weijden, met medebeginnelingen als Evert en Eddy.

Mijnheer Spaak bouwde Sport in Beeld uit tot Studio Sport en nam mij bij de hand. Soms afstandelijk, soms cynisch, soms vaderlijk, altijd de baas. Ga eens zitten, jongen, zei hij dan - en dat klonk niet neerbuigend.

En hij sprak me toe, als op die zondagavonden: rustig praten, duidelijk formuleren, niet te ambitieus, dan komt het goed! En dan luisterden en keken we samen terug naar een reportage van mij, waarbij ik me dan geneerde en hij mij aanzette tot doorzetten.

Begenadigd observeerder

Dat deed ik dan, ook omdat ik al die jaren mijzelf had beloofd sportjournalist te worden, zoals Dick van Rijn en Bob Spaak.

Lang hield mijnheer Spaak mijn hand vast, vooral tijdens het WK van Argentinië, toen hij Theo en mij de gerespecteerde ouderen liet vervangen. Maar ook daarna, toen hij in Nieuw-Loosdrecht ging rusten en desondanks mijn chef bleef.

En een begenadigd observeerder. Later mocht ik zijn rol vervullen, waarbij ik overduidelijk voor mezelf te weinig van zijn kwaliteiten bezat. Maar als ik mijnheer Spaak af en toe sprak, dan zei hij als steeds: doorzetten - en dat deed ik.

Zondagmorgen vroeg belde zijn zoon Bert me op: mijn vader is overleden, 93 jaar. Te vroeg, zei ik hem en besloot dit te schrijven opdat ook jongeren weten wie nu eigenlijk de grondlegger van sport op televisie is geweest.