Klapkoe Dennis

Kletter. Daar donderde Dennis Bergkamp van zijn sokkel. In twee weken tijd van kunstenaar naar koe in de klapveekudde van Johan Cruijff. Door Thijs Zonneveld.

Er stond een foto in de krant van een supertrio op een parkeerplaats. In het midden grote baas Johan Cruijff. Rechts stond Wim Jonk. Die keek serieus in de camera. Dat was niet moeilijk, want Wim Jonk is een hele serieuze kerel. Zijn hele leven geweest. Het lachen vergaat je wel als je opgroeit in een dorp waar je de hele dag BZN en Jantje Smit in je hersenpan hoort echoën.

Aan de andere kant van JC stond Dennis. In zijn ogen de blik van een hert dat in de koplampen van een aanstormende vrachtwagen staart.

Met zijn handen wist hij geen raad: die had hij maar op dezelfde manier in zijn zakken gepropt als de grote baas naast hem. Dennis vroeg zich af of hij nu echt met modder moest gaan gooien. En naar wie? En waarom eigenlijk?

Vloeken in de kerk

Tot een week of twee geleden wist ik niet eens dat Dennis ‘iets’ wilde in het voetbalwereldje. Hij trapte af en toe een balletje met een paar jeugdspelertjes op De Toekomst, meer niet. Hoefde ook niet.

Dennis als trainer, dat was vloeken in de kerk. Aan tactiek heeft hij nog nooit gedaan. Een genie trekt zich toch zeker niks aan van een voetbalcoach. Aanwijzingen over looplijnen, omschakelen en een kantelend middenveld gingen bij Dennis het ene oor in en het andere weer uit.

Terwijl de trainer goochelde met magneetjes op een bord, peinsde Dennis over de mooiste manier om de bal in de winkelhaak te schilderen.

Toevallig

Dennis was helemaal geen voetballer. Hij stond toevallig op het veld in een kort broekje omdat hij ervoor had gekozen om kunst te maken met zijn voeten. Hij had net zo goed met een alpinopet en een schildersezel op een strand kunnen zitten om de zee te schilderen in tienduizend kleuren blauw.

Dennis deed helemaal niet mee aan het spel. Hij wachtte op die Ene Bal waarmee hij zou kunnen toveren. Pirouetje, stiftje, hakje – of die bal tegen het net ging was niet eens belangrijk. De actie waarbij hij de benen van een verdediger van Newcastle in de knoop legde – die was minstens zo mooi geweest als hij de bal tegen de onderkant van de lat had gepenseeld.

Aan intikkers deed Dennis niet. Bah, scoren. Dat was iets voor voetballende rauwdouwers die ook slidings maakten in de modder. Of voor trainers die langs de kant van het veld stonden te schuimbekken omdat ze het belangrijk vonden om zoiets onnozels als een sportwedstrijd te winnen.

Ambities

En nu doet Dennis alsof hij zelf zo’n trainer is. Met ambities. En een gekopieerde mening over voetbal. Nog even en hij zit in een muf kamertje in de Arena te vergaderen over de teleurstellende prestaties van de linksback van de C2.

Dennis had ook lekker de rest van zijn leven in Engeland kunnen blijven. Beetje golfen en op een grasmaaier door zijn eigen achtertuin tuffen – denkend over een gedicht of een schilderij. Als hij nog iets actiefs wilde doen, dan een sport als snooker of bowls.

Met zo’n fluisterende BBC-commentator die na een worp van Dennis zachtjes ‘marvellous’ mompelt. Ballerina worden, ook goed. Of van mijn part een jaar bezig zijn met een Tiroolse legpuzzel van tienduizend stukjes.

Alles beter dan dit. Want een kunstenaar hoort geen klapkoe te zijn. En al helemaal niet als zijn handen daarbij vies worden.

Lees meer over:
Tip de redactie