Beste meneer Bert,

Te laat. Te laat! Tien keer te laat! Hoe langer ik naar Opa Ruud op een Katwijks trainingsveld staarde, hoe harder mijn hart huilde.

Opa Ruud terug in Oranje, voor een kwalificatiepotje in een landje dat niet veel groter is dan het voetbalveld waarop vanavond wordt gespeeld. San Marino, meneer Bert.

In hemelsnaam, waarom San Marino? Waarom heeft u hem niet een paar maanden eerder geselecteerd voor een paar veel belangrijkere potjes in Zuid-Afrika?

U denkt dat Ruud van Nistelrooy een oude man is. Omdat zijn knieën protesteren, zijn rug kraakt en zijn spieren stram zijn als hij ’s morgens uit bed stapt. U denkt dat Opa Ruud op z’n 34e over zijn top is. U heeft het mis.

Overschat begrip

Leeftijd is een overschat begrip, meneer Bert. Zeker in een sport als voetbal. Er zijn genoeg spelers die rondsjouwen met een verveelde kop en overtollig vel & vet. Sommigen zijn 35, sommigen zijn nog geen 25.

De ambitie is dood en begraven – niet zelden onder Qatarees woestijnzand of Russische sneeuw. Het enige dat nog groeit is het saldo van hun bankrekening.

Maar Ruud speelt niet voor Al-Ittihad of Zenit Sint-Petersburg. Hij slijt zijn dagen niet op een golfcourse of onder een parasol op een wit strand. Hij is niet bezig met een trainerscursus. Ruud is gewoon nog altijd voetballer.

Hij doet tegenwoordig in Hamburg wat hij altijd en overal heeft gedaan: hij laat het doelpunten regenen. Hij sleurt, hij schiet, hij kopt. Als het vuur van binnen gedoofd was, was hij al jaren geleden gestopt. Had hem een hoop bloed, zweet en tranen in ziekenhuizen en fitnesshonken gescheeld.

Zonder rollator

Ik heb gezien hoe hij deze week over het trainingsveld dartelde. Zonder rollator. Zonder kunstgebit. Zonder incontinentieluier. Zonder grijze haren. En zonder rimpels. Hij rende alleen maar, meneer Bert.

En hij lachte. Want Ruud is van binnen nog altijd een klein jochie. Eentje die droomt van doelpunten scoren, Europacups en het Nederlands Elftal. Eentje die slaapt onder het dekbed van zijn favoriete club en met een bal onder zijn arm langs de deuren van zijn vriendjes gaat om te vragen of ze komen voetballen. Eentje die voetbalplaatjes spaart.

Anekdote. Een aantal jaar geleden kampte plaatjesfabrikant Panini met problemen rond de portretrechten van verschillende spelers. Er moesten individuele afspraken worden gemaakt. In de meeste gevallen betekende dat dokken. Niet bij Van Nistelrooy.

Ruud wilde geen geld. Hij ruilde zijn portretrechten tegen een voetbalplaatje dat hij nog niet had: het stadion van Mendoza uit het WK-album van 1978.

Nachtmerries

Het jochie Ruud wilde niets liever dan wereldkampioen worden. Maar hij mocht van u niet mee naar Zuid-Afrika. Potver, meneer Bert. Natuurlijk had Ruud er wél bij moeten zijn op het afgelopen WK. Om die ene bal in de finale tegen de touwen te rossen. Al was hij alleen maar meegegaan om de keeper van de tegenpartij nachtmerries te bezorgen.

Of om Robin van Persie uit te leggen hoe je het doelpunten laat regenen. Van mijn part om trek-eens-aan-mijn-vinger-grappen te tappen voor de sfeer in de kleedkamer. Te oud? Ammehoela.

Ruud kan nog jaren mee, meneer Bert. Vanavond tegen San Marino, dinsdag tegen Finland, over twee jaar op het EK, en nog twee jaar later op het WK. Daar wordt een jochie van 38 alsnog wereldkampioen.

Hartelijke groeten,

Thijs
P.S. Sorry dat ik u weer een brief schrijf. Dit is de laatste. Echt.