Ik had het stiekem altijd al gehoopt. Gehoorschade. Liefst veel. En ziedaar: ik heb gekregen wat ik wilde. Door Thijs Zonneveld

Het besef overviel me tijdens de tweede helft van het oefenpotje Oekraïne – Nederland. Ik miste iets. Eerst dacht ik dat het gewoon Wesley Sneijder was. Of Arjen Robben. Of tackles op borsthoogte. Maar dat was het niet.

Toen ik meneer Bert met zijn handen om zijn mond iets zag roepen, wist ik het ineens. Ik miste de Oostblok-tuut. Die twee keer vijfenveertig minuten durende tuuuuuuuuuuuuuuuuuuuuut die tijdens een Europacupavondje vanuit je televisie de huiskamer inrolt vanaf de tribunes van – pak ‘m beet – Spartak Moskou, Metallurg Donetsk of Dnjepr Dnjepropetrovsk.

Die tuut die door een handige Zuid-Afrikaanse zakenman is gepimpt, in een kek toeterjasje is gegoten en met miljoenen tegelijk is verkocht aan voetbalfans over de hele wereld. Die tuut dus. Hoe hard ik mijn tv ook zette: ik hoorde ‘m niet.

Vuvuzela

Eerst was ik in paniek. Ik heb met mijn vingers in mijn oren gepeurd. Ik heb de instellingen van mijn tv veranderd. Ik heb de speakers aan en uit gezet. Nog steeds geen tuut. Daarna ben ik naar zolder gerend en heb alles overhoop gehaald, op zoek naar de vuvuzela waar ik de hele zomer op heb geblazen. Hoe hard ik ook blies: ik hoorde niets. Ik heb mijn oor bovenop de centrifugerende wasmachine gelegd. Niks. Ik ben in mijn auto gaan zitten en heb op de claxon geramd. Niks. Nakkes. Nada.

Het rare is dat ik verder gewoon alles hoor. Gesprekken, muziek: no problem. Alleen de irritante geluiden ben ik kwijt. Tetters, toeters, Gerard Joling, dweilorkesten: het is verdwenen.

Volgens de dokter is er niets mis met mijn trommelvliezen: hij zegt dat het tússen mijn oren zit. Onzin natuurlijk. Ik denk zelf dat ik ziek ben. Ik heb vuvuzelititis. Een zomertje WK in Zuid-Afrika hebben mijn oren doof gemaakt voor getetter. Mijn trommelvliezen halen octaaf tuut niet meer.

Irritante fluitjes

Na de eerste paniek begin ik de voordelen van vuvuzelititis in te zien. Deze gehoorschade is precies waar ik mijn hele leven al op gehoopt heb. Gisteren heb ik de hele middag naar zwemmen gekeken. Geen toeter te horen, maar ook die irritante fluitjes waren ineens weg. Wat een verademing.

Vroeger kon ik nog geen baantje fiéééét- fiéééét- fiéééét- fiéééét-schoolslag kijken zonder kortsluiting in mijn frontale voorhoofdskwab, tegenwoordig hoor ik alleen nog maar lieflijk gespetter.

De komende weken spelen Ajax, PSV en AZ allemaal ergens diep in Toeterland, tegen Dinamo Kiev (tuuuuuut), Sibir Novosibirsk (tuuuuuut) en FC Aktobe (tuuuuut). Dat staat garant voor uren toetermania, maar het zal aan mij voorbij gaan dankzij mijn vuvuzelititis.

Terwijl ik dit schrijf, loopt mijn vriendin de trap op. Zo ongeveer nú zal ze de chaos op zolder zien. Ze tettert vast naar beneden dat ik mijn zooi moet opruimen. En dat ik de was moet ophangen. Maar ik hoor niets. Want ik ben ontzettend hartstikke enorm heerlijk ziek.