Beste meneer Bert,

Ik begrijp ineens niet meer waar we de afgelopen honderd jaar zo ingewikkeld over hebben gedaan. Wereldkampioen worden is helemaal niet moeilijk.

Een Amerikaanse coach zei ooit dat trainen net zoiets is al schilderen. Een coach penseelt een team op een doek.

Hij kiest zijn kleuren, schept een compositie en goochelt met contrast en lijnen. Schilder = coach, coach = schilder. Als Rembrandt had gevoetbald, dan was hij zeker weten bondscoach geweest.

Kunstzinnige frutsels

De meeste coaches maken hele moeilijke schilderijen. Ze friemelenfreutelen met moeilijke technieken, verstoppen overal verborgen ladingen en kunstzinnige frutsels.

De één verft een Picassootje (meneer Del Bosque met Spanje), de ander creëert een chaos op een opgevouwen A4’tje (meneer Domenech met Frankrijk) of een prehistorische grottekening (meneer Lippi met zijn bejaarde Italianen). Sommigen (meneer Diego) kliederen alleen maar.

Ik heb mezelf de weg naar de finale van tevoren honderden, duizenden, miljoenen keren voorgesteld. Maar in het echt is het toch anders, meneer Bert. Het meest opvallende: de eenvoud. Er is niets vreemds, heroïsch of buitenaards aan de serie overwinningen.

Volstrekt logisch

Winnen is ineens volstrekt logisch, of we nu tegen Slowakije, Brazilië of Spanje spelen. Een wedstrijd duurt negentig minuten en aan het eind winnen de Hollanders. Een halfje volkoren haal je bij de bakker, tomaten koop je bij de groenteboer en wereldkampioen word je in Zuid-Afrika.

We hebben altijd gedacht dat wereldkampioen worden heel ingewikkeld moest zijn. Buitenspelers met krijt aan de schoenen, Hollandse School, tikketakketik-voetbal, tactiek zus en techniek zo.

We verfden ons een ongeluk, trokken de hele Bob Ross-trucendoos open, deden er een vleugje Rembrandt bij, prutsten in een hoekje wat Van Gogh en prakten er nog een Appeltje door – en aan het eind van het liedje stonden we weer met lege handen.

Provocateur met krulletjes

U heeft ons de ogen geopend, meneer Bert. Wereldkampioen word je met André Ooijers en Joris Mathijsens. Met rommelgoals, een kale toneelspeler op rechts en een provocateur met krulletjes in de middencirkel.

Met schoppen, schaven, vallen, opstaan, doorgaan, de scheidsrechter bespelen, voorzetten hoog in de zestien pompen, gekluts, gekluns, dwarrelballen en ranzige overtredingen. En vooral: met de wil om de beste van de wereld te worden.

Anderhalf jaar geleden kreeg u een doek, een kleurenpalet en een stel penselen in uw hand gedrukt. Binnen tien seconden was u klaar. U pakte een kwast, doopte ‘m in oranje en trok een pijl over het doek. Daarna wees u ernaar en zei: dit is onze missie.

Het is het mooiste schilderij dat ik ooit heb gezien.

Hartelijke groeten,

Thijs

P.S. Ik schrijf voortaan geen P.S’sen meer. Eenvoud, weet u wel. Minder is meer, schrijven is schrappen. Eenvoud is de grootste schoonheid. Leegte is mooier dan loze woorden. Dus. Dat u dat weet.