Beste meneer Bert, Dit is de 21e eeuw. De gemiddelde 22-jarige voetballer klaverjast niet meer tijdens trainingskampen. Hij toept niet. Hij sjoelt niet. Hij biljart niet. Hij verveelt zich te pletter. Door Thijs Zonneveld

Gregory van der Wiel zit op zijn kamer. Hij kijkt op zijn horloge. Kwart over acht. Sjesussss, denkt hij. Een trainingskamp duurt altijd te lang; de avonden zijn oneindig. Na het eten is er de keuze tussen klaverjassen met de bondscoach (saai!), biljarten met Dirk Kuijt (gaap), een boek lezen (yeah, right) of toch maar die nagesynchroniseerde politieserie op tv kijken (gaap gaap).

Gregory scrollt door de berichtjes in zijn Blackberry, pingt een paar matties en kijkt nog een keer op zijn horloge. Zeventien over acht. Hoe overleeft hij deze avond?

In de volgende tweeënhalf uur stort hij zich op Twitter. (En u maar denken dat hij daar na de Piña Colada-affaire en de Lil’Wayne-zaak mee gestopt was.) @Gvanderwiel tweet zich een ongeluk. Hij bombardeert timelines (???), stuurt alle lekkere wijven berichtjes (‘hey, ken ik jou?’) en bespreekt zijn haarcoupe met de hele wereld (‘Is mijn haar leuker als het lang is?’).

Controleren

Een bondscoach doet precies hetzelfde als een korpschef van de politie: controleren. U verdeelt uw agenten iedere avond over de strategische plekken van Seefeld. De opstelling: Cookie Voorn bewaakt de regenpijp van het hotel, Frank de Boer houdt de wacht bij de roulette van het Casino Seefeld en Kees Jansma zit met een jagerspetje op in de lokale Tiroolse skihut. Cookie vernikkelt in de Oostenrijkse nachtvorst, Frank jaagt zijn pensioen erdoorheen en Kees (twintig Schnapsen per nacht) maakt zich ernstige zorgen over zijn lever. U zegt dat ze niet moeten zeuren: ze offeren zich op voor het landsbelang. Maar de offers zijn zinloos.

U bent hopeloos ouderwets, meneer Bert. Uw mannetjes hebben nog niet één keer een speler betrapt. Regenpijpklimmen is iets uit een ver verleden. Tegenwoordig verknallen voetballers hun WK niet meer in een zwembad, een skihut of een louche discotheek – ze doen het gewoon op hun eigen kamer.

Tetris-blokjes

Verveling is funest voor de conditie. 21e-Eeuwse voetballers vluchten in techniek. Ze spelen computerspelletjes tegen elkaar of tegen leeftijdsgenoten op het internet. Tot diep in de nacht pingelen ze de linksback van Duitsland gek op hun Playstation, stapelen ze 3D Tetris-blokjes of schieten ze hun plasmaguns leeg op zombies.

Met vierkante ogen melden ze zich ’s morgens bij het ontbijt. Als zombies stapelen ze hagelslagverpakkingen en tijdens de training ziet u ze op hun denkbeeldige joystick rammen als er een bal voor hun voeten ligt.

Maar er bestaat nog een groter gevaar dan computerspelletjes: social media. Facebook, Hyves, Twitter. Al die verschillende social media hebben één ding gemeen: ze zijn allesbehalve sociaal en ze vreten tijd. De moderne voetballer staart 24 uur per dag naar zijn laptop en mobiel. Hij is niet aanspreekbaar – en als er onverhoopt iets uit zijn mond komt, dan is het onverstaanbaar gemurmel over de retweets, uploads en smileys waarmee hij de hele nacht is zoet geweest.

Slechte zaak, meneer Bert. U weet dat voetballers op een trainingskamp op hun bed moeten liggen: rusten, slapen en dromen over de wereldtitel. De Spaanse bondscoach heeft niet voor niets een verbod op social media afgekondigd.

Followen

Het wordt hoog tijd dat u ook de 21e eeuw binnenstapt, meneer Bert. U hoeft geen mannetjes meer op te stellen bij de regenpijp – u moet een eigen Twitteraccount aanmaken. Kunt u uw spelers followen waar ze ook zijn.

Van de week ben ik heel even op uw stoel gaan zitten. Toen @Gvanderwiel om kwart over elf nog steeds lag te tweeten als een overspannen kanariepiet, heb ik ingegrepen. Ik heb een @vriend (groot, kale kop) gevraagd om @Gvanderwiel een berichtje te sturen met de volgende mededeling: ‘He man, moet je niet slapen van meneer Bert?’ Tien minuten later twitterde @Gvanderwiel zijn laatste tweet van de avond: ‘Goodnite everybody, i had fun. im goin to bed zZzZz…

Geen dank, meneer Bert.
Hartelijke groeten,
@Thijs