Beste meneer Bert,

Het is een tijd geleden dat ik u een brief schreef. Ik hoop dat het u goed gaat. Met mij in ieder geval niet. Ik ben bang dat ik Duitser word. Door Thijs Zonneveld

Het gebeurde toen ik thuis op de bank zat. Ik keek naar een samenvatting van Fiorentina tegen Bayern München, achtste finales Champions League. Normaal is het heel simpel: Bayern München is de minst sympathieke club van dit heelal, dus ik ben voor de tegenstander. En helemaal als het Fiorentina is: mooie club, mooi shirt, mooie stad.

Fiorentina trapte een paar ballen achter de Duitse keeper, alles liep op rolletjes. Tot ergens diep in de tweede helft, toen Arjen Robben de knikker in de winkelhaak schilderde. Ik sprong op en juichte heel hard. Toen ik besefte dat ik voor Bayern München stond te juichen, sloeg ik mijn hand voor mijn mond. Het was al te laat.

Pro-Bayern

Het pro-Bayerngevoel sluimerde waarschijnlijk al een tijd in mijn onderbewustzijn. En aangezien Bayern München de meest Duitse club van allemaal is, ben ik tegenwoordig dus ook voor Duitsland.

Ik heb de afgelopen nachten liggen malen over wat er met me aan de hand is. Met heimwee dacht ik terug aan de goede oude tijd. Ik dacht aan Frank Rijkaards fluim in het permanentje van Rudi Völler. Aan Ronald Koeman die het shirt van Thomas Hässler gebruikte als toiletpapier. Aan Adri van Tiggelen die Jürgen Klinsmann in tweeën tackelde. Het hielp niet.

Rare zin

Bayern München speelt tegenwoordig schitterend voetbal. Dat is een hele rare zin als ik hem zo teruglees, maar het is wel waar. Het is zelfs zo mooi dat ik er spontaan van ga juichen. Misschien ligt het wel aan de oranje enclave in München. Mark von Bommel, Arjen Robben, Herr Louis: drie oranje Duitsers tussen de Duitsers.

Ik zie het verschil niet meer, meneer Bert. De krulletjes van Van Bommel zijn precies de krulletjes van Rudi Völler. Von Bommel spreekt beter Duits dan Nederlands. En hij is op het veld minstens zo irritant als Dieter Eilts, Lothar Mattheus en Michael Ballack bij elkaar.

Arjen Robben heeft de Schwalbe verheven tot kunst. Zelfs Klinsi – de uitvinder van de Schwalbe – kwijlt als Robben in het strafschopgebied op z’n über-Duits ter aarde stort.

Herr Louis

En Herr Louis? Ach, Herr Louis. Zijn haar is Duitser dan Duits, zijn rode gezicht is Duitser dan Duits, zijn brulstem is Duitser dan Duits. Het verbaast me niks dat Herr Louis bondscoach van Duitsland wil worden.

Ik zou er zelfs niet van staan te kijken als Herr Louis nog voor het WK van deze zomer tot Bundestrainer wordt benoemd. Linke soep, meneer Bert. Geef Herr Louis een elftal jawohl-knikkers en voor we het weten staat hij ‘Wir sind die besten von der helen Welt!’ te brullen op de Brandenburger Tor.

Mijn maag draait zich om bij de gedachte, maar in mijn hart zou ik het hem nog gunnen ook. Zoals ik al zei: het gaat niet goed met me.

Misschien moet u tegen Robben en uw schoonzoon Mark zeggen dat ze hun schilderachtige doelpunten moeten bewaren voor het Nederlands Elftal. En dat ze onmiddellijk moeten ophouden de scheidslijn tussen Duitsers en Nederlanders weg te gummen.

Ik stuur ze voor de zekerheid nog een verlaat oranje kerstpakketje op. Inhoud: Edammer kaas, hagelslag, klompen en een dvd’tje met het trauma van 1974, de halve finale van 1988 en de schop- en spuugpartij van 1990. Ik denk dat ik dat dvd’tje zelf ook nog maar eens ga kijken. Hopen dat het helpt.

Tschüß,

Thijs (verdammt, ik heb trek in Bratwurst)