Steek die vlag maar in je r**t

Er zijn atleten die de Spelen verliezen voordat ze zijn begonnen. De openingsceremonie is dodelijk. Vooral voor vlaggendragers. Door Thijs Zonneveld

Vandaag is vlaggetjesdag. In bobotaal heet dat openingsceremonie. Urenlange toespraken, rituele dansjes en daarna vuurwerk omdat ’t zo hoort. Die ceremonie schijnt heel belangrijk te zijn. Zonder rituelen geen Spelen, zeggen ze.

Het vuur moet worden aangestoken, de voorzitter van het Olympisch Comité moet melden dat hij zo blij en zo vrolijk en zo opgetogen is dat de Spelen in Vancouver worden gehouden, en de Canadese Balkenende moet opdreunen dat deze Spelen de grootste en de mooiste en de beste Spelen ooit zullen worden.

Blablabla, dansjes, vuurwerk: die ceremonie duurt en duurt. Ondertussen staan de atleten op het middenterrein te vernikkelen van de kou. Ze wensen dat ze in hun bed liggen en bidden dat ze geen stalpoten krijgen van het staan.

Slachtbank

Ik word altijd een beetje treurig van de beelden van sporters tijdens de openingsceremonie. Ze huppelen het stadion binnen als kalveren op weg naar de slachtbank. Ze zwaaien in de camera naar oma en proberen tussen 80.000 man op de tribune te ontdekken waar papa en mama zitten.

Sommigen filmen dat ze worden gefilmd of bellen met thuis om te zeggen dat ze ‘ja daar rechts ja – kijk nu spring ik met mijn hand in de lucht – die linkerhand die je daar ziet, die is van mij!’ op tv zijn. Anderen doen juist zo stoer mogelijk. Blik op standje cool, pet ver over de ogen en een V-teken naar de camera.

Na een halve minuut in de schijnwerpers is het over: dan valt het volgende land het stadion binnen en begint het lange wachten op het middenterrein. De verveling slaat toe, de jetlag dreint en de kou trekt langzaam in de botten. Energie sijpelt weg als smeltende sneeuw. Met iedere minuut raakt die medaille verder uit het zicht.

Vlaggendrager

Het meeste medelijden heb ik met de vlaggendrager. Hij of zij moet verplicht paraderen met een mast maatje boomstam. Spierpijn verzekerd. En trouwens: vlaggen zijn uit. Heel lang al. De laatste vlaggendragers die écht trots waren dat ze die mast mochten dragen, waren de 18e-eeuwse soldaten die liever richting vijandelijke loopgraaf renden met een vlag dan met een geweer. Die soldaten stierven vanzelf uit.

In de 21e eeuw worden vlaggen gedragen door grensrechters. Zodra ze hun wapperende doekje omhoog steken, krijgen ze meteen elf spelers en een horde toeschouwers in hun nek. Die schreeuwen in het gezicht van de arme grens dat hij die vlag in zijn reet moet steken.

De enige andere hedendaagse vlaggendrager die ik zo één-twee-drie kan verzinnen is de man die voorop loopt in de fanfare. Het zegt genoeg dat hij alleen met carnaval met de vlag van de plaatselijke tetterclub mag zwaaien. Als hij op een doordeweekse dag bij de supermarkt naar binnen wandelt met diezelfde vlag, kan hij erop rekenen dat de caissière hem vertelt waar hij zijn stok moet stoppen.

Marianne Timmer

Dit jaar waren er problemen om een vlaggendrager te vinden voor de Nederlandse olympische afvaardiging. Marianne Timmer doet niet mee, Renate Groenewold is bang dat de hernia weer in haar rug schiet, Nicolien Sauerbreij was acht jaar geleden al de pineut en Jan Bos moest de fanfareclown uithangen in Turijn.

Even een statistiekje: Sauerbreij bakte er in Salt Lake City geen pepernoot van en Bos haalde vier jaar geleden in tegenstelling tot zijn andere olympische deelnames geen medaille. En bedankt, vlag.

Timothy Beck is vanavond tijdens de openingsceremonie de sjaak. Het is niet bekend als hoeveelste hij op de lijst van potentiële stokkensjouwers stond. De natte droom van de Nederlandse olympische officials was uiteraard Sven Kramer. Maar Kramer is niet in Vancouver om op tv te komen of met een mast rond te zeulen.

En dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Ik weet wel wat hij gezegd heeft toen ze hem vroegen of hij de vlag wilde dragen.

NUwerk

Tip de redactie