Beste meneer Bert,
U bent vast bang voor de komende maand. Net als ik. Net als alle andere voetballiefhebbers. Winterstop is een ramp. Door Thijs Zonneveld

Niets doen op de bank is verboden. Vervelen mag niet. In plaats daarvan ergeren we ons. Ik zie weekends vol meubelboulevards voor me. Op Tweede Kerstdag filewandelen tussen de Billy’s, de Klippans en de Björkås van een Zweeds stråfkåmp.

Samen met al die andere mannen die achter hun vrouwen aansloffen, zich afvragend of die pijlen op de grond ook een keer naar de uitgang leiden. Langzaam ståpelgek worden van die nasale stem door de intercom:

‘Ding-dong! Wesley en Robin willen worden opgehaald bij de bållenbåk.’

Verveling

Komende zomer zit u met een elftal vol kinderen een week of zes opgesloten in een Zuid-Afrikaans kamp. U weet dat de verveling op de loer ligt. Op een gegeven moment ben je uitgeklaverjast, zijn alle dvd’tjes grijs gedraaid en kent de hele selectie die trek-eens-aan-mijn-vinger-grap van uw assistent Cookie Voorn wel.

Verveling slaat je lam. Verveling maakt je kapot. Verveling stilt de honger naar winnen. Een verveeld elftal is nog nooit wereldkampioen geworden. U heeft erover nagedacht. Uw conclusie: de verveling moet worden omgezet in irritatie. U heeft gelijk.

Vedetten

‘Ding-dong! Cristiano en Fernando willen worden opgehaald bij de bållenbåk. En Wesley en Robin wåchten nog steeds op hun moeder.’

Kijk de wereldkampioenen van de afgelopen jaren er maar op na. Geen ploegen met verveelde jochies, maar met vedetten die je het bloed onder de nagels vandaan haalden. Italië werd wereldkampioen met overgesoigneerde macho’s, Brazilië met samba-ettertjes, Frankrijk met Fransen en Duitsland, ach ja Duitsland.

Völler, Matthaus, Klinsmann: nooit heeft er een irritanter en onverslaanbaarder team op het veld gestaan. Ze maakten ruzie met elkaar, de media, de supporters, de scheidsrechter en de tegenstander. De ruzie eindigde met een grote gouden trofee.

‘Ding-dong! Wil de moeder van Wesley en Robin zich aub met spoed melden bij de bållenbåk. Wesley en Robin maken ruzie over een bål.’

Irritatie

Irritatie is de sleutel, meneer Bert. Wilt u een woest, messcherp elftal op het veld? Dan moet u de hotelboeking in Zuid-Afrika wijzigen. Ik pleit voor een nulsterrenkrot in plaats van een luxe resort. Geen golfbanen, cocktailbars en zwembaden (weet u nog wat er gebeurde in 1974?), maar krakende bedden met oude schaamharen en vieze badkamers waar Spa Bruin uit de kraan druppelt.

Een hotel zo dicht langs het spoor dat Gio van Bronckhorst uit zijn middagdutje wordt gedenderd door een de trein van tien over twee. En daarna door die van dertien over twee. En daarna door die van zestien over twee. Kamers met tv’s waarop het altijd sneeuwt en Ryan Babel zijn Playstation niet kan inpluggen.

Waar de gasten in de kamer ernaast zo hard kreunen dat Stijn Schaars zichzelf niet kan horen denken. Voelt u de woede bij uw spelers opborrelen, meneer Bert? Ziet u de rode waas voor hun ogen?

‘Ding-dong! Moeder van Wesley en Robin: u heeft hele ågressieve kinderen! Nee, Robin, niet op mij richten! Wesley, leg die bål neer…’

Geer en Goor

Misschien moet u wat mensen uitnodigen in Zuid-Afrika om zes weken lang avond aan avond op te treden. Geer en Goor? Patricia Paay? Theo Maassen? Patty Brard? Het stemmetje van Marc-Marie Huijbrechts? Of toch maar Frans Bauer, uitgeroepen tot meest irritante BN’er van het jaar? We zijn onverslaanbaar, meneer Bert. De rest van de wereld is hopeloos verloren.

‘Ding-dong! Help!’

Zouden ze in Zuid-Afrika ook Zweedse stråfkåmpen met bållenbåkken hebben?

Hartelijke groeten,

Thijs (die jongen die straks zo hard schreeuwt als we de finale winnen dat zijn zorgvuldig in elkaar geschroefde Billy-boekenkast in elkaar stort)