Beste meneer Bert, Ik weet dat u geen brieven leest van derderangs journalisten, maar wees gerust: dit is geen brief. Dit is een smeekbede. Thijs Zonneveld

U heeft deze week een voorzet gekregen waarvan alle bondscoaches ter wereld dromen. Zo eentje uit de categorie die-maakt-mijn-schoonmoeder-ook-nog-wel. Een voorzet waar je alleen nog maar tegenaan hoeft te lopen om te scoren. Zijn naam: Douglas.

U weet wel, dat Braziliaans stuk hardhout (bijna twee meter hoog) in de verdediging van FC Twente. Het eenmansdestructiebedrijf voor al uw betere sloop-, hak-, zaag-, klop- en hamerwerkzaamheden. Hij wil Nederlander worden, meneer Bert. Nu. Het enige waar hij op wacht is uw telefoontje.

Klaverenboeren

Ik hoef u niet uit te leggen dat we hem nodig hebben. Ook al heeft de verdediging het de laatste wedstrijden opvallend droog gehouden – u weet ook wel dat we met Mathijsen, Heitinga en Ooijer straks in Zuid-Afrika geen wereldkampioen worden. Leuke jongens hoor, goede klaverjassers ook, maar met klaverenboeren speel je Rooney, Benzema of Cristiano Ronaldo niet uit de wedstrijd. Daar hebben we een Braziliaanse klusjesman met schoenmaat 58 voor nodig.

Immoreel om buitenlandse spelers in je eigen nationale elftal te kopen? Laat me niet lachen. Wel eens naar België gekeken? Naar Kroatië? Portugal? Polen? In die ploegen stikt het van de voetballers die hun paspoorten hebben gekregen alsof het zegeltjes van de buurtsuper zijn.

Italië werd vier jaar geleden wereldkampioen met een Argentijn (Camoranesi) op het middenveld, Spanje won het EK met de Braziliaan Senna in de basis.

Het kan nog veel erger trouwens. Frankrijk kocht een Zweedse scheidsrechter die zijn ogen dichtdeed toen Thierry Henry de volleyballer uithing, Duitsland heeft dankzij Adidas en FIFA-baas Sepp Blatter altijd een makkelijke loting.

Argentinië werd tweemaal wereldkampioen: een keer dankzij een militaire dictatuur en de ander keer door de Hand van God. Dus laten we voor één keer niet het braafste jongetje van de klas uithangen en doen wat al die andere landen om ons heen doen.

Bloemkool

Of Douglas wel Nederlands genoeg is? Als u dat belangrijk vindt: natuurlijk is hij dat. Hij woont in Twente, spreekt beter Nederlands dan Wesley Sneijder, Royston Drenthe en Gregory van der Wiel bij elkaar en hij houdt van bloemkool met een saucijs. Verder speelt hij nooit met een maillot, weet hij wie Sinterklaas is en kent hij alle drie (vier?) De Toppers bij naam. Die inburgeringstest is een eitje-bakkie voor hem. Kopt hij net zo makkelijk binnen als zo’n fijn indraaiende corner van zijn ploegmaat Kenneth Perez.

Er is haast bij. Niet alleen omdat de Nederlandse immigratiedienst nog wel een paar maanden nodig heeft om die paar roze papiertjes aan elkaar te nieten, maar vooral omdat dit de enige kans is.

Toen uw voorganger – ene meneer Marco – probeerde Salomon Kalou tot Nederlander te naturaliseren, zat er nog een mevrouw met een snor in Den Haag die haar bezemsteel ervoor stak. Nu Rita Verdonk trots zit te wezen in de oppositiebankjes van de Tweede Kamer, mag de minister van Immigratie ook geen onoverkomelijke hindernis meer zijn.

Over vier jaar is het te laat. Dan is Geert Wilders aan de macht en mogen er vast geen Brazilianen zo hoog als minaretten in de verdediging van de nationale trots spelen. Moet u ineens verplicht selecteren op haardracht: alleen nog maar spelers met helblonde peroxidepermanentjes in Oranje.

Het is nu of nooit. Douglas: kopen die vent. Meneer Bert, ik smeek het u. Ik wil ook een keer wereldkampioen worden. En zestien miljoen Nederlanders met mij.

Hartelijke groeten,

Thijs (die jongen die straks, tijdens de rondvaart in de Amsterdamse grachten, naar u zwaait, springend op een woonboot tussen al die andere malloten. Mocht u me niet herkennen: ik trek iets oranjes aan.)