Oefenen is nep. Oefenen is surrogaat. Oefenen is saaaaaaaai. Maar sinds kort bestaat er een wapen tegen nep, surrogaat en saaaaaaaai: Wout Brama. Door Thijs Zonneveld.

Het regende in Groningen. Eerst tennisballen, daarna stenen. Toen de klinkers neerdaalden op een peloton ME’ers werd de oefening afgelast (video).

Alle scholieren, padvinders en ambtenaren kregen het vriendelijk verzoek uit hun rol als voetbalhooligan te stappen en weer naar huis te gaan. De logica ontgaat me volledig.

Wie organiseert er nu een oefening ‘op het scherpst van de snede’ die wordt afgebroken als de snede inderdaad een beetje puntig wordt?

Wie zegt er nu tegen een stel pubers dat ze zich moeten misdragen en neemt het ze kwalijk als ze doen wat er gezegd wordt?

Kleiende huisvrouw

Ik weet niet wat de Groningse politie voor ogen had toen ze als een kleiende huisvrouw op een avondcursus beeldhouwen een rel in elkaar probeerde te boetseren, maar het was blijkbaar allesbehalve een rel.

Zie de korpschef en zijn onderknuppel met open mond naar de lucht staren als het stenen begint te regenen. Ze krabben zichzelf op hun achterhoofd.

Krijg nou wat

‘Krijg nou wat’, zegt de een tegen de ander. De ander zegt ‘ja, krijg nou wat’. Met z’n tweetjes turen ze nog een paar minuten naar het klinkerbuitje, dan komt er een ME’er met een deuk in zijn helm en tranen in zijn ogen aangerend.

‘Baas, baas, we worden bekogeld. Met échte stenen.’ Baas drukt op de rode knop: einde oefening. Alsof je echte hooligans ook kunt verzoeken om niet langer stenen of spreekkoren te smijten en strijkers onder de staart van de paarden te schuiven.

Resultaat van een avondje oefenen in Groningen: een paar honderd boyscouts en HAVO-derdeklassers zijn warm gemaakt voor een carrière als voetbalhooligan, de ME heeft het imago van een stel jankerds en de Euroborg moet een nieuwe stoep aanleggen.

Zinloos

Oefenen: weg ermee. Het is zinloos als het niet op het echie lijkt, het is te gevaarlijk als het wél op het echie lijkt. Of het nu om ME’ers of voetballers gaat: ze hobbelen plichtmatig mee als er niets op het spel staat. Ze doen hun helm op of trekken hun voetbalschoenen aan, maar dat is puur voor de vorm.

Ze zeggen tegen de korpschef of de bondscoach dat ze, ja hoor baas, écht hun best zullen doen, maar iedereen weet dat die loze uitspraken ook bij de oefening horen. Dat is geen verwend gedrag. Dat is niet raar. Dat is normaal. Ze moeten namelijk straks aan de bak als het wél om de knikkers of de klinkers gaat.

Nederlands Elftal

Zaterdag speelt het Nederlands Elftal tegen Italië. Als oefening. Dat wordt dus weer negentig minuten lang hobbelen, elkaars ledematen sparen en proberen niet te gapen als er een camera op je gericht staat.

De einduitslag staat al vantevoren vast: 0-0 of 1-1. En als er toevallig wel een winnaar uit het partijtje komt, dan maakt het ook niet uit. De uitslag is niet belangrijk. Met een zege in een oefenpotje op een knollenveld in Pescara is nog nooit een land wereldkampioen geworden.

Toch zullen er morgenavond – in tegenstelling tot de neprel in Groningen – miljoenen mensen voor de buis zitten om tweeëntwintig sloffende mannen aan het werk te zien.

Geitenwollensokkenvoetbal

Als de scheidsrechter voor de laatste keer fluit, doen al die miljoenen met een zucht de tv uit en beloven zichzelf dat ze de volgende keer écht niet meer hun avond offeren aan een nietszeggend potje geitenwollensokkenvoetbal.

Maar niet getreurd! Er is hoop en hij heet Wout Brama – de padvinder die per ongeluk door hopman Bert is opgeroepen. Die jongen weet niet wat hem overkomt als hij straks tegen Pirlo en Gilardino staat.

Die neemt de woorden van bondscoach Bert (‘doe je best’) serieus. Schopt Zambrotta over de reclameborden en spuugt daarna Buffon in zijn gezicht. Gevolg: vlam in de pan, een wedstrijd op het scherpst van de snede. Ik pleit voor Wout in de basis.

Wordt het toch nog leuk.