Mister Hubba Bubba

Plof, zei de grote roze bubbel. Daar ging de Tourdroom van Cadel Evans. Daar ging de Tourdroom van Mister Hubba Bubba. Door Thijs Zonneveld.

Wie in het Grote Wielerwoordenboek bij de W van Wieltjesplakker kijkt, ziet een foto van Cadel Evans. Tekst is overbodig.

De afgelopen jaren heeft Evans niet anders gedaan dan plakken. Als een roze kauwgompje koekte hij vast aan het wiel van zijn concurrenten. Wat ze ook probeerden: ze raakten hem niet kwijt.

Pissen

Of ze nu gingen pissen of honderdduizend keer demarreerden: Mister Hubba Bubba week geen millimeter. Hij dreef tegenstanders en liefhebbers tot wanhoop. Ik heb renners zien huilen na de finish omdat ze hem ‘zo oneerlijk’ vonden.

Ik heb toeschouwers bier en pis over hem heen zien gooien omdat hij wéér een koers had doodgeknuppeld alsof het een weerloos zeehondje was.

Het interesseerde hem niets, al die haat. Hubba Bubba was zijn religie. Dat zijn aanbidding van de kauwgomtactiek van hem een paria in het peloton maakte, had hij er graag voor over. No problem om zijn leven te offeren voor dat ene grote doel: de Tour.

Freak

Zijn collega’s noemen hem een freak. Omdat hij vierentwintig uur per dag in zichzelf praat, weigert handen te schudden uit angst voor bacteriën en omdat hij panisch wordt als hij geen witte rijst krijgt bij het diner.

Hij is niet de enige in het peloton met dergelijke gewoontes, maar hij wordt erop aangekeken omdat hij Mister Hubba Bubba is.

Opgeblazen

De bubbel van haat werd verder en verder opgeblazen. Door toeschouwers, door collega’s en door zichzelf. De twee tweede plaatsen in de Tour maakten hem bepaald niet gezelliger.

Zo deelde hij in de Ronde van vorig jaar kopstoten uit aan politieagenten, sloeg hij een journalist die op zijn geblesseerde schouder tikte en mepte erop los toen iemand op de staart van zijn hond ging staan.

Renners begonnen te rijden om hem te doen verliezen. De manier waarop Evans door Valverde en Contador belachelijk werd gemaakt in de Dauphiné Libéré zei alles. Het was alsof ze hun autistische klasgenootje pestten om zijn goede cijfers, de pukkels in zijn gezicht en zijn ouderwetse spijkerbroek.

Evans verloor. Als je wint, heb je vrienden - maar zonder vrienden win je nooit.

Kansloos

Dit zou zijn Tour moeten worden. Maar Mister Hubba Bubba staat zo ver achter in het klassement, dat hij kansloos is. Nu al. Van de week daalde ik met hem af van een Pyreneeëntop. Hij klaagde aan een stuk door.

Dat de Astana’s met teveel waren. Dat de ploegentijdrit te lang was. En dat iedereen op zijn wiel reed. Hij noemde het oneerlijk. Als hij er niet zo zielig bij had gekeken, had ik hem recht in zijn gezicht uitgelachen.

Verongelijkt

De afgelopen week heeft Mister Hubba Bubba meer aangevallen dan in zijn hele leven bij elkaar. Hij demarreert op de vreemdste momenten, smijt met zijn krachten en kijkt verongelijkt achterom als er een peloton concurrenten in zijn wiel zit. En hij plakt niet meer.

Evans is van zijn geloof gevallen. Hij weet dat hij de Tour niet wint met zijn imitatie van een roze kauwgompje. Maar het meest trieste is dat hij zijn leven niet terug krijgt.

Nog steeds wordt hij uitgejouwd. Nog steeds krijgt hij bier en pis over zich heen gegooid. Nog steeds wordt hij gepest. Hoeveel hij ook aanvalt, hoe spectaculair hij ook ten onder gaat: de toorn van het publiek en zijn collega’s duurt eeuwig.

Geklapt

Gisteren zag ik hem voor de start. Hij stond in zijn uppie. Staarde naar zijn schoenen. Daar stond een man die besefte dat hij nooit de Tour zal winnen. De roze bubbel van Mister Hubba Bubba is geklapt.

Tip de redactie