Rolde die bal ineens naar me toe. Recht in mijn voeten. Ik kon het bijna niet geloven. Toen ik opkeek, zag ik Marco van Basten op me af komen lopen. 'Schiet die bal maar terug', zei hij. Nooit zo zenuwachtig geweest. Door Thijs Zonneveld.

Ik was bijna acht. Het Nederlands Elftal trainde op het veld van Noordwijk, in aanloop naar het EK in West-Duitsland.

Gewapend met een handtekeningenboekje en twee pennen (omdat die ene wel eens zou kunnen weigeren) stond ik tussen een horde andere ventjes langs het veld. Ik keek mijn ogen uit.

Vaantje

Zo dichtbij ineens, al die voetballers die ik alleen kende van tv en mijn plaatjesalbum. Gullit, Rijkaard, Koeman, Van Tiggelen, Vaantje. Die laatste kende ik uit mijn stickerboek als Vanenburg, maar aangezien alle spelers en coach Rinus Michels hem Vaantje noemden, nam ik aan dat dat een foutje van Panini was.

Het mooiste was natuurlijk dat Marco er was. Marco van Basten: de spits die we allemaal wilden zijn als we op straat voetbalden. Ik volgde hem met open mond.

Lui

Zag hoe hij een bal in de winkelhaak joeg bij een afwerkoefening, hoe hij lui in de middencirkel bleef staan terwijl de rest van het team Steigerungen deed, hoe hij achteloos een balletje hooghield terwijl Michels een preek hield en hesjes uitdeelde.

Aan het einde van de training deden de spelers (Marco bij de zonder-hesjes) een partijtje, op half veld. Ik stond achter het doel van Van Breukelen.

Knikje

Het gebeurde na een aanval van de zonder-hesjes. Marco schoot naast. Een rollertje. Hij baalde ervan. Ik niet. Zijn schotje rolde recht in mijn voeten. En voordat ik het wist, praatte Marco tegen me. Vijf woorden: Schiet. Die. Bal. Maar. Terug. Een kort knikje erbij.

Ik denk dat hij een meter of tien bij me vandaan stond. Maar toen ik besefte dat ik de bal in zijn voeten moest schieten leek die tien meter ineens wel tien kilometer. De ogen van mijn held priemden dwars door me heen.

Aissati

Hartkloppingen, koud zweet in mijn nek, klamme handen. Ik snap hoe Aissati en Sulejmani zich het afgelopen jaar hebben gevoeld. Maar de pass kwam aan.

Zonder twijfel het hoogtepunt in mijn - zij het beperkte - voetbalcarrière. Marco stak zijn duim op ('Zag je dat, zag je dat? Hij stak zijn duim op! Naar mij!') en het partijtje werd hervat.

Na de training scoorde ik ook nog zijn handtekening. In mijn allernetst schreef ik er M. van Basten naast. 's Avonds aten we pannenkoeken. Dat maakte het feest compleet. Toen ik onder mijn Ajax-dekbed lag, besloot ik dat het de mooiste dag ooit was.

Trainer

Donderdag nam Van Basten afscheid als trainer van Ajax. De man die zichzelf tot op het bot fileerde achter dat tafeltje in de plastic perszaal van de Arena, leek niet op de held op dat veld in Noordwijk. Kil en zakelijk vertelde hij hoe slecht hij was.

Dat Ajax iets beters verdiende. Dat hij ging nadenken over zijn toekomst. Het maakte me intens triest. Toen de persconferentie was afgelopen, wist ik dat het de laatste keer was dat we hem hebben gezien. Dag Marco, fluisterde ik, en ik stak mijn duim naar hem op.

's Avonds pannenkoeken gemaakt. Als eerbetoon aan Marco. Maar hoeveel boter en suiker ik er ook opdeed - ze smaakten in de verste verte niet zoals twintig jaar geleden.