Bloedspetters, glassplinters en losgeslagen tanden op de vloer van de bar. Huilende meisjes in korte rokjes, een bewusteloze dj en een leger zwaailichten voor de deur. Plus de aanvoerder van Liverpool, met een grijns van oor tot oor. Door Thijs Zonneveld

Dit is Aerdenhout of Wassenaar niet. Dit is Liverpool. Rauwe, arme havenstad waar het leven de inwoners net zo vaak toelacht als de zon die 365 dagen per jaar achter een grijs dek van regenwolken en industriegassen hangt. Stad waar de tijd al zo lang heeft stilgestaan dat de secondewijzer al decennia linksom loopt.

Gezellig

Hier is een barfight de traditionele manier om een avondje uit af te sluiten. Nog een afscheidsplaatje aanvragen, een laatste verschraalde halveliter achteroverslaan, jassen halen bij de uitgezakte dame van de garderobe en daarna knokken. Buiten in de regen, op een verlaten parkeerterrein, of gewoon binnen in de pub. Gezellig.

Pisbakken

Indoor knokken is voorbehouden aan de happy few. Het kost namelijk centen. Voor je het weet sla je iemand met zijn harses door de drankkast of die foeilelijke spiegel bij de pisbakken. Niet dat er zoveel happy few met centen rondloopt in Liverpool – een paar dealers, enkele louche advocaten en een stel Britpop-bandleden hooguit. En de spelers van de plaatselijke FC natuurlijk.

Kosakov

Vroeger, toen er bij Liverpool nog meer dan één enkele alibi-Engelsman voetbalde, werd er ieder weekend wel ergens in de stad een indoor barfight voor de spelers georganiseerd. Om stoom af te blazen na de wedstrijd. Om de frustratie van zich af te slaan. Of gewoon om de traditie in stand te houden – Liverpudlians onder elkaar. Voortandenloze voorstoppers, linksbacks met ijzeren platen in de schedel en bonkige spitsen met een permanente drankkegel voor de deur. Korsakov was de enige aanwezige buitenlander.

Tegenwoordig laten de spelers van Liverpool zich nauwelijks meer zien in de stad. Xabi Alonso vindt het ’s avonds veel te koud, Fernando Torres mag niet van zijn moeder en Dirk Kuijt zit liever op de bank naast zijn vrouw via de schotel naar GTST te kijken.

Glassplinters

Blijft over: Steven Gerrard. Geboren in Liverpool. Getogen in Liverpool. Verknocht aan Liverpool. Aan dat grijze wolkendek, aan het rode shirt, aan dat rauwe accent, aan de vechtpartijen in de pub. Oh, heerlijke zaterdagavonden van bloedspetters en glassplinters!

Maar hij mag niet. No barfights. Orders van de trainer. Die ziet zijn vedette al achter de tralies verdwijnen. Weg titel. Weg Champions League. Dus Steven Gerrard vecht niet. Nooit.

Nou ja, bijna nooit.

Zo heel af en toe, zo once in a while, zo eens in de zoveel maanden - dan roept de traditie. Dan roepen zijn Liverpool-vrienden, dan roept zijn Liverpool-hart. Vorige week was het raak.

Easy Lover

De reden? De dj had het gewaagd een aanvraagplaatje van Steven Gerrard te weigeren. Gerrard wilde Phil Collins horen, de dj vond dat geen goede keuze. Easy Lover in een Liverpoolse pub; dat is als ‘Heb je even voor mij’ in plaats van ‘You’ll never walk alone’ voor de wedstrijd op Anfield Road.

Misschien ging het daar wel om. Gerrard wilde er simpelweg zeker van zijn dat de dj zou weigeren. ‘Wat? Geen Easy Lover? Hier, pak aan!’

Aldus eindigde de avond met een traditionele barfight. Met bloedspetters, glassplinters, losgeslagen tanden, huilende meisjes en een leger zwaailichten. En een trotse Liverpool-aanvoerder, die zich Liverpoolser voelde dan hij in lange tijd had gedaan.