Toen Gianluca Zambrotta in 1999 van Bari naar Juventus verkaste was hij rechtermiddenvelder. Marcello Lippi voorspelde hem een carrière als international. Niet als middenvelder, maar als vleugelverdediger. Door Nico Snijders.

Zambrotta zag dat helemaal niet zitten. Omdat hij buiten het elftal dreigde te vallen probeerde hij het maar.

Inmiddels heeft hij bijna 60 interlands gespeeld, is Wereldkampioen en voetbalde hij voor Juventus, Barcelona en Milan. Hij heeft geen spijt van zijn positiewisseling en is Lippi nog steeds dankbaar.

Degradatie

De meeste voetballers vinden een positie als back minderwaardig. Daar worden in de jeugd over het algemeen de minste spelers neergezet. Daar doen ze het team de minste schade. Jonge spelers willen op de plek van hun idool spelen en die is zelden of nooit vleugelverdediger. Want de idolen heten Van Nistelrooy, Van Persie of Sneijder.

In het Nederlands elftal speelt Giovanni van Bronckhorst linksachter en dat doet hij naar behoren. Van Bronckhorst speelt bij Feyenoord op het middenveld, voelt zichzelf middenvelder, maar daar heeft Oranje er genoeg van.

Champions League

Hij vult die postitie in omdat er geen betere is. Toegegeven, hij won als linkervleugelverdediger de Champions League met Barcelona, maar hij is niet geboren voor die plek.

Op rechts is het schrijnender. Na Heitinga, Ooijer en Boulahrouz stond Dirk Marcellis tegen Noorwegen rechtsachter. Evenals de andere drie is Marcellis een centrale verdediger. Met een toekomst. Voetballers voelen het als een degradatie als ze van het centrum naar de zijkant moeten.

Van Suurbier tot Reiziger

Van 1966 tot 2004 heeft Oranje eigenlijk nooit problemen gehad op die positie. Achtereenvolgens Willem Suurbier (60 interlands), Bennie Wijnstekers (36), Berry van Aerle (35) en Michael Reiziger (72) vulden die plaats in het elftal moeiteloos in.

Geen van allen absolute top, maar altijd goed voor een ruime voldoende. Suurbier speelde twee WK-finales, Van Aerle werd Europees Kampioen en Reiziger is recordhouder op die positie.

Alledrie wonnen zij de belangrijkste Europacup met hun club. Wijnstekers heeft niet veel gepresteerd met Oranje, maar in zijn periode (1979-1985) plaatste Oranje zich alleen voor het EK van 1980 in Italië. Toen de lichting Gullit, Van Basten zich aandiende zat hij al in z'n nadagen.

Michael Reiziger was de opvolger van Berry van Aerle, al zat daar twee jaar tussen. Hij was tien jaar lang de vaste rechtsback onder Michels, Hiddink, Rijkaard, Van Gaal en Advocaat. Toen hij op 30 juni 2004 zijn laatste interland speelde, begonnen de problemen.

Nieuwe oogst

Maar er is weer hoop. Uit het niets zijn er plotseling twee kandidaten die de rechtsachter-positie de komende jaren weer geruisloos kunnen invullen. Hun namen? Gregory van der Wiel en Dwight Tiendalli.

Van der Wiel leek de opvolger te worden van Jaap Stam, maar een zware blessure hield hem lang aan de kant. Marco van Basten zette hem rechtsback omdat hij niet tevreden was, en is, over Bruno Silva. Van der Wiel doet het uitstekend. Hij kan met z'n snelheid verdedigend veel corrigeren en heeft ook aanvallend het nodige te bieden, waaronder een goede voorzet.

Nog opvallender is de wederopstanding van Tiendalli. Hij leek te bezwijken onder de zogenaamde 'Kuipvrees'. Dat is de druk die een speler voelt in een groot stadion met fanatieke supporters. De ene krijgt er een kick van, de ander verkrampt. Bij Tiendalli lukte er niets meer en zijn toekomst lag niet bij Feyenoord. Maar hij vermande zich en vocht zich op een bewonderenswaardige wijze terug.

Tegen één van de beste aanvallers van dit seizoen -Eljero Elia - speelde Tiendalli een sterke wedstrijd, die voor hem alleen werd ontsierd door een ongelukkige penalty tegen. Van der Wiel (20) en Tiendalli (23) zijn nog jong. Zij worden alleen maar beter. Dat moet ook want ze zijn nog niet goed genóeg. Maar er is wel perspectief.

Nico Snijders is een vaste columnist van NUsport. Zijn bijdragen verschijnen daar elke donderdag.